Ex-communisten willen links Italië inlijven

Een halve eeuw lang hebben de Italiaanse communisten gevochten om in de regering te komen. Ze hebben er zelfs het communisme voor opgegeven....

JAN VAN DER PUTTEN

Van onze correspondent

ROME

Op het donderdag begonnen partijcongres willen ze van hun PDS een nieuwe partij maken voor heel democratisch links. Die partij moet de springplank worden voor haar leider Massimo D'Alema om premier van Italië te worden.

Zes jaar geleden werd de Partito Comunista Italiano, de roemruchte partij van Togliatti en Berlinguer, door partijleider Achille Occhetto omgevormd tot de Partito Democratico della Sinistra, de Democratische Partij van Links. In tranen zegden de gestaalde kaders hun erfgoed vaarwel. Een minderheid huilde ook, maar uit woede. Die minderheid stichtte Communistische Herstichting, de partij die het tegenwoordig de regering-Prodi en haar oud-kameraden van de PDS zo razend lastig maakt.

Zoals de PCI de grootste communistische partij was van het Westen, zo is de PDS de enige Westerse postcommunistische partij die de val van de Muur met glans heeft overleefd. Dat dankt ze niet alleen aan zichzelf, maar ook aan de corruptie van de oude regeringspartijen. Toen die door de rechters werden weggevaagd, was de PDS er zeker van dat ze de macht zou overnemen.

Maar in de verkiezingen van maart 1994 was het niet de PDS die het politieke vacuüm vulde, maar de tv-baas Berlusconi. Die vriend van de oude politici was zelf de politiek ingegaan uit angst dat de 'communisten' hem zijn zenders zouden afpakken. In de Europese verkiezingen in juni van dat jaar maakte Berlusconi de PDS opnieuw in.

PDS-vader Occhetto trok de consequenties en trad af als partijsecretaris. Wie zou hem opvolgen? Zijn rechterhand, de intelligente, wat kil overkomende Massimo D'Alema? Of de sympathieke, erudiete Kennedy-fan Walter Veltroni, hoofdredacteur van de partijkrant L'Unità?

Het partijapparaat koos voor D'Alema. Deze besnorde veertiger nam lessen in imagoverbetering, zocht toenadering tot het centrum en werd de politieke sponsor van kandidaat-premier Romano Prodi. Veltroni werd de tweede man van deze ex-christen-democraat. Hun Olijf-coalitie won de verkiezingen van 21 april 1996.

Voor het eerst kwamen de erfgenamen van de communisten op het pluche. Ze legden beslag op bijna de helft van de fauteuils van de ministers en de staatssecretarissen. Maar comfortabel regeren is er niet bij. Daarvoor is de Olijf te bont - Nederlands paars is in Rome een vaal kleurtje - en de afhankelijkheid van de oude communisten te groot. Zonder hen komt de regering ten val. En mèt hen dreigt ze nooit aan te komen op haar reisdoel, Maastricht.

D'Alema heeft duidelijke plannen voor zichzelf, de partij en Italië. Zelf wil hij als leider van de grootste partij premier worden. Maar hij kan Prodi niet zo maar aan de dijk zetten. Daarvoor zijn verkiezingen nodig. Maar eerst moet de nu al vijf jaar slepende overgang naar de Tweede Republiek worden afgerond. Anders kan het een nieuwe premier net zo vergaan als zijn vele voorgangers, die gemiddeld negen maanden aanbleven.

Daarom wil D'Alema eerst politieke stabilisering. En daarom heeft hij zich met succes opgeworpen tot leider van de tweekamercommissie die, als ze slaagt, Italië een nieuwe staatsvorm (het federalisme), een nieuwe regeringsvorm (een sterke president of een sterke premier) en misschien ook een nieuwe justitie gaat geven.

Oppositieleider Berlusconi probeert zijn onmisbare medewerking aan deze hervormingen zo duur mogelijk te verkopen. Op de openingsdag van het PDS-congres stelde hij D'Alema een 'akkoord voor Europa' voor. Dat akkoord zou vooral gaan over een drastische ingreep in de pensioenen. De orthodoxe communisten zijn daar mordicus tegen.

Maar de kiezers hebben niet gestemd voor een samenwerking tussen de tegenpolen D'Alema en Berlusconi. Zo'n akkoord zou ook in strijd zijn met het bipolaire systeem dat beiden zeggen na te streven: twee grote partijen die afwisselend regering en oppositie kunnen zijn.

De grote partij die D'Alema als machtsbasis wil gaan gebruiken is niet de PDS, en ook niet een tot partij uitgegroeide Olijf. Hij wil de PDS omvormen tot een moderne, Europees georiënteerde sociaal-democratische partij, die de kleine linkse en centrum-linkse partijtjes van de Olijf zou moeten absorberen.

Die operatie is gisteren begonnen in het immense sportpaleis in Rome.

Het resultaat moet een grote partij zijn met een nieuwe naam en een nieuw embleem. De hamer en sikkel, als relict nog aanwezig op het PDS-wapen, zullen definitief worden begraven. Het oude partijlied, Rode Vlag, is al vervangen door een nieuwe song. Niet vervangen wordt D'Alema. In de vóórcongressen heeft hij voor zijn voorstellen bijna 99 procent van de stemmen gekregen.

Volgens D'Alema's voorganger Occhetto lijkt dat percentage zó uit het stalinistische Bulgarije te zijn overgewaaid. Niks Bulgarije, riep D'Alema gisteren, het zal er hier hard aan toegaan. Werden daarom soms de journalisten weggejaagd?

Jan van der Putten

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden