EXCUUS!

De verontschuldigingen van regeringsleiders voor wandaden van hun voorgangers vliegen ons om de oren. Kun je spijt hebben van iets waarvoor je zelf niet verantwoordelijk bent geweest?...

door Willem de Bruin

DE PAUS is een man om jaloers op te zijn. Wie anders dan Gods plaatsbekleder op aarde is in staat in een symbolisch gebaar alle schuld op zich te nemen voor de misstappen en misdaden die de kerk de afgelopen tweeduizend jaar heeft begaan in zijn streven de zuiverheid van het geloof te bewaken? Premier Kok had het een stuk moeilijker toen het erom ging de joodse gemeenschap excuses aan te bieden.

De kerk bezoeken we niet meer, maar het biechten door regeringsleiders heeft nog nooit zo'n hoge vlucht genomen als de afgelopen jaren. Veel zondaars hebben daarbij enige schroom te overwinnen alvorens zij tegenover de wereld (en wie weet, in gedachten tegenover God) hun misstappen durven te belijden. De verontschuldigingen van premier Kok aan de joodse gemeenschap en de Japanse excuses aan het adres van Nederlandse oorlogsslachtoffer zijn slechts twee recente voorbeelden van publieke schuldbelijdenissen.

Vrijwel op hetzelfde moment vroeg de Duitse president Johannes Rau in het Israëlische parlement om vergiffenis voor de holocaust en verontschuldigde de patriarch van de orthodoxe kerk in Roemenië, Teoctist, zich voor de stilzwijgende collaboratie van de kerk met het bewind van Ceausescu.

Verder terug in de geschiedenis ging premier Blair toen hij zich een aantal jaren geleden tegenover Ierland verontschuldigde voor de Irish Famine in de jaren 1845-'49, toen naar schatting 800 duizend Ieren de hongerdood stierven zonder dat Londen een vinger uitstak. De regering van Canada heeft zich verontschuldigd voor de behandeling van de indianen, Australië betuigde zijn spijt tegenover de aborigines.

Wat is de verklaring voor deze mondiale biecht? Het is geen toeval dat vooral het laatste decennium, nu de weggevallen druk van de Koude Oorlog ruimte heeft geschapen voor een onbevangen terugblik op de geschiedenis, sprake is van een behoefte ons geweten te bevrijden van oude zonden. De Tweede Wereldoorlog blijft daarbij een belangrijk ijkpunt en heeft een onuitwisbaar stempel gedrukt op de idee van de mensenrechten.

De vijftigste verjaardag, in 1995, van het einde van de oorlog confronteerde ons bovendien opnieuw met de schendingen van de mensenrechten van toen en de manier waarop de wereld zich na 1945 heeft opgesteld tegenover die mensenrechten. De Koude Oorlog had niet alleen snel een einde gemaakt aan illusies over een nieuwe wereldorde, zij zou ook een alibi verschaffen om de rechten van de mens, ondanks hun afgekondigde universele geldigheid, met voeten te treden als de strijd tussen de ideologieën dat vereiste.

Historisch onderzoek heeft bovendien tot nieuwe inzichten geleid inzake goed en fout en het besef dat in het licht van de mensenrechten het koloniale verleden van de westerse democratieën evenzeer een kritische beschouwing verdient.

Het streven ons rekenschap te geven van onze daden in het verleden kan slechts worden toegejuicht. Maar is het aanbieden van excuses hiervan het logische sluitstuk? En zijn de slachtoffers, met alle respect voor hun verlangen naar erkenning van het leed hun aangedaan, hier ook mee geholpen? Om te beginnen is er de kwestie van de verantwoordelijkheid. Bij spijtbetuigingen in het dagelijks verkeer tussen mensen zullen zelden misverstanden bestaan over ieders verantwoordelijkheid. In het verkeer tussen staten en tussen de staat en zijn onderdanen wordt het al gecompliceerder, vooral wanneer het gebeurtenissen uit het verleden betreft onder de verantwoordelijkheid van de toenmalige regering.

De juridische benadering wil dat de regering, als belichaming van de staat, altijd aansprakelijk blijft voor de daden van haar voorgangers. Het moge duidelijk zijn dat dit een abstracte verantwoordelijkheid is. Consequent toegepast kan zij ons voor een onoverkomelijk moreel dilemma plaatsen. De regering van Nelson Mandela is in alle opzichten de rechtsopvolger van het apartheidsbewind. Toch zal niemand verwachten dat Mandela als slachtoffer van dat bewind namens de staat zijn excuses zal aanbieden aan de Zuid-Afrikaanse bevolking. Het lag in dit geval voor de hand dat, zoals ook is gebeurd, oud-president De Klerk zijn verontschuldigingen aanbood voor de wandaden tijdens de apartheid. Het ANC heeft op zijn beurt excuses aangeboden voor de behandeling van de gevangenen in de beruchte ANC-kampen.

Mag dit een extreem voorbeeld zijn, het confronteert ons op een indringende manier met de vraag: kun je spijt hebben van iets waarvoor je zelf niet verantwoordelijk bent geweest? Toen premier Kok eind januari in Stockholm een conferentie over de holocaust bijwoonde, liet hij weten niets te voelen voor excuses aan de joodse gemeenschap voor de ontvangst die hun na de oorlog in Nederland ten deel was gevallen. 'Ik zou eerder zeggen: het is te betreuren, dan: het spijt ons.'

Anders dan Van Kemenade bij de presentatie van zijn rapport over de teruggave van joodse bezittingen suggereerde, is dit geen woordspelletje. 'Wij kunnen iets betreuren of zelfs veroordelen waar we zelf part noch deel aan hebben gehad, bijvoorbeeld een aardbeving (...) of volkenmoord, zoals in Rwanda. Spijt kunnen we daar niet over hebben want we zijn daar niet verantwoordelijk voor. We kunnen er daarom ook geen excuses voor maken', stelde J.L. Heldring in NRC Handelsblad nadat Kok onder druk van de Kamer alsnog was gezwicht en toch 'excuses' had aangeboden.

De principiële houding die Kok in Stockholm had ingenomen, bleek helaas slecht bestand tegen zijn nog grotere afkeer van gezeur. Een paar weken later zag Kok er zelfs geen been in een tegenovergestelde positie in te nemen. Samen met minister Van Aartsen van Buitenlandse Zaken reisde hij medio februari naar Tokio om de weg te bereiden voor de komst van de Japanse keizer naar Nederland.

HET WAS duidelijk dat een bezoek van keizer Akihito voor veel voormalige gevangenen uit de 'Jappen-kampen' alleen aanvaardbaar zou zijn wanneer de Japanse regering alsnog op de een of andere manier zijn excuses aan de Nederlandse oorlogsslachtoffers zou maken. Waar Kok in het geval van de joodse tegoeden zijn regering aanvankelijk niet verantwoordelijk achtte, werd nu van de Japanse regering geëist dat zij alsnog excuses zou maken voor daden van een halve eeuw geleden.

De kwestie-Japan leert dat het veronderstelde gelijk van de eisende partij makkelijk tot morele hoogmoed kan leiden. In zijn tevredenheid over de verklaring van premier Obuchi, waarin deze zijn 'diepe spijt' en 'oprechte excuses' tot uitdrukking bracht voor het leed dat Japan ook aan Nederlandse oorlogslachtoffers heeft berokkend, vergat premier Kok kennelijk dat Japan al sinds het begin van de jaren negentig aan de lopende band excuses heeft gemaakt, zij het in bewoordingen die de slachtoffers nooit ver genoeg gingen. Ook de verklaring van premier Obuchi kan nog steeds niet hun goedkeuring wegdragen.

Obuchi heeft nu weliswaar expliciet de Nederlandse oorlogsslachtoffers genoemd, doch hij deed dit niet, zo luidt ditmaal het verwijt, in het openbaar. Rudy Kousbroek sprak in 1995 in de Volkskrant reeds de verwachting uit dat de Japanners excuses kunnen blijven aanbieden tot ze blauw zien. 'Van de Japanners worden voortdurend excuses verlangd en vervolgens worden die niet aanvaard met verwijziging naar hun vermeende dubbelhartige en leugenachtige aard.'

Het is waar dat Japan anders dan Duitsland altijd grote moeite heeft gehad met de verwerking van zijn oorlogsverleden. Spijtbetuigingen werden mede om die reden in zo algemeen mogelijk termen gesteld en het noemen van specifieke gebeurtenissen werd vermeden. Het vaak aangevoerde cultuurverschil, het christelijk geïnspireerde schuldbesef tegenover de oosterse schaamtecultuur, speelt ongetwijfeld een rol, maar vormt slechts een deel van de verklaring.

Een heikeler punt is dat in de kritiek van de slachtoffers een soort ongeduld, gevoed door onbegrip, doorklinkt over de in hun ogen stelselmatige weigering van Japan de 'werkelijkheid' van toen onder ogen te zien. Die werkelijkheid was in veel gevallen gruwelijk, en de Koreanen en de Chinezen hebben om die reden nog meer reden excuses te verlangen dan Nederland.

Dat laat onverlet dat waar Duitsland ondubbelzinnig afstand heeft genomen van het nazisme, in Japan velen nog altijd van mening zijn dat het oorlogsdoel van Japan in beginsel gerechtvaardigd was, namelijk Azië te bevrijden van het kolonialisme. Het is dit punt dat de kwestie-Japan verbindt met de in Nederland al even gevoelige kwestie-Indonesië. Want hoe pijnlijk de waarheid soms ook kan zijn, Nederland was ten tijde van de Japanse invasie een koloniale macht en de facto bezetter van de Indische archipel.

KOK WAS ogenschijnlijk consequent toen hij zich een week geleden bereid verklaarde nu ook Indonesië zijn excuses aan te bieden, daar het volgens hem geen pas gaf met twee maten te meten. Het probleem is dat de Indische gemeenschap in Nederland dat nu juist wel verlangt. Nog geen week later verklaarde de premier dan ook dat hij zich natuurlijk geen oordeel wilde aanmatigen over het 'democratisch genomen besluit' van destijds de politionele acties te beginnen. En uiteraard ging een vergelijking met Japan niet op want wat Japan in Azië heeft gedaan is 'veel ernstiger'.

Kok heeft uiteraard gelijk als hij stelt dat de huidige regering niet verantwoordelijk kan worden gesteld voor de wijze waarop de dekolonisatie zich heeft voltrokken, maar waarom is de huidige Japanse regering dan wel verantwoordelijk voor de oorlogsmisdaden van destijds?

Indonesië heeft ook nimmer officieel om excuses gevraagd, niet aan Nederland en overigens ook niet aan Japan. De wens de ontwikkelingsrelatie met beide landen niet in gevaar te brengen, heeft daarbij aan Indonesische kant minstens zo'n belangrijke rol gespeeld als de wens het verleden te laten rusten.

Andermaal dreigt het gevaar dat de regering, niet bij machte het leed van de slachtoffers te negeren, zich laat gijzelen door belangengroepen die zich het morele recht hebben toegeëigend te bepalen wie zijn excuses waarvoor moet aanbieden en of eenmaal gemaakte excuses afdoende zijn.

Daarbij wreekt zich het bij de slachtoffers levende misverstand dat wanneer iedereen maar bereid zou zijn kennis te nemen van de feiten en het verleden overeenkomstig te verwerken, dit vanzelf tot een eensluidend beeld van de geschiedenis leidt. Ongeduld en onbegrip over de jarenlange weigering van Japan de verlangde excuses aan te bieden, wordt door de slachtoffers in het geheel niet strijdig bevonden met hun verzet tegen Nederlandse excuses aan Indonesië. Het spreekt immers voor zich dat 'wij' goed waren en 'zij' fout.

Waar regeringen met het oog op de goede betrekkingen met andere landen vaak liever vergeten, hebben slachtoffers doorgaans het geheugen van een olifant en kan in het verleden toegebracht leed nog generaties lang worden doorgegeven. Ook wie meent dat de huidige regering verantwoordelijk blijft voor de daden van haar voorgangers, zal niet kunnen ontkomen aan de vraag hoe ver men terug wil gaan.

Moet de Spaanse regering alsnog haar verontschuldigingen aanbieden voor de verdrijving van de joden in 1492? De vraag is niet bedoeld om te ridiculiseren, daar de kwestie serieus aan de orde kwam toen in 1992 werd herdacht dat de 'katholieke koningen' Ferdinand van Aragon en Isabella van Castilië 500 jaar geleden het decreet uitvaardigden dat de joden in Spanje de keuze bood tussen zich bekeren en vertrekken.

Toen president Clinton in 1998 een bezoek bracht aan Afrika, sprak hij een ondubbelzinnige veroordeling uit over de slavernij, maar weigerde hij daarvoor namens de Amerikaanse regering zijn excuses aan te bieden, daar de slavenhandel al bestond voordat de Verenigde Staten een natie vormden. Dat Clinton bevreesd was dat hij dan ook zijn verontschuldigingen aan de indianen zou moeten aanbieden, zal hierbij ongetwijfeld een rol hebben gespeeld. Misschien dat de Afrikanen zich voor verontschuldigingen beter tot Nederland kunnen wenden, gezien ons aandeel in de slavenhandel. En zou dan niet ook de koning van de Ashanti, wiens voorgangers er niet tegenop zagen hun onderdanen aan de Nederlandse slavenhandelaren te verkopen, zijn excuses moeten aanbieden?

Wie deze weg bewandelt, bereikt eerder het tegendeel van wat hij beoogt, namelijk dat excuses een vrijblijvend, nietszeggend ritueel worden, onderworpen aan de wet van vraag en aanbod.

Excuses zijn een aspect van het veel bredere vraagstuk van hoe een samenleving naar zijn verleden moet kijken. Waar het misdrijven tegen de menselijkheid betreft, is berechting van de schuldigen voor de internationale rechtsorde van groter belang dan het aanbieden van verontschuldigingen. Daarnaast zijn de slachtoffers vermoedelijk meer gebaat bij schadeloosstelling dan bij letterlijk en figuurlijk goedkope excuses. De vraag is bovendien wat, bijvoorbeeld in het geval van Japan, excuses waard zijn die met het mes op de keel zijn afgedwongen.

Een spijtbetuiging kan bijdragen aan het normaliseren van de betrekkingen tussen staten of bevolkingsgroepen, maar heeft in moreel opzicht alleen betekenis wanneer degene die ze uitspreekt ook verantwoordelijkheid draagt en aanvaardt voor wat is gebeurd.

Wanneer president Wahid zijn verontschuldigingen aanbiedt voor de misdragingen van het leger op Oost-Timor, doet hij dat in de wetenschap dat zijn regering daarop kan worden aangesproken. Wanneer premier Blair Ierland zijn spijt betuigt voor de hongersnood van anderhalve eeuw geleden, rijst al snel de vraag of hij daarbij niet vooral aan het Ierse vredesproces denkt.

Het kost weinig moeite met onze kennis van nu en het handvest van de mensenrechten in de hand, de wereldgeschiedenis als een aaneenschakelingen van misdrijven tegen de menselijkheid te veroordelen. Dat voedt ongetwijfeld onze gevoelens van morele superioriteit ten opzichte van onze voorouders, maar van de huidige generatie politici nog excuses verlangen, veronderstelt het bestaan van een overerfbare collectieve schuld, die het zicht op de geschiedenis eerder verduistert dan verheldert.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden