Interview

Ex-Dutchbatters klagen staat aan: 'We werden afgeschilderd als lafaards'

Ronald Wentink was in 1995 een van de blauwhelmen die bij Srebrenica overlopen werden door Servische milities, die daarna 8.000 moslims doodden. Samen met een aantal ex-maten klaagt hij de staat aan. 'We werden afgeschilderd als lafaards.'

Ronald Wentink: `De Serviërs hadden vrij spel.' Beeld Marcel van den Bergh/de Volkskrant

'Dit is mijn tweede huis', zegt Bosnië-veteraan Ronald Wentink wanneer hij een antieke jeep parkeert bij het legermuseum annex 'inloopcentrum' voor (ex)militairen in Gorinchem. Thuis, in hetzelfde provinciestadje, komen de muren soms op hem af.

Wentink (42) lijdt aan de post-traumatische stressstoornis (ptss). Als jonge korporaal maakte hij de val van de moslimenclave Srebrenica mee. In juli 1995 werden Nederlandse blauwhelmen onder de voet gelopen door Bosnisch-Servische troepen, die vervolgens circa 8.000 moslimjongens en -mannen vermoordden.

Hij weet niet wat hij erger vindt: 'het onbeschrijfelijke gevoel van machteloosheid' dat hij destijds had, of de periode na terugkeer in Nederland. 'Dutchbat III werd jarenlang beschuldigd in de media, we werden afgeschilderd als lafaards. Politici die ons hadden uitgezonden, namen het niet voor ons op.'

Onuitvoerbare opdracht

Nu is Wentink een van de meer dan honderd Dutchbatters die de Staat der Nederlanden aanklagen wegens nalatigheid en onzorgvuldigheid. Ze voelen zich gesterkt door de woorden die minister van Defensie Janine Hennis dit jaar sprak over de missie: 'Een opdracht die - reeds op voorhand - onuitvoerbaar was.'

Iedere Dutchbatter wist het al lang, maar het was voor het eerst in 21 jaar dat een bewindspersoon het toegaf. Voor Wentink was het 'een stukje erkenning', maar too little, too late. Zorgvuldig zijn woorden kiezend: 'Heel veel ellende had voorkomen kunnen worden als eerherstel er eerder was gekomen. Ook dat mensen eruit stapten.' Niet uit het leger, maar uit het leven.

Wentink keerde na zijn zes maanden durende uitzending ('de eerste en enige') het leger de rug toe. Hij wilde voordien officier worden, maar was 'kwaad op Defensie die mij en de Bosnische vluchtelingen had laten zitten', zei hij tien jaar geleden tegen de Volkskrant. Toen ging het hem nog relatief goed. 'Ik wist het kennelijk lang te verstoppen, ik zat in een ontkenningsfase. Maar het is toch tot een uitbarsting gekomen.'

Premier Mark Rutte en minister van Defensie Jeanine Hennis hebben een ontmoeting met leden van Dutchbat III. Beeld anp

Vijf jaar geleden verloor hij zijn baan, als ict-medewerker bij een bank, waar hij zich steeds minder op zijn werk kon concentreren. Datzelfde jaar ging zijn partner bij hem weg. 'Het was geen doen meer voor haar, samenleven met mij. Ze werd er gek van. Ik schreeuwde in mijn slaap, maaide met mijn armen. Ik beleefde alles opnieuw.'

Een steeds terugkerend beeld was dat van een door granaatscherven gewond meisje dat hem in de armen werd gedrukt. 'We hebben haar naar een ziekenpost gebracht. Of ze het overleefd heeft, weet ik niet. Die angstige blik in haar ogen, die kan ik nog steeds niet vergeten.'

Naast het gevoel van onmacht had hij het idee dat hem, en heel Dutchbat, 'onrecht werd aangedaan.' De VN, de legerleiding en politici in Den Haag lieten de blauwhelmen in de steek, zo ervaarden ze het.

'Er was ons van alles beloofd. Niet alleen luchtsteun, waar iedereen het altijd over heeft, maar ook versterking van ons bataljon op de grond. Het kwam er niet van. Zeker, dat is ook te wijten aan de Bosnische Serviërs, die konvooien op weg naar Srebrenica tegenhielden. Maten die van verlof terugkwamen, werden niet meer toegelaten. We dachten: De VN laten niet met zich sollen. Dat gebeurde wel. De Serviërs hadden vrij spel.'

'Uiteindelijk zaten we zonder munitie. We hadden ons kunnen verweren als we de middelen hadden gehad. Dat zouden we ook gedaan hebben.'

'Toen de Serviërs binnenvielen, hebben we vluchtelingen begeleid naar onze compound. Onderweg hielpen we mensen die slecht ter been waren. We boden medische hulp, zo goed en kwaad als het ging. Eenmaal aangekomen deelden we voedselrantsoenen met hen. Dat is wat we konden doen. Meer niet.'

'Knop om'

Terug in Nederland verliet hij niet alleen het leger maar ook zijn vriendin. 'Ik kwam zó anders terug, ik wilde niet meer.' Een paar jaar later kwam hij de moeder van zijn twee kinderen tegen. Bij de geboorte van het eerste kind zette hij 'een knop om': 'Nu moet ik klaarstaan voor mijn gezin. Dat heeft wel een tijdje geholpen.'

Hij had een paar baantjes voordat hij voor langere tijd bij een bank aan de slag ging. 'Ik vluchtte in mijn werk en spoelde daarna mijn frustraties weg met alcohol om rustiger te kunnen slapen, zoals anderen van Dutchbat drugs gebruikten als verdoving. Ik werkte zestig uur per week, om maar zo weinig mogelijk stil te staan bij de gebeurtenissen uit het verleden. Toen ik mijn baan kwijtraakte bij een reorganisatie had ik plotseling heel veel vrije tijd, en er kwam van alles boven over de missie. Ik kon er niet mee omgaan. Toen ik hoorde dat een collega uit het leven gestapt was, vond ik het tijd om hulp te zoeken. Ik dacht: straks is het voor mij ook te laat.'

Het werd een moeizame zoektocht naar zorgverlening - een veelgehoorde klacht onder veteranen. Via een maatschappelijk werkster van Defensie kwam hij in 2013 terecht in het militair hospitaal in Utrecht, waar hij werd opgenomen. 'Er werd gezegd: 'Misschien heb je ptss'. Maar het onderzoek werd niet afgemaakt.' Daarna viel hij 'weer in een gat'.

Pas in 2015 sloeg een vrijwilligster van het ontmoetingscentrum in Gorinchem alarm. 'Met veel moeite heb ik me in de bureaucratie gestort. Dit keer kwam er wel een serieus onderzoek. Al snel bleek: ptss. Het was geen verrassing, wel een shock. Je krijgt toch een stempel, in de ogen van je hele omgeving. Nou ja, omgeving... ik had nauwelijks mensen om me heen'.

Wat volgde, waren een individuele therapie en een groepstherapie, met veteranen van diverse missies. 'Ik heb drie jaar moeten wachten op de juiste hulpverlening. Die kwam net op tijd. Het leven interesseerde me geen bal mee. Ik wilde alleen nog overeind blijven wegens de kinderen.'

Hij heeft inmiddels zijn draai gevonden, als vrijwilliger bij het ontmoetingscentrum in Gorinchem waar hij ook lotgenoten tegenkomt. Vorig jaar kon hij het voor het eerst opbrengen naar de jaarlijkse Veteranendag in Den Haag te gaan. Wentink liep niet mee in het defilé ('dat was een brug te ver'), maar bleef op het Malieveld waar veteranen zich verzameld hadden. Dit jaar voelde hij 'zich niet goed om te gaan'. Zittend voor de tv hoorde hij hoe minister Hennis sprak over de tot mislukken gedoemde missie in Bosnië.

Meer dan honderd Dutchbatters dagen staat

Niet eerder besloten veteranen groepsgewijs naar de rechter te stappen met een claim tegen de staat. Meer dan honderd militairen van Dutchbat III hebben zich aangesloten bij de twaalf initiatiefnemers.

Volgens hun advocaat Michael Ruperti eisen ze genoegdoening wegens 'onherstelbare schade op sociaal, emotioneel en financieel gebied.'

Ruperti schetst de gang van zaken: in juli heeft de groep het ministerie van Defensie formeel aansprakelijk gesteld ('de voorbode van een dagvaarding'), deze maand vindt overleg plaats met vertegenwoordigers van Defensie over de claim, en als dat niet tot overstemming leidt volgt een rechtszaak. Defensie erkende tot dusverre alleen individuele claims wegens een post-traumatische stressstoornis (ptss). Ruperti: 'Wij willen een algemene schadecompensatie, omdat de overheid voor, tijdens en na de uitzending nalatig en onzorgvuldig is geweest tegenover het hele bataljon.'

Onderscheidingen, waarderende woorden en nazorg zijn in de ogen van zijn cliënten onvoldoende om hen recht te doen. Ruperti en de Dutchbatters beraden zich nog over het 'prijskaartje' dat ze de overheid zullen presenteren.

'Nationaal eerherstel'

Zo is het, dacht Wentink. Maar ook: waarom nu pas? Jaren nadat Dutchbatters hun relaties kapot zagen gaan, niet aan de slag kwamen bij een baas met 'Srebrenica' als ballast, of kozen voor zelfdoding. Hoeveel collega's dat deden, weet hij niet. Maar het zijn er waarschijnlijk veel meer dan de twee militairen die sneuvelden tijdens de missie, weet hij uit contacten met oud-collega's. Wentink denkt dat sommigen niet konden leven met het schuldgevoel, 'omdat de overheid het eigen falen nooit erkend heeft'.

Wat Wentink nu voor ogen staat, is 'nationaal eerherstel'. 'Geld is niet de hoofdzaak. Daar maak je de verwoesting van levens niet mee ongedaan.'

Hij was een van de eersten die zich, afgelopen zomer, opmaakten voor een groepsgewijze rechtszaak tegen de staat. 'Ik had geen zin in een individuele zaak. Ik ken mensen die er tien jaar of langer mee bezig zijn, en dan elke dag weer denken aan de gebeurtenissen van toen.'

Nabestaanden van de slachtoffers van de genocide rouwen in 2015 in Bosnië, 20 jaar na de val van de enclave. Beeld Julius Schrank/de Volkskrant

Belangrijker vindt hij het om saamhorigheid te tonen. 'Het gaat me om de groep als geheel. We nemen de stap ook namens degenen die er niet meer zijn.'

'Fantastisch' noemt hij het dat de plaatsvervangend commandant van Dutchbat, Rob Franken, zich heeft aangesloten bij de procederenden. 'Nu is de hele groep, van hoog tot laag, vertegenwoordigd.' Hij heeft over de missie gezegd dat hij zich 'belazerd en opgeofferd' voelde - woorden waarin Wentink zich goed kan vinden.

Franken maakte zijn stap vorige week bekend via advocaat Michael Ruperti. Deze week hebben zich volgens de raadsman nog tal van Dutchbatters aangesloten.

De rechtszaak (of een schikking; zie kader) moet ook voorkomen dat er nog meer leed wordt aangericht, stelt Wentink. 'Eerherstel betekent dat minder mensen hulp hoeven te zoeken. Zolang de frustratie blijft, is het hoofdstuk niet afgesloten.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden