Expositie eert belangrijkste tekenaar van meisjesboeken Borrebach, de man die Joop ter Heul haar gezicht gaf

Zijn maagdelijke heldinnen verschenen ook in sexblaadjes Van onze verslaggeefster..

Truus Ruiter

DEN HAAG

Dat de onafzienbare rij boeken, door Hans Borrebach geïllustreerd en/of geschreven, in het Letterkundig Museum in Den Haag uitgestald staan als video's in een videotheek, die op hun beurt, hoe raar misschien ook, weer een assiociatie met porno oproepen, blijkt bij nader inzien geen valse verwijzing. De man die Joop ter Heul een gezicht gaf en decennia lang hèt kwaliteitsmerk was voor het meisjesboek, was ook een erotomaan.

In het Schrijversprentenboek Babs' bootje krijgt een stuurman, dat bij de gelijknamige tentoonstelling in Letterkundig Museum is verschenen, haalt Henk van Gelder een artikel aan uit Het Parool van 9 mei 1987, waarin Mary Ann Lindo en Leonoor Wagenaar geschokt verslag doen van een bezoekje aan Borrebach in Den Haag. Hún Hans Borrebach van Joop ter Heul, van Marjoleintje op het pleintje, van de Leni Sarissen en andere meisjesboeken uit de Witte Raven-pocketreeks. Ze waren als tieners belazerd! 'Alleen maar kussen voor het huwelijk, maar ondertussen gebruikte Borrebach onze maagdelijke heldinnen in de meest beschamende poses voor zijn pornostrips. Marjoleintje hanteert opeens de zweep. De olijke tweeling bedrijft fellatio.'

In een stripwinkel hadden ze de pornografische strip Het meisjesinternaat gevonden - niet eens Borrebachs eerste proeve van pornografie. Hij liet er zich zelfs op voorstaan dat hij de eerste Nederlander was die een sexblaadje op de markt bracht - dat was begin jaren twintig! - èn de eerste bij wie pornobladen in beslag werden genomen.

Borrebach was een overtuigd nudist - naturisten vond hij schijnheilig: die ontkenden de seksualiteit - en hij organiseerde spetterende blootfeestjes waar zelfs een Amerikaan die 'er een sport van maakte om met een vrouw van elke nationaliteit naar bed gaan' van zei dat hij het 'nog nooit ergens zo formidabel had gehad als hier', vertelde Borrebach in 1969 in Vrij Nederland.

Borrebach was een estheet. Ontevredenheid met de foto's die in de jaren twintig voor zijn reclameontwerpen werden gemaakt, bracht hem er toe zelf te gaan fotograferen. Waarna de onvolmaaktheden van zijn models hem er toe aanzette om te leren schminken - het retoucheren van de foto vond hij niet afdoende. Vervolgens kreeg hij zo'n aardigheid in het schminken dat hij een schoonheidssalon begon. Borrebach was van alle markten thuis.

Zijn veelzijdigheid en souplesse wekte zelfs achterdocht. Hij veranderde in de loop der tijd moeiteloos zijn stijl van illustreren. Zo maakte hij voor De H.B.S.-tijd van Joop ter Heul tussen 1929 en 1964 niet minder dan zes verschillende, steeds moderner omslagen. Was de Hans Borrebach van ná de oorlog misschien zijn jongere neef Henk, die zich voor Hans uitgaf? Was het niet opvallend dat Borrebach bijna geen documentatie had van vóór de oorlog, terwijl hij ná 1945 veel materiaal had bewaard?

Het gerucht bleek door Borrebach zelf in de wereld te zijn gebracht om maar te kunnen sjoemelen met zijn leeftijd. Hij was geboren in 1903, maar loog er graag twintig jaar bij. Wat inhield dat hij in wieg zijn eerste tekeningen moest hebben gepubliceerd - 'neef Henk' mocht die twintig jaar verklaren.

Hans Borrebach was de zoon van een Haagse notaris, die als jongen niets liever deed dan tekenen. Dus moest hij van papa architect worden. Maar nog voor hij het eindexamenjaar had bereikt, was hij al in staat om zijn brood te verdienen als illustrator, wat hij veel liever deed. Hij maakte vooral reclame- en modetekeningen en werkte mee aan pikante blaadjes als Het mondaine weekblad en Pan. Met illustraties voor Een zomerzotheid van Cissy van Marxveldt in 1927 begon zijn glorieuze loopbaan als dé gezichtsbepalende tekenaar voor meisjesboeken. Hij heeft er honderden geïllustreerd. Het lezen liet hij aan zijn vrouw over. Zij vertelde hem waar een plaatje kon komen en hoe de hoofdpersoon er uitzag. 'Lopende band-werk' noemde hij het zelf.

Alleen al om kwantitatieve redenen kan Borrebach tot de belangrijkste illustratoren van Nederland worden gerekend, merkt Willem de Jong in het Schrijversprentenboek op. Maar een knappe tekenaar was hij niet. Borrebach hanteert een 'vlotte reclame-achtige stijl' die niet altijd even nauw luistert naar de wetten van anatomie en zwaartekracht. Zijn vrouwen zitten ongemakkelijk op stoelen, staan volledig uit het lood, buigen en strekken hun armen en benen op een manier die niet zonder pijnlijke gevolgen kunnen blijven en zijn allemaal te dun. Maar elegant zijn ze beslist en daar was het Borrebach om te doen.

Het is ook vermakelijk om te lezen dat Borrebach geen jongensachtige meisjes kon tekenen, zelfs een meisje was hem al te lastig: het zijn altijd 'vrouwtjes in zakformaat' en ze lijken ook nog erg veel op elkaar. Met de tomboy, de 'halve jongen' die veel meisjesboeken onveilig maakten, kon Borrebach helemaal niet uit de voeten. Zelfs de brutale 'Piet' in het boek Rita, genaamd Piet, is bij hem een koket meisje. Ook Robby uit Was ik maar een jongen. . . is meer een tutje dan een Robbedoes. Borrebach kon vrouwen maar op één manier zien, dat is duidelijk.

Na de oorlog ging Borrebach zelf meisjesboeken schrijven. Wat die successchrijfsters met Romantiek in de autocar, Cootje zet zich schrap en Toos houdt moed kunnen, kan ik ook, moet hij hebben gedacht. Madeleine erft een kostschool heette zijn eerste boek in 1947. Borrebachs hoofdpersonen zijn lieve, vlotte, intelligente en ondernemende vrouwen, geen doetjes. Ze zijn van goede huize en vader is hun steun en toeverlaat, moeder blijft buiten beeld. Wat overigens ook bij Cissy van Marxveldt meestal het geval is - deze boeken heeft Borrebach duidelijk wèl goed gelezen.

Voor de goede verstaander heeft Borrebach in een enkel boek zijn nudisme-voorkeur verwerkt. Iemand vertelt dat ze ergens kan zonnen 'zonder strepen te krijgen', een ander zegt dat ze niet van de zon houdt als ze 'noodgedwongen in de kleren zit'. Er wordt ook veel gefotografeerd in zijn boeken en in modekringen gewerkt en rondgehangen. Conny uit Storm om Fanny's kostschoolroman poseert in 'de Studio's aan de Scheveningscheweg in het Haagje' - daar had Borrebach zijn studio.

Margreet van Wijk, die in het Schrijversprentenboek over de meisjeromans van Borrebach schrijft, signaleert veel slordigheden in deze boeken en een overdosis aan beschrijvingen van het fraaie uiterlijk van de personages. Ze missen ook de vlotte dialogen, die bijvoorbeeld de boeken Cissy van Marxveldt zo sterk maken. Een pluspunt in Borrebachs boeken is de onconventionele beroepskeuzes van de meisjes en het feit dat ze blijven werken als ze de ware Jacob hebben gevonden. Zo kon de kokette voor alles een dame van Borrebach toch nog als voorbeeld dienen voor de moderne, jonge vrouw.

Babs' bootje krijgt een stuurman. De meisjesroman en illustrator Hans Borrebach. Schrijversprentenboek nr 37. Uitgeverij Querido, ¿ 35,-. Tentoonstelling in het Letterkundig Museum Den Haag, t/m 5 november; daarna in museum Jannink in Enschede.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden