Exhibitionistas

Grote kans dat u komend seizoen een tentoonstelling bezoekt die is ingericht door Kossman.dejong. Wat heet, ingericht - het internationaal vermaarde duo is regisseur, verhalenverteller, of ja, hoe noem je eigenlijk wat ze doen?

In de kelder van het Nederlands Fotomuseum in Rotterdam brandt rood licht. In deze zachte schemer staan veertig fixeerbakken strak in het gelid; naast sommige staan vitrines met foto's. Een van de foto's is een van een koe, op het eerste gezicht een alledaags beeld. Toch is er iets bijzonders aan. De foto is tien jaar na de Watersnoodramp gemaakt op een dijk in Zeeland, vertelt een blikkerige Polygoon-stem, en is daarmee een symbool van de Zeeuwse overwinning op het water. Dat verhaal wordt pas onthuld als de bezoeker een wit vel in de ouderwetse fixeerbak ernaast legt. Op het witte karton wordt van bovenaf een filmpje geprojecteerd; de stem komt uit een luidsprekertje in de spoelbak.


Je zou het omslachtig kunnen noemen, onnodig theatraal zelfs, deze presentatie die is uitgedacht door Kossmann.dejong, een Amsterdams bureau voor tentoonstellingsarchitectuur. 'Jonge bezoekers die zijn opgegroeid met digitale fotografie worden er zo aan herinnerd dat foto's vroeger in een donkere kamer werden ontwikkeld', legt Mark de Jong (1960) uit. 'Meer dan anderhalve eeuw Nederlandse fotogeschiedenis moest worden teruggebracht in tientallen fragmenten. Dan moet je alle mogelijkheden aangrijpen om dat verhaal te vertellen.' Collega Herman Kossmann (1958): 'Bovendien voelen bezoekers meteen dat ze zelf de regie hebben. En zijn ze door het uitvoeren van die handeling meer gefocust op de filmpjes en het geluid.'


Een expositie in een fotomuseum inrichten als een donkere kamer - het is typerend voor de conceptuele tentoonstellingsarchitectuur van Kossmann.dejong, dat in 1998 werd opgericht. 'We zijn verhalenvertellers', legt Kossmann uit. 'Daarom maken we geen kunsttentoonstellingen waarbij werken op een klassieke manier op sokkels of aan witte muren worden getoond. Onze specialiteit zijn tentoonstellingen waarbij de getoonde objecten onderdeel zijn van een groter verhaal.'


Het zijn dan ook hoofdzakelijk thematische musea als het Joods Historisch Museum of het Tropenmuseum waarvoor ze werken. Daarnaast ontwerpen ze tijdelijke exposities, zoals Istanbul. De Stad en de Sultan in de Nieuwe Kerk in Amsterdam in 2006. De Jong: 'Een museumcollectie alleen kan nooit een congruent verhaal vertellen. De objecten moeten worden geduid en hebben context nodig. Daarvoor gebruiken we onder andere film, voice-overs, geschreven tekst en animaties.'


Door deze prikkelende aanpak zijn ze de darlings van de museale sector. Dit voorjaar opende het door hen ingerichte Het Grachtenhuis in Amsterdam. In september beginnen de vaste tentoonstellingen De Donkere Kamer in het Nederlands Fotomuseum in Rotterdam en Amsterdam DNA in het Amsterdam Museum (voorheen Amsterdams Historisch Museum). Daarnaast ontwerpen ze dit najaar tijdelijke tentoonstellingen over joodse religie in de Nieuwe Kerk in Amsterdam en over de dood in het Tropenmuseum in Amsterdam. Als klapstukken volgen dan nog de inrichting van het nieuwe Maritiem & Jutters Museum op Texel en de herinrichting van de Nieuwe Portugese Synagoge in Amsterdam.


Chinese kinderbibliotheek

Na hun veelgeprezen paviljoen in opdracht van de organisatie van de Wereldtentoonstelling in Sjanghai vorig jaar is hun ster ook rijzende in het buitenland. In China ontwikkelen ze twee flagshipstores voor het jeansmerk Lee en een kinderbibliotheek. Daarnaast maken ze tentoonstellingen voor een historisch museum in Frankfurt en een maritiem museum in het Deense Helsingore. Hoe uitdagend deze buitenlandse opdrachten ook zijn, 'de Nederlandse musea hebben meer lef', aldus Kossmann.


Voor het Maritiem Museum in Rotterdam bijvoorbeeld maakten ze in 2000 zelfs een presentatie waarbij er helemaal niet uit de collectie werd geput. 'Maak een introductie op de Rotterdamse haven, was de opdracht. Hoe, dat mochten we helemaal zelf invullen.' Dat werd uiteindelijk een serie van drie immense beeldschermen van vijf bij vier meter, waarop historische en actuele filmbeelden uit de haven elkaar in zwart-wit en kleur afwisselen. Op de voorgrond staat een vijftien meter lange maquette van Hoek van Holland tot de Van Brienenoordbrug, waarop verschillende gebieden worden uitgelicht door op knopjes te drukken. Boven deze installatie hangt als een scheepsbrug de multimediakamer, waar bezoekers in eigen tempo op computerschermen aanvullende informatie over de haven kunnen opvragen.


Zo'n museale presentatie was bij de start van Kossmann.dejong ondenkbaar. 'Toen waren we roependen in de woestijn met ons standpunt dat voor een geslaagde expositie collectie, licht, beeld, tekst en decor even belangrijk zijn', zegt De Jong, die net als Kossmann als architect afstudeerde aan de TU Delft. Ze noemden zich tentoonstellingsarchitecten, 'omdat je dan tenminste serieus werd genomen'. Maar deze titel dekt de lading allang niet meer. Ze denken niet in vormen en kleuren of termen als mooi of lelijk; een verhaal is voor hen alleen óf spannend óf saai. Indien nodig gebruiken ze er elementen uit de populaire cultuur voor; internet, games en reclame. 'We voelen ons regisseurs die verschillende disciplines zoals lichtdesign en software-engineers samen brengen. Maar ja, hoe noem je zoiets?'


Een belangrijke inspiratiebron was de reizende expositie Cités Cinés uit 1995 met hoogtepunten uit de filmgeschiedenis. 'Een groots spektakel waarbij het publiek door filmdécors liep', aldus De Jong. 'Filmbeelden waren thematisch verzameld. Bij romantische scènes zat het publiek op de karakteristieke schuine daken van Parijs.' Maar voor het overige moesten ze hun inspiratie buiten de tentoonstellingsarchitectuur zoeken. 'Belangrijke invloeden voor ons zijn de filmsets van Peter Greenaway en de theaterdecors van Peter Wilson. Zelfs de meeslepende ervaringen bij de installaties van beeldend kunstenaars als Olafur Eliasson geven ons nieuwe inzichten.'


Lichtgevend plafond

Het liefste zouden ze alle zintuigen prikkelen - al zijn de mogelijkheden om te proeven 'jammer genoeg' door regelgeving beperkt. Want juist met deze fysieke ervaringen kan het museum zich onderscheiden in een samenleving die steeds digitaler wordt. Kossmann: 'Alle informatie is tegenwoordig zelfs met de smartphone op internet te vinden. Dus moet het museum ook een ontmoetingsplek zijn. Hoe kun je bezoekers met elkaar in contact brengen via de smartphone, over dat soort vragen buigen we ons nu.'


Door hun alomtegenwoordigheid in de tentoonstellingswereld is er zelfs zoiets als de Kossmann.dejong-stijl. Exposities worden opgebouwd met verschillende donkere ruimtes die door middel van doorkijkjes zijn verbonden. Deze ruimtes onderscheiden zich vaak door contrasterende kleuren en materialen; een lichtgevend plafond boven een muur van sloophout en een felgekleurd tapijt. Ook wordt gretig in de multimediale trukendoos gedoken; door film op glas te projecteren lijken de beelden te zweven. 'We hebben een aantal vaste uitgangspunten', beaamt De Jong. 'De bezoeker moet worden ondergedompeld, opdat hij de buitenwereld achterlaat en zich kan focussen op het verhaal. Gedimd licht is daarbij een belangrijk middel, denk maar aan een bioscoop waar het al stil wordt als alleen maar de lichten uitgaan.'


Deze trucs, zo verzekert De Jong, zijn geen effectbejag, ze dienen een doel. 'Met verschillende media bouwen we zorgvuldig de informatiestroom op. Na een filmpje ben je wel weer klaar om wat te lezen. Als je bijvoorbeeld hebt gezien hoe groot de haven van Rotterdam is, wil je wel weer iets meer weten over die haven. Een lange tekst kan vervolgens worden afgewisseld met korte quotes die in koeienletters op een muur staan.'


Kossmann vergelijkt het bezoek aan een tentoonstelling met een stadswandeling. 'Je moet onderweg van alles meemaken. Je kunt een gebouw ingaan, je kunt even uitrusten op een bankje, je kunt op een plein staan en je laten overdonderen. Al wandelend ontvouwt zich een compleet verhaal. Wij zorgen voor deze spanningsboog, maar de bezoeker kan zelf het tempo bepalen.'


Maar zoals geen enkele stad hetzelfde is, zo verschilt ook elke tentoonstelling. Bij de permanente opstelling in de Laurenskerk in Rotterdam uit 2010 is het gebouw niet louter decor. 'De kerk is de tentoonstelling.' Voor Het Grachtenhuis in Amsterdam werd een tijdreis ontworpen door de grachtengordel; in donkere kamers die als black boxes in het grachtenpand zijn gesitueerd, staan installaties met maquettes, wandpanelen en film. Van het gebouw zelf is alleen de strategische locatie aan de Herengracht van belang.


Metafoor voor waanzin

Ook de doelgroep is van invloed op het eindontwerp. Het Grachtenhuis mikt op grote groepen toeristen, die in drie kwartier bijna letterlijk aan de hand worden meegenomen. 'De doorstroom is verzekerd door een vaste, lineaire opstelling.' In de permanente opstelling van het nationaal museum voor psychiatrie Het Dolhuys in Haarlem uit 2005 is het juist de bedoeling dat de bezoekers zelf hun weg zoeken door de kamers van dit voormalige gesticht. 'We hebben dat dwalen gebruikt als een metafoor voor waanzin.'


Natuurlijk zijn ze zich bewust van de druk op musea, die worden afgerekend op bezoekersaantallen. De juiste balans tussen een meeslepende Disney-experience en een intellectuele ontdekkingsreis bewaren Kossmann en De Jong door alleen opdrachten aan te nemen waarmee een inhoudelijk verhaal kan worden verteld. 'Een tentoonstelling over het theeservies door de eeuwen heen is bijvoorbeeld te eendimensionaal voor ons.' Door hun bemoeienis met de inhoud overschrijden ze de grenzen tussen samensteller en ontwerper van een tentoonstelling. Al komt het uiteindelijke verhaal tot stand met een curator en andere museummedewerkers en zelfs externe experts, verzekert Kossmann. 'Maar hoe dat verhaal wordt verteld, dat bepalen wij inderdaad.'


Details spelen daarbij een cruciale rol. Bezoekers van het Maritiem Museum zitten op de oliepijpleidingen uit Pernis en als het karton in de fictieve fixeerbak in het Fotomuseum wordt gelegd, verschijnt er eerst bewegend water. 'Zo zorg je er voor dat het verhaal inhoudelijk blijft.' Al blijft het een dunne grens tussen een verhalende en een verhullende expositie, waarbij de vorm prevaleert boven de inhoud. 'Elk detail moet realistisch en functioneel zijn, anders wordt het amusement.'


Onbevangen kijk

Dat ze als leken een zwaar stempel drukken op inhoudelijke tentoonstellingen zien ze niet als bezwaar. Ze buigen zich net zo makkelijk over een expositie over microben (Artis, 2013) als over het naoorlogse jodendom in Nederland (Het Joods Historisch Museum, 2007) of de architect Hendrik Wijdeveld (tijdelijke expositie voor het NAi, 2006). De Jong: 'Juist door onze onbevangen kijk kunnen we een verhaal samenstellen dat een breed publiek aanspreekt. Het museum is niet meer de plek waar de enige en absolute waarheid wordt verteld. Het is een plek voor verhalen geworden. En dat hoeft ook niet het definitieve verhaal te zijn. In het Dolhuys bijvoorbeeld hebben we ervoor gekozen om niet de wetenschappelijke maar juist de menselijke kant van psychiatrie te laten zien door patiënten aan het woord te laten. De collectie is letterlijk niets meer dan het gebouw en deze verhalen.'


Te vaak laten musea het tentoonstellingsbeleid afhangen van wat de collectie heeft te bieden, vinden Kossmann en De Jong. Ze zouden graag zien dat musea meer inspelen op de actualiteit en een actieve rol spelen in het maatschappelijke debat. De Jong: 'De Gouden Eeuw wordt veel interessanter als je die tijd koppelt aan bijvoorbeeld de economie van nu.' Of nog beter: meerdere musea die samenwerken aan één expositie over een urgent onderwerp. 'Waarom is er bijvoorbeeld nog steeds geen grote expositie geweest over islamisering in Nederland door de eeuwen heen?', vraagt Kossmann zich af.


Ook zouden musea vaker buiten hun eigen muren moeten kijken. 'In de voormalige jodenbuurt in Amsterdam waren op straat grote foto's van dezelfde plekken in de Tweede Wereldoorlog geplaatst. Indringender kun je het verhaal van een verdwenen verleden niet vertellen', zegt De Jong. Natuurlijk jeuken hun handen bij de gedachte aan zo'n locatiegebonden tentoonstelling met een maatschappelijke thema. 'Dan heb je immers echt een interessant verhaal te vertellen.'


kossmann.dejong.nl


Het Grachtenhuis

In een monumentaal grachtenpand aan de Amsterdamse Herengracht bouwde Kossman.dejong een interactieve installatie die een beeld geeft van de ontstaansgeschiedenis van de grachtengordel van Amsterdam. Vijf kamers bieden multimediale presentaties van beperkte duur om de grote bezoekersstroom te reguleren. In deze 'tijdreis' voelt de bezoeker letterlijk de benauwde leefomstandigheden van 17de-eeuwse Amsterdammers door het nagebootste straatrumoer en flikkerende lichteffecten die over een stadsmaquette worden geprojecteerd.


Het Dolhuys

Bij Het Dolhuys in Haarlem kon Kossmann.dejong geen gebruik maken van een collectie. Dit Museum voor de Psychiatrie bestond slechts uit het gebouw, een voormalige inriching. Bezoekers kunnen kennismaken met 'de wereld van de waanzin' door een dwaaltocht door het eeuwenoude pand. Bepalend in het ontwerp zijn de indringende verhalen van medici en patiënten, die op interactieve wijze worden verteld. Ook bieden getuigenisen uit de media en beeldende kunst een blik op de maatschappelijke opinie over wat gek en normaal is.


Fotomuseum

De ouderwetse 'doka' (donkere kamer) is het uitgangspunt van deze permanente Rotterdamse tentoonstelling van de hoogtepunten van 185 jaar Nederlandse fotografie. 22 karakteristieke foto's verbeelden de fotografiegeschiedenis. Thema's als 'Ik en de wereld' of 'Land en water' bepaalden de selectie. Van bovenaf worden filmpjes geprojecteerd op een kartonnen kaart die in fixeerbakken moet worden gelegd. Ook camera's, originele afdrukken en privé-attributen zijn te zien.


De Laurenskerk

De Laurenskerk is het oudste gebouw van Rotterdam. De kerk is door de vele presentaties veranderd in een 'een monument vol verhalen'. Elke kapel verbeeldt een thema uit de bewogen stadsgeschiedenis, zoals het bombardement van 1940 of de wederopbouw. De ene kapel staat vol met religieuze standbeelden, een andere is gedecoreerd met een stripverhaal. Bezoekers krijgen een audioboek mee waardoor het lijkt of de kerkmuren kunnen spreken.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden