Examen Nederlands? Probeer het lekker zelf

Eindexamens

De eindexamens beginnen vandaag met het meest betwiste examen van allemaal: Nederlands. Een onmogelijke opgave vinden veel leraren en leerlingen. Waarom eigenlijk? De Volkskrant nam de proef op de som. Voor u ligt een artikel dat zou kunnen dienen als eindexamentekst Nederlands. Probeert u vooral de 5 meerkeuzevragen in te vullen. Onderaan de pagina staan de antwoorden met toelichting.

Beeld Marcel van den Bergh

Vorig jaar mei, nadat zijn vwo-leerlingen het examen Nederlands hadden gemaakt, haastte Arnoud Kuijpers (28) zich naar huis en nam plaats aan de eettafel. Hij zette een timer en begon aan de opgaven.

Dat doet hij elk jaar, zegt de docent van het Candea College in Duiven. Want als je het examen gemaakt hebt, begrijp je de fouten van leerlingen beter. En bovendien: hij is benieuwd welke merkwaardige vragen er nu weer zitten in het omstreden examen, dat hij zelf typeert als 'verschrikkelijk'.

Kuijpers, die een paar dagen later zou worden uitgeroepen tot beste leraar Nederlands van 2015, las de vier teksten in het examen, onderstreepte belangrijke passages, krabbelde woorden in de kantlijn en beantwoordde de vragen.

Eén daarvan ging over een dorp op Antarctica. Met welk woord kon de aanblik van McTown het beste worden gekarakteriseerd - campusachtig, industrieel, ouderwets of rommelig? Kuijpers pakte de betreffende passage er nog eens bij. Het was 'een samenraapsel van containerachtige gebouwen, loodsen, brandstoftanks en barakken', zo las hij. Hij koos voor antwoord b: industrieel.

Maak kennis met de lichting van 2016

Twee weken, 70 examens en een hoop zenuwen. De Volkskrant volgt 'De lichting van 2016' - tien leerlingen met heel verschillende achtergronden. Lees hier aflevering 1: hoe gaan de leerlingen de examens in?

Kuijpers maakte de 36 opgaven ruim binnen de beschikbare tijd. Toen pakte hij het antwoordmodel en begon te corrigeren, in de hoop dat hij een cijfer zou halen waarop hij als leraar trots kon zijn. De vraag over Antarctica had hij alvast fout gedaan, zag hij tot zijn afgrijzen. Het enige goede antwoord was: 'rommelig'.

'En, hoe heb je het gemaakt?' vroeg zijn vriendin.

'Ik durf het bijna niet te zeggen', zei Kuijpers. 'Ik had een 7,8.'

Kuijpers is niet de enige docent die ontevreden is over het examen Nederlands. 'Een ramp', noemde docent Kees Beekmans van het Colegio Arubano op Aruba het onlangs in de Volkskrant. 'Ik schaam me er zelfs voor, tegenover mijn leerlingen.' Beekmans beweerde dat geen enkele docent een 9 kan halen voor het examen, laat staan een 10.

'Ik heb geen harde cijfers', zegt docent Christine Brackmann namens het sectiebestuur Nederlands van de Vereniging van Leraren in Levende Talen, 'maar ik schat dat 80 tot 90 procent van de docenten ongelukkig is met deze manier van examineren.'

Ook uit wetenschappelijke hoek klinkt kritiek. Drie jaar geleden schreef een groep hoogleraren een boze brief naar de Tweede Kamer. 'Het huidige eindexamen Nederlands toetst geen zinvolle kennis', schreven ze in een bijbehorend persbericht. 'De examens, die ieder jaar door tienduizenden scholieren worden afgelegd, zijn alleen te maken door kritische vaardigheden uit te schakelen en dat is het omgekeerde van wat er van toekomstige burgers verwacht mag worden.'

En de scholieren mopperen ook. In 2014 kreeg het Landelijke Actie Komitee Scholieren (LAKS) van ruim 37 duizend examenkandidaten 10 duizend klachten binnen over het vwo-examen Nederlands. Vorig jaar waren dat er liefst 22 duizend. Beide jaren stond het vak boven aan de lijst met vakken waarover het meest geklaagd wordt. Ook op de havo en het vmbo regent het klachten over het examen Nederlands.

Wat er mis is met het examen? Het begint volgens Kuijpers al bij de keuze om in het centraal examen havo en vwo alleen leesvaardigheid en argumentatieve vaardigheden te toetsen en geen schrijfvaardigheid of literatuur. Daardoor draaien veel lessen in de examenklassen ook vooral om lees- vaardigheid. 'En dat is nou niet het leukste wat je met je leerlingen kunt doen.'

De vraag is bovendien hoe relevant de vaardigheden zijn die in het examen getoetst worden. Zo moeten scholieren de functie van alinea's kunnen benoemen. Bevat een alinea een argument, een gevolg of een weerlegging? 'Daar zijn leerlingen heel hard op aan het oefenen', zegt Christine Brackmann van Levende Talen. 'Maar is dat wel nuttig? Bovendien kun je je afvragen: heeft een leerling die zo'n vraag goed beantwoordt inzicht in de tekst, of heeft hij het kunstje goed geleerd?'

Beeld ANP

Volgens Wilma van der Westen van het Platform Taalbeleid Hoger Onderwijs bereidt dit examen leerlingen onvoldoende voor op een vervolgopleiding. Ze constateert dat veel eerstejaarsstudenten moeite hebben met analytisch lezen - iets wat niet of nauwelijks in de examens voorkomt. 'Dan gaat het om de betekenis van een tekst', zegt ze. 'Zo moet een student verpleegkunde goed kunnen beoordelen of een bepaald geneesmiddel wel of niet gebruikt mag worden tijdens de zwangerschap.' Ook acht ze het, met het oog op de vervolgopleiding, van belang dat schrijfvaardigheid centraal getoetst wordt.

En dan is er nog de discussie over de kwaliteit van het examen zelf. Zo maakt taalkundige Marc van Oostendorp van het Meertens Instituut zich onder meer boos over de multiplechoicevragen. Dergelijke vragen werken goed als er naar feitenkennis wordt gevraagd, stelt hij, maar bij het toetsen van vaardigheden wordt het lastiger.

'Neem nou die vraag over die nederzetting op Antarctica', zegt Van Oostendorp. 'Daarbij was 'rommelig' het juiste antwoord, maar voor een of twee van de andere antwoorden was ook iets te zeggen. Het gaat om de argumenten die je aanvoert. Er is bij dit soort vragen altijd ruimte voor discussie.'

Hetzelfde probleem geldt voor het benoemen van functies van alinea's, zegt Brackmann. 'Waarom is een alinea een voorwaarde en geen voorbehoud? Waarom een nuancering en geen relativering?'

Maar ja, zegt Van Oostendorp, er was nu eenmaal behoefte aan een 'valide' examen. 'Tot een jaar of twintig terug moesten kandidaten een opstel en een samenvatting maken. Leraar A kon iemand daar dan een 9 voor geven terwijl een andere docent een 7 gaf. Daar wilden ze van af. Een leerling moest hetzelfde cijfer krijgen, wie het examen ook nakeek. Die meetbaarheid is nu zo dominant geworden. Dat veroorzaakt de huidige problemen.'

Bij toetsinstituut Cito kennen ze de kritiek op het examen Nederlands, zegt Alex van de Kerkhof, die verantwoordelijk is voor de taalexamens. Hij vindt echter dat er weinig op de inhoud van het examen aan te merken is. 'Voor wat het meet, namelijk of leerlingen een tekst kunnen analyseren op een bepaald niveau, is dit een goed examen. Maar je zou natuurlijk ook andere dingen kunnen toetsen, zoals schrijfvaardigheid. Dat bepalen wij niet, dat bepaalt het ministerie.'

Dat het onmogelijk zou zijn met meerkeuzevragen begrip en analytisch inzicht te meten, wuift Van de Kerkhof weg. 'Dat is een fabeltje. Natuurlijk kan het een nadeel gevonden worden dat een leerling zijn antwoord niet kan toelichten, maar daar staat tegenover dat zulke vragen goed beoordeelbaar is. En het zorgt voor minder nakijkwerk voor docenten.'

Het ministerie van Onderwijs benadrukt in een reactie dat het eindexamen breder is dan veel critici suggereren. Schrijfvaardigheid en literatuur komen misschien niet aan bod in het centraal examen, maar wel in het schoolexamen, aldus een woordvoerder. 'Ook het profielwerkstuk maakt deel uit van het examen. In de meeste gevallen gaat het daarbij om een geschreven document dat duidelijk schrijfvaardigheden vraagt.'

Beeld ANP

Ook laat de woordvoerder weten dat het College voor Toetsen en Examens (CvTE) naar aanleiding van de discussies van de afgelopen jaren meer aandacht besteedt aan de antwoorden bij meerkeuzevragen, zodat die zo min mogelijk ruimte laten voor discussie. 'Al zullen er altijd leraren zijn die vinden dat een ander antwoord ook mogelijk is.'

Hoe moet het dan wel? Arnoud Kuijpers heeft er wel ideeën over. Vorig jaar, voordat Jet Bussemaker hem in het radioprogramma De Taalstaat uitriep tot beste leraar Nederlands van 2015, greep hij zijn kans. Tijdens de uitzending vroeg hij de minister van Onderwijs of hij haar een alternatief eindexamen mocht aanbieden.

Dat mocht, zei ze.

Binnenkort moet dat alternatieve examen vorm gaan krijgen. Kuijpers zal dat niet alleen gaan opstellen. Op een docentenconferentie in juni, georganiseerd door betrokken docenten en de Vereniging van Leraren in Levende Talen, gaat hij met andere docenten in gesprek over de inhoud van zo'n nieuw examen.

Dat zal geen gemakkelijke opgave zijn, denkt hij. Want de een wil schrijfvaardigheid terug in het examen en de ander ziet nu al op tegen de enorme berg nakijkwerk die dat oplevert.

Zelf ziet hij een examenonderdeel voor zich waarin de scholier een krantenartikel moet lezen waar spelfouten en kromme formuleringen in staan. Die mogen ze er dan uithalen.

Maar voorlopig is dat nog toekomstmuziek. Vanmiddag maken de vwo-leerlingen nog gewoon het huidige examen. Vrijdagochtend zal Kuijpers zich over de opgaven buigen. En hopelijk haalt hij dit keer meer dan een 7,8.


VRAGEN

(1p) 1. Wat voor soort tekst is dit?
A Een uiteenzetting met beschouwende elementen
B Een beschouwing met uiteenzettende elementen
C Een betoog met uiteenzettende elementen

(1p) 2. Deze tekst gaat over het eindexamen Nederlands. Met welk woord kan dit examen het best worden gekarakteriseerd?
A verschrikkelijk
B rampzalig
C irrelevant
D discutabel

(1p) 3. Wat is de functie van alinea 17 [die begint met 'Hetzelfde probleem geldt voor...'] in deze tekst?
A voorbeeld
B opsomming
C nuancering
D relativering

(1p) 4. Welke drogreden kan een kritische lezer vinden in de redenering van Wilma van der Westen (alinea 14)?
A overhaaste generalisatie
B onjuist oorzakelijk verband
C beroep op autoriteit
D een cirkelredenering

(1p) 5. De laatste alinea van deze tekst bevat:
A een aanbeveling en een constatering
B een beoordeling en een conclusie
C een wens en een conclusie
D een wens en een verwachting


ANTWOORDEN

Toelichting vraag 1

De kandidaten weten het verschil tussen een uiteenzetting (een informerende tekst), een beschouwing (een opiniërende tekst) en een betoog (een tekst om iemand te overtuigen). 'Dit artikel is een mengvorm, zoals je terugziet in de antwoordmogelijkheden', zegt docent Arnoud Kuijpers. 'Ik twijfel zelf ook wat het goede antwoord is. Is dit artikel vooral bedoeld om te informeren of om de lezer een mening te laten vormen? Daarover kun je discussiëren. Zelf zou ik voor antwoord A kiezen.'

Toelichting vraag 2

Op deze vraag zijn minstens twee antwoorden te verdedigen, zegt docent Arnoud Kuijpers. 'Sommige havo-leerlingen kiezen misschien voor 'verschrikkelijk', omdat dat letterlijk in de tekst staat. De meeste vwo'ers weten dat dat niet het goede antwoord is. Ik zou hier kiezen voor 'discutabel', omdat meerdere personen vraagtekens zetten bij het examen. Het antwoord 'irrelevant' is met de juiste argumenten ook te verdedigen. Maar ja, de kandidaten mogen hun keuze niet toelichten.'

Toelichting vraag 3

Scholieren leren dat elke alinea een functie heeft. Maar soms is het lastig om die functie precies te benoemen, zegt Marc van Oostendorp. De truc is om goed op signaal-woorden te letten. 'Woorden als 'daarom', 'hoewel' en 'bijvoorbeeld' maken de structuur expliciet. In deze passage staat het woord 'hetzelfde' in. Als dit een examen zou zijn, zou ik daarom denken dat de vragenmaker antwoordB wil horen: opsomming.'

Toelichting vraag 4

Een soortgelijke vraag kwam een paar jaar geleden in een examen voor, zegt Marc van Oostendorp. 'De auteur gaf destijds in de tekst een voorbeeld om haar stelling te illustreren. Volgens de examenmakers maakte ze zich schuldig aan een overhaaste generalisatie. Maar als je een stelling en een voorbeeld geeft, zeg je daarmee nog niet: mijn stelling is juist vanwege dit voorbeeld. Bij deze vraag is dus geen enkel antwoord juist. Maar als ik toch zou moeten kiezen, zou ik adviserenA in te vullen.'

Toelichting vraag 5

Deze vraag lijkt op een vraag uit een eindexamen van 2015, zegt docent Christine Brackmann. Er was toen discussie over. 'Ook in deze tekst zijn er verschillende antwoorden mogelijk. De zin over toekomstmuziek mag je als een conclusie zien, maar een constatering is ook te verdedigen. Er zit bovendien een wens in, namelijk de wens dat het examen op een andere manier wordt vormgegeven. En dat de leerlingen zich over het examen zullen buigen dat is een verwachting. Ik zou daarom zowel C als D goed willen rekenen.'

Algeme toelichting

Wat voor soort vragen komen er in het omstreden examen Nederlands aan bod? En wat is het probleem met dergelijke vragen? Om dat inzichtelijk te maken, vroeg de Volkskrant een aantal critici om een voorbeeldvraag te bedenken bij dit artikel over het eindexamen Nederlands. Ze leggen zelf uit wat het probleem bij dergelijke vragen is, en ze geven indien mogelijk het juiste antwoord op hun vraag.

Disclaimer: Dit zijn geen vragen die zijn gemaakt door echte examenmakers. Deze vragen leggen de nadruk op wat er kan misgaan en zijn dus niet representatief voor alle vragen uit het examen. In het echte examen komen ook open vragen voor.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.