Exotische talen op straat ergeren vooral Vlamingen

Hoewel Vlamingen toch bekend staan om hun meertaligheid, zijn juist zij niet erg gecharmeerd van vreemde talen op straat. Maar liefst 50 procent van de Vlamingen vindt het aanhoren van exotische klanken in hun eigen omgeving vervelend.

Beeld van de Rotterdamse markt op de Blaak. © ANP

Een enquête van de Nederlandse Taalunie heeft dit uitgewezen. Uit het onderzoek blijkt ook dat Nederlanders juist weer wél gesteld zijn op vreemde talen rondom zich. Volgens de Taalunie kruiste 54 procent van de Nederlandse deelnemers 'leuk' aan bij de vraag naar de mening over anderstaligen op straat. 30 procent gaf aan dit 'niet prettig' tot een 'beetje bedreigend' te vinden. Bij de Vlaamse deelnemers was dit respectievelijk 24 en 26 procent.

Uit het onderzoek kwam ook naar voren dat plattelandsbewoners negatiever tegenover andere talen staan dan stadsbewoners. 'In de steden geeft 62 procent van de Nederlanders aan dat ze vreemde talen op straat leuk vinden. Mogelijk komt dat omdat ze in de stad meer vertrouwd zijn met het fenomeen. Er bestaan ook nog veel misverstanden, zoals dat het leren van andere talen ten koste gaat van het Nederlands. Dat klopt helemaal niet', aldus Ellen Fernhout van de Taalunie.

Wereldburgers

Taalkundige Marc van Oostendorp denkt dat op het platteland traditie een grotere rol speelt. 'In de stad wonen de wereldburgers, die geen moeite hebben met een buitenlands woordje meer of minder in hun straatbeeld', schrijft hij in Taalpeil 2011, een uitgave van de Taalunie.

Van Oostendorp wijst in het artikel ook op de paradox uit een ander onderzoek: zowel Nederlandse als Vlaamse stedelingen verkiezen klassieke Nederlandse kindernamen, terwijl op het platteland namen als Kevin en Kayleigh populair zijn.

'Op het platteland is men gemiddeld minder hoog opgeleid, zeggen sociologen. De mensen kijken veel tv en geven hun kinderen namen die ze daarvan kennen, misschien ook in de hoop dat hun kind daarmee vooruit komt. Tegelijkertijd willen ze die wereld juist niet in hun straat hebben: hoe meer alles daar blijft zoals het altijd was, des te beter het is', zegt van Oostendorp.

Moedertalen

De Nederlandse Taalunie onderzocht ook het aantal talen dat thuis wordt gesproken, en stelt vast dat meertaligheid zo zoetjes aan de norm wordt. Gemiddeld wordt er in 16 procent van de Vlaamse en Nederlandse gezinnen minstens een andere taal gesproken. Het gaat voornamelijk om Frans, Duits, Engels en Fries. In een kwart van de gevallen spreekt men thuis een niet-westerse taal. 'Het gaat hier vooral om gezinnen waarbij minstens een van de ouders uit een ander land komt', verduidelijkt Fernhout. 'Zelf ervaren ze die meertaligheid als iets heel positief.'

Er is dus nog veel werk aan tolerantie ten opzichte van meertaligheid, vindt Fernhout. 'Het Europees beleid heeft als doelstelling dat naast de moedertaal nog twee andere talen gekend zouden moeten zijn. De wereld wordt steeds internationaler en ook de mobiliteit om in andere landen te werken en te wonen neemt toe. Die tendensen zijn duidelijk, je hebt vreemde talen gewoon nodig om te kunnen functioneren.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden