Weblog

Expats maak plaats, hier komen de Angolezen

Grote delen van Afrika zijn booming, maar het zijn vaak arbeidskrachten uit het buitenland die er vandoor gaan met de hoge gages. Angola, waar de economische groei wordt aangejaagd door de olieinkomsten, probeert daar wat aan te doen: multinationals moeten meer Angolezen in dienst nemen. Wim Bossema sprak er in Angola met twee Nederlanders over. En met een Oekraïener in het vliegtuig.

haven van Lobito Beeld Foto wim bossema

In het vliegtuig naar de hoofdstad Luanda zit een flinke groep Oekraïeners. Ze zijn op weg naar de olievelden voor de kust van Angola, zegt een van hen. Zijn taak is vooral een schip op zijn plaats te houden, zes weken lang. Daarna vliegt hij weer naar Oekraïne naar vrouw en kinderen - het werk is zes weken op, zes weken af. Van Luanda heeft hij nooit veel gezien. 'We worden direct naar een gastenverblijf van ons bedrijf gebracht - daar zetten we het op een zuipen, want dat is er daarna zes weken niet meer bij. Een helikopter brengt ons naar ons schip. Ik heb geen idee hoe Angola eruit ziet.'

Fugro

Toen het Nederlandse bedrijf Fugro tien jaar geleden en vestiging opende in Luanda, werd al het personeel voor de oliewinning voor de kust ingevlogen, zegt financial controller Gerrit Eggink. Fugro heeft een eigen guesthouse met kantine en personeel wordt van daaruit per helikopter naar de schepen gebracht. Zo gaat het nog steeds wel, maar sinds een paar jaar maakt Fugro in Angola ook veel werk van de 'angolanisering'.

Fugro levert specialistische kennis aan grote oliemultinationals (BP, Shell, Total, ENI) voor onderzoek en in het in positie brengen en houden van schepen in de off shore olie- en gaswinning. 'We werken met heel moderne systemen, want de posities moeten op enkele centimeters nauwkeurig worden bepaald. Onze mensen staan letterlijk naast de kapitein op een schip.'

Angolanisering

De 'angolanisering' begon in 2011 met een nieuwe wet, waarin de MPLA-regering van president Dos Santos buitenlandse bedrijven verplicht opdrachten te verstrekken aan Angolese ondernemingen. Ze moeten ook meer Angolese werknemers in dienst nemen en zorgen voor opleidingen.

Dat wordt in nieuwe contracten met buitenlandse bedrijven vastgelegd. Het staatsbedrijf Sonangol kijkt daarop toe; Sonangol is oppermachtig bij het verstrekken van concessies voor de olie- en gaswinning.

Het is regeringsbeleid, maar het strookt ook met de bedrijfsfilosofie van Fugro, zegt Eggink. 'Het is de bedoeling om expats overbodig te maken. We hebben een opleidingscentrum opgezet voor pas afgestudeerden met de Angolese nationaliteit - die wonen hier of komen terug uit Zuid-Afrika, Nederland, Australië of waar dan ook. We besteden er veel geld aan.'

Waar zijn ze?

Het vinden en rekruteren is nog het lastigst - het aantal opgeleide Angolezen is beperkt en andere bedrijven moeten ook naar hen op zoek. 'Je hebt wel een goede opleiding nodig voor het gespecialiseerde werk bij Fugro.' De salarissen van de schaarse Angolese technici zijn hoog.

Het is allemaal wel de moeite waard, vindt Eggink. Nog tientallen jaren zal er voor bedrijven als Fugro werk zijn in de groeieconomie van Angola. De schatten in de zeebodem zijn nog lang niet uitgeput. En de groeiende vraag naar technische kennis in de weg- en waterbouw schept nieuwe mogelijkheden.

Met het vooruitzicht nog lang in Angola te blijven, bouwt Fugro de vestiging nu om tot een 'Angolees bedrijf', een joint venture waarin 51 procent van de aandelen in Angolese handen is.

Onderzoeksschip van Fugro Beeld foto Fugro
De baai en de haven van de Angolese hoofdstad Luanda. Beeld wim bossema

Peter-Jan van As verkende vanaf 2009 voor Fugro de mogelijkheden voor 'local content'.

Hij kwam in 2009 voor het eerst in Angola als organisator van een handelsmissie voor de NABC (Netherlands African Business Council). Hij raakte gefascineerd door de mogelijkheden in Angola en greep het aanbod van Fugro voor de nieuwe functie met beide handen aan.

In 2011 begon hij voor zichzelf als consulent voor internationale bedrijven: hij maakt hen wegwijs in het regeringsbeleid, de wetgeving, de voorwaarden van 'angolanisering', het vergunningenstelsel.

Lokale partners

Van As: 'Multinationale bedrijven moeten aan Sonangol laten zien met welke Angolese bedrijven zij contracten hebben gesloten. Die lokale partners maken de weg vrij voor allerlei vergunningen. Bedrijven moeten laten zien dat ze Angolees personeel werven. Het doel is 70 procent Angolees en 30 procent expats, op alle niveaus.'

Dat is meestal lastig. Er zijn weinig Angolese bedrijven die als partner kunnen dienen en nog schaarser is personeel met een opleiding. De regering vindt dat geen excuus en zet druk op de ketel door vergunningen te vertragen en moeilijker te doen bij het verstrekken van visa.

Dat is vervelend, maar Van As denkt dat het nodig is om bedrijven op te porren. Er is in Angola zelf kritiek dat het systeem de toch al wijd verbreide corruptie verder in de hand werkt.

Meedoen aan groei-economie

Het is gemakkelijk daar cynisch over te doen, maar Van As vindt dat geen productieve houding. Het beleid van local content geeft Angolezen wel degelijk een kans mee te gaan doen aan de groeieconomie van hun eigen land.

Van As geeft een voorbeeld. Er werd een Angolees bedrijfje opgericht die onderdelen voor de olieplatforms ging importeren. Die onderdelen werden gemaakt door een Brits bedrijf. 'Steeds bleek een gevraagd onderdeel niet op voorraad. Toen besloten ze die onderdelen zelf te gaan maken in een werkplaats. Nu zijn zijn die binnen 24 uur klaar en ze zijn goedkoper. En het belangrijkst; ze zijn lokaal gemaakt.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden