Exit bank-verzekeraars

In de jaren negentig volgden de fusies tussen banken en verzekeraars elkaar op. De verwachte voordelen waren niet te versmaden: lagere kosten, betere risicospreiding en een groter klantenbereik. Twintig jaar later is het enthousiasme over dit model danig bekoeld. De beursgang van NN Group markeert het einde ervan in Nederland. Wat ging er mis?

Na 23 jaar keerde verzekeraar Nationale-Nederlanden woensdag terug als zelfstandig beursfonds aan het Damrak. Moederbedrijf ING viert feest, maar de gongslag die de NN Group als beursfonds lanceerde, is ook de opmaat tot het requiem voor het bank-verzekeringsmodel. Dat wordt, nu ING zich van zijn laatste verzekeraars ontdoet, definitief ten grave gedragen.


De oudste en grootste Nederlandse bank-verzekeraar deelt zich weer op in een bank en een verzekeraar. Daarmee maakt ING de fusie tussen NMB Postbank en Nationale-Nederlanden uit 1991 ongedaan. De Internationale Nederlanden Groep gaat voortaan door het leven als een pure bank.


ING is niet de enige financiële instelling in Nederland die het bank-verzekeringsmodel afzweert. Ook de opsplitsing van bank-verzekeraar SNS Reaal is aanstaande. Reaal staat in de etalage en zal nog voor het eind van het jaar verkocht zijn aan een andere verzekeraar, een investeringsmaatschappij of een andere belegger.


Formeel is de opsplitsing van SNS Reaal en ING geen vrije keus, maar afgedwongen door de Europese Commissie. Brussel legde de concerns deze straf op ter compensatie van de ontvangen staatssteun ten tijde van de kredietcrisis, maar ook omdat bank-verzekeraars toen extra kwetsbaar bleken. Behalve ING en SNS Reaal moesten buitenlandse bank-verzekeraars als Fortis, Dexia, Lloyds en Irish Life & Permanent na de crisis hun hand ophouden bij de overheid.


In werkelijkheid heeft Brussel ING slechts het laatste zetje gegeven, want de raad van bestuur was het geloof in 'bank-verzekeren' als bedrijfsmodel allang verloren, weet econoom Arnoud Boot. 'De verkoop van de verzekeringstak lag bij ING zeker al tien jaar op de bestuurstafel, maar er waren altijd wel een paar bestuursleden die aarzelden de knoop door te hakken. Dat heeft de Commissie nu voor ING gedaan.'


De vorige bestuursvoorzitter van ING, Jan Hommen, was eind vorig jaar in zijn afscheidsinterview met The Financial Times bijzonder negatief over het bank-verzekeringsmodel. 'Het is al niet eenvoudig om één wereldwijd imperium te runnen. Het leiden van twéé wereldwijde imperiums, een in de bankensector en een in de verzekeringssector, is nóg moeilijker.'

Opmars

Begin jaren negentig, toen de Internationale Nederlanden Groep het levenslicht zag, keken bestuursvoorzitters van banken en verzekeraars daar nog heel anders tegenaan. De opmars van de bank-verzekeraars in Europa werd mogelijk gemaakt dankzij de deregulering van de financiële sector in de jaren tachtig. Voor die tijd gold zowel in Europa als Amerika een fusieverbod voor banken en verzekeraars. Het samengaan van die activiteiten werd als riskant beschouwd. Bovendien vond men dat financiële instellingen niet te groot mochten worden.


'Banken en verzekeraars werden vroeger als een verlengstuk van de overheid behandeld, niet als een gewone bedrijfstak', zegt Boot, hoogleraar Financiële Markten aan de Universiteit van Amsterdam.


Begin jaren tachtig veranderde dat, doordat de politiek in de ban raakte van het Angelsaksische marktdenken. Boot: 'Politici vroegen ineens aan elkaar: als een koekjesfabriek een autobandenfabriek mag overnemen, waarom mag een bank dan eigenlijk geen verzekeraar kopen?'


In 1989 hief de Europese Gemeenschap het verbod op fusies tussen banken en verzekeraars op. In Nederland maakten banken en verzekeraars er volop gebruik van. De fusiebank NMB Postbank smolt samen met Nationale-Nederlanden. In 1997 fuseerden SNS Bank en Reaal Verzekeringen. De Rabobank nam Interpolis over. Toenmalig Rabobank-topman Herman Wijffels kondigde aan dat hij van de Rabobank een 'financieel warenhuis' wilde maken.


Banken en verzekeraars zagen grote voordelen in verregaande samenwerking. Banken hadden door toenemende onderlinge concurrentie last van dalende rente-inkomsten. Door een verzekeraar over te nemen maakten zij zichzelf minder afhankelijk van de rentemarge, omdat ze dan ook premie- en commissie-inkomsten kregen. Verzekeraars waren, mede dankzij riante fiscale subsidies op lijfrentepolissen, in die tijd vaak winstgevender dan banken. Boot: 'In de raden van bestuur van banken werd de vraag gesteld: 'Waarom verkopen wij geen winstverdriedubbelaars, zoals Aegon?'


Banken hoopten daarnaast dat hun dure kantorennetwerk rendabeler zou worden als het bankpersoneel ook verzekeringen zou verkopen. Verzekeraars wilden graag met een bank fuseren omdat ze dan in één klap toegang kregen tot dat kantorennetwerk. Via dat verkoopkanaal konden ze miljoenen nieuwe klanten bereiken.


Vanuit het oogpunt van risicobeheer leek zo'n fusie voor zowel banken als verzekeraars eveneens gunstig. Banken zijn vooral met 'kort geld' (spaargeld en kortlopend krediet) bezig, terwijl verzekeraars zich vrijwel uitsluitend richten op de lange termijn (vermogen dat voor tientallen jaren wordt belegd). Een bank-verzekeraar zou daarom stabieler en beter bestand zijn tegen crises, was de theorie.


Vanwege dat vermeend lagere systeemrisico hoefde een bank-verzekeraar van de wetgever relatief veel minder reserves aan te houden dan banken en verzekeraars afzonderlijk. Aandeelhouders van banken en verzekeraars moedigden fusies daarom aan, zegt beleggingsanalist Patrick Beijersbergen van de Vereniging van Effectenbezitters (VEB). Beleggers zagen lage vermogensbuffers toen nog als iets positiefs, want dan steeg de 'winst per aandeel' van het bedrijf.

Omslag

Arnoud Boot noemt nog een motief dat de fusiegolf in de financiële sector aanwakkerde. 'Financiële instellingen wilden groeien om meer marktmacht te verwerven. Het idee was: 'Als mijn bank maar groot genoeg is, kan niemand om mij heen'. To become too big to ignore was een bewust streven. Dat aspect was heel belangrijk.'


De omslag in het denken kwam volgens hem in 2001. 'Het uiteenspatten van de dotcomzeepbel kwam hard aan bij verzekeraars, omdat die heel zwaar hadden geïnvesteerd in bijvoorbeeld obligaties van internet- en telecombedrijven. Vanaf dat moment was het vertrouwen weg en keerde de markt zich tegen bank-verzekeraarcombinaties. Het was ineens duidelijk geworden dat verzekeraars de risico's voor banken ook konden vergroten.'


De huwelijkspartners werden na de wittebroodsweken op wel meer punten teleurgesteld in elkaars verwachtingen, constateert Boot. De cultuurverschillen tussen bankiers en verzekeringsagenten bleken bijvoorbeeld groter dan verwacht. 'Bankiers zijn over het algemeen hoogopgeleid en beschouwen zichzelf als lid van het nationale establishment. In hun ogen staan verzekeringsagenten op hetzelfde niveau als tweedehandsautoverkopers. Die vooroordelen bevorderden de onderlinge samenwerking niet.'


De wederzijdse liefde was eind jaren nul al zodanig bekoeld dat de Rabobank in 2010 haar fusieplannen met Achmea annuleerde. De coöperatieve bank heeft haar minderheidsbelang in dat verzekeringsconglomeraat sindsdien verkleind naar 29 procent.


De kredietcrisis van 2008 vormde de genadeklap. Beijersbergen van de VEB: 'Toen bleek dat bank-verzekeraars door hun kleine vermogensbuffers een heel groot risico lopen. Beleggers zijn daar erg van geschrokken. We vinden het bij nader inzien toch beter als het management zich op één ding richt. Dat geldt trouwens ook voor bedrijven uit andere sectoren. Je ziet toch vaak dat in bedrijven die op heel verschillende markten actief zijn, een probleemonderdeel de goede bedrijfsonderdelen gaat overheersen.'


Van de beoogde kostenverbeteringen kwam ook al weinig terecht. In de jaarverslagen kwam telkens naar voren dat de gedroomde besparingen bij bank-verzekeraars uitbleven. De organisatorische inefficiënties die in zulke moloch-achtige bedrijven ontstaan, hieven de kostenvoordelen volledig op.


Oud-ING-topman Jan Hommen trok in oktober 2013 in The Financial Times zijn conclusies. 'Bankieren en verzekeren hebben verschillende dynamieken. Banken zijn snel, verzekeraars langzaam. Verzekeraars hebben een levenscyclus van vijftig jaar, bij banken is die vijf jaar. Het tempo is verschillend. De mensen zijn verschillend. Dus waarom zou je dat samenvoegen? Daarmee creëer je alleen maar managementconflicten.'


Banken en verzekeraars zijn gaan beseffen dat ze samen ook voordelen kunnen behalen zonder te fuseren, vertelt Boot. 'ABN Amro heeft het slim aangepakt door een joint venture met Delta Lloyd aan te gaan. Delta Lloyd heeft daarin het meerderheidsbelang, maar ABN Amro heeft alle touwtjes in handen. Het enige wat er in die joint venture zit, is namelijk het recht om verzekeringen te verkopen via het kantorennetwerk van ABN Amro en onder de merknaam ABN Amro. Zonder ABN Amro is die joint venture niets waard.'


Boot gelooft niet in een comeback van het bank-verzekeringsmodel op de langere termijn. 'Dat conglomeraatdenken in de financiële sector komt echt niet meer terug. Consumenten gaan steeds meer zelf doen. De toekomst is voor onafhankelijke distributieplatforms die vooral op prijs concurreren en eenvoudige producten van verschillende aanbieders verkopen.'


Terugkijkend analyseert de hoogleraar: 'De banken zagen op gegeven moment allerlei gevaren op zich afkomen en probeerden zich daarom zo groot en sterk mogelijk te maken. Maar de dinosaurussen waren vlak voordat ze uitstierven ook groot en sterk. Daarom stierven ze juist uit. Want toen de race om te overleven begon, waren ze dik, log en traag.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden