Evenwichtskunstenaar

Twee keer brak kunstenaar Job Koelewijn zijn nek. Bereidt u zich maar voor op het ergste, zeiden ze in het ziekenhuis. 'Maar de tweede keer was in feite een makkie', zegt Koelewijn. Zijn eerste solo-expositie na zijn val is nu te zien.

Op 15 september 2011 brak beeldend kunstenaar Job Koelewijn voor de tweede keer in zijn leven een nekwervel. Hij kwam terug van een ouderavond - 'ik had mijn plicht gedaan' - en zette zijn schouder tegen een zware deur in het huis van zijn ex-vriendin. 'In die deur zat normaal gesproken glas, maar dat was er al een week uit. Ik viel door de deur heen. Ik zat onder het bloed en kon nog net naar de lift kruipen.'


Bereidt u zich op het ergste voor, zeiden ze in het ziekenhuis. 'Functieverlies dachten ze, verlamming. Zestien uur heb ik liggen huilen. Toen bleek dat het meeviel. Op het moment dat ik weer kon staan, zelf koffie zetten, zelf piesen, moest ik huilen van geluk. De revalidatie heb ik zingend uitgezeten, drie maanden lang, al was het in dat revalidatiecentrum net One Flew over the Cuckoo's Nest met al die gasten die niets meer konden. Het heeft me opnieuw sterker gemaakt. Nog euforischer, zou ik bijna zeggen.'


Sinds deze maand heeft Job Koelewijn voor het eerst na zijn val weer een solotentoonstelling, bij Galerie Fons Welters in Amsterdam. Tegenover elkaar hangen concentrische cirkels van krantenpapier - '1.86 meter in doorsnee, mijn lengte'. Ze verbeelden het leven en de dood. 'Leven en niet leven, hoog en laag, warm en koud. Het een kan niet zonder het ander. Het is de polariteit die ik zoek in mijn werk. Het staat ook voor een balans in het leven. Dat heb ik geleerd uit de boeken van Lao Tze, de grondlegger van het taoïsme: polariteit als scheppend principe van het universum.'


Het gaat goed met Job Koelewijn. Hij is trots op zijn nieuwe werk en over het pad dat hij heeft ingeslagen met zijn video-installaties. Zojuist heeft hij een werk verkocht waardoor hij weer een jaar vooruit kan, onafhankelijk, zonder subsidie. En hij is er de man niet naar om lang stil te staan bij wat de gevolgen hadden kúnnen zijn van zijn val in september vorig jaar. 'Ik ben daar al eens geweest. Deze keer was in feite een makkie.'


Na een ernstig auto-ongeluk op zijn 21ste zweefde hij lange tijd tussen hemel en aarde. Hij hield er een gedeeltelijke verlamming aan zijn rechterkant aan over, de uiteindelijke oorzaak van zijn letsel in september vorig jaar: hij kon de val niet opvangen. Het auto-ongeluk bracht hem het glasheldere inzicht dat hij er iets van moest maken. Doen wat hij écht wilde, want misschien 'dat iemand die wiskundeleraar is geworden, op z'n 28ste bedenkt dat hij eigenlijk liever iets heel anders had willen doen met z'n leven.' Job Koelewijn verliet de etaleursopleiding waaraan hij was begonnen omdat hij niets beters wist, en koos vol overtuiging voor de Rietveldacademie. 'Sinds mijn ongeluk ervaar ik de werkelijkheid zó intens. Dat wilde ik in kunst vertalen.'


'Mijn ongeluk' blijft een rode draad in elk gesprek met hem. 'Joseph Campbell, de schrijver, zegt dat zo'n ervaring een beproeving kan zijn, maar ook een soort test voor je psyche. Campbell heeft me laten zien dat je niet moet gaan zitten mekkeren als je zo'n ongeluk overleeft. Het kan ook een geschenk zijn.'


Het leven, dat is hier en nu. 'Ik probeer erg in het heden te leven. Niet meer zoals een paar jaar geleden, zo van: overmorgen ga ik beginnen aan een kunstwerk. Voordat ik vroeger een werk ging maken, lag ik drie weken op bed. De laatste jaren ben ik stabieler, ik zit veel meer in een flow. De mooiste metafoor van het kunstenaarschap is: je stapt op een ploeg en woelt het land om. Met wat geluk en talent vind je af en toe een goudstuk, vind je er geen, dan stop je. Ik blijf geen weken meer op bed liggen, maar ik stap elke dag op die ploeg. Het heeft te maken met ouder worden, maar ook met het feit dat ik dagelijks hardop een stuk voorlees uit een boek.'


Elke morgen staat hij om zeven uur op. Elke morgen hetzelfde ritueel: 'Bordje pap, appeltje, kop koffie en dan om kwart voor acht lezen, hardop, drie kwartier. Hij leest dagelijks één kant van een cassettebandje vol, al bijna zeven jaar lang. Een man van het Woord ja, dat is hij, zo mag je het gerust stellen.


'Ik heb altijd veel gelezen. Ik las James Joyce al op mijn 16de, A Portrait of the Artist as a Young Man. Stephen Dedalus. Die zit op een jezuïetenschool en op een dag moet hij bij de prefect of studies komen. Die zegt: 'Stephen, er zitten een paar bijzondere jongens in jouw jaar. Slim, intelligent, leadership. En Stephen, jij bent één van die jongens. Misschien roept God jou wel.' Dan geeft-ie hem een hand en Stephen voelt de afstand in die handdruk. Afstand in een handdruk! Is dat geen poëzie? Plotseling wordt Stephen wakker en denkt: 'Ik wil geen priester worden, nooit! I want to discover my own truth. Op dat moment kiest hij ten volle voor het kunstenaarschap. Wat een held, man, wat een goeie gast.' De parallel met zijn eigen leven mogen we er zelf bij bedenken.


In de galerie is een installatie te zien van stapels volgesproken cassettebandjes. De hoogte van elke stapel verwijst naar de dikte van het boek dat eronder ligt, veelal non-fictie werk van een grote denker. 'Die installatie is misschien een vorm van opportunisme, want ik kan niet meer zonder dat lezen. Die stapels bandjes zien er mooi uit, het is een mooi reliëf en het is een werk dat is ontstaan uit mijn geest. Ik gebruik mijn stem als materiaal. Is er iets mooiers, iets wezenlijkers?' Het werk is 'doordrenkt' met zijn stem, zegt hij, zoals hij jaren geleden bouillonblokjes verpakte in gedichten, om ze te 'doordrenken' met poëzie. 'Er zit een gek soort lijn in mijn werk.'


Hij spreekt gepassioneerd, in halve zinnen die voortdurend worden onderbroken door zijn eigen gedachten waarin denkers en dichters over elkaar buitelen. James Joyce, Erasmus, Michel Foucault, Peter Sloterdijk, Immanuel Kant, Marvin Minsky, Lao Tze, Krishnamuti en Charles Taylor, van wie een groot portret op de vloer van zijn atelier ligt. Op een werktafel staan kaarsen in de vorm van een zaklamp met de naam Spinoza erop. 'Daar moet ik nog een beetje aan werken. Ik werk altijd aan meerdere dingen tegelijk.' Plato ('een ouwehoer') en Sartre heeft hij aan de kant gezet, evenals de dichter Hendrik Marsman voor wie hij ten 'afscheid' ooit een grafsteen van babypoeder maakte, symbolisch voor het einde en het begin van het leven. 'Weer die polariteit hè?'


Zijn die gestructureerde leessessies niet een meditatief of semi-religieus ritueel? 'Voor mij is de essentie van dat lezen het aanscherpen van de geest. Punt! Ik zeg expres 'punt'. Geen meditatie, geen ideologie, geen nastreven van verlichting, alleen helderheid van geest. Ik zet die cassetterecorder aan en ik ben even helemaal weg. Het is een volkomen verslaving geworden. Vorig jaar in het ziekenhuis had een arts een apart kamertje voor me geregeld zodat ik kon doorgaan met die leessessies. Ik kan niet meer zonder.'


Het gaat hem steeds makkelijker af. 'Had je vroeger gezegd: je moet anderhalf uur per dag lezen, dan had ik het niet gekund, maar nu zou ik het kunnen doordat ik getraind ben. Lao Tze zei al: You have to learn to work without effort. Als bezigheden 'werk' worden, voel je weerstand, dan voel je niet de juiste energie. Als je ze benadert met liefde, met een soort ontvankelijkheid - dan krijg je de goede energie. Zo groeit dit werk maar door zonder dat het me moeite kost.'


In 2010, het Spinozajaar, zette hij een Mondial Reading Performance op, waarin Spinoza's Ethica van kaft tot kaft werd voorgelezen in diverse hoofdsteden. Nu werkt hij aan een nieuwe reading performance. Een passage uit Discipline and Punish van de Franse filosoof Michel Foucault wordt in tien talen voorgelezen door de telefoon. Er komt een luisterboek van in een kleine oplage. Dat lezen zal altijd blijven terugkeren in zijn werk, zegt hij, het is deel van hem geworden. Heeft-ie van zijn moeder. 'Mijn ouders hadden niet zo'n goed huwelijk en als mijn moeder weer eens somber was, of huilde, pakte ze een boek - de bijbel of gedichten. Als ik dan thuis kwam uit school, lachte ze weer.'


Job Koelewijn werd geboren in een Spakenburgs aannemersgezin. Zijn moeder was protestant-kerkelijk en traditioneel. Als eindexamenwerkstuk op de Rietveld, in 1992, liet hij moeder en tantes in Spakenburgse klederdracht de Rietveldacademie poetsen. Geuren uit zijn jeugd kwamen terug in zijn werk. Een Spinozatekst geschreven met Fresh Up, de aftershave van zijn vader. 'Die deed altijd veel te veel op van dat goedkope spul.' Pepermuntjes die hij kende uit de kerk. Een muur ingesmeerd met Dampo. 'Een van mijn broers had kinderastma en als hij het benauwd had, smeerde mijn moeder hem in met Dampo. Die geur heeft voor mij een positieve connotatie.'


Ook in zijn nieuwe werk komt Spakenburg terug, zij het onnadrukkelijk. Op een van zijn cirkels staat een boektitel van de Indiase spirituele leraar Jiddu Krishnamurti, Passion without Motive, erachter is een motief aangebracht ontleend aan zijn moeders klederdracht.


Dit jaar werd hij 50 en hij heeft het gevoel dat alles op z'n plaats is gevallen. 'Ook met mijn kinderen. Een paar jaar geleden ging mijn vriendin bij me weg met onze nog jonge kinderen. Ze had me gewaarschuwd. Ze had gedacht dat mijn obsessie met kunst zou afnemen als we kinderen zouden krijgen, maar mijn kunstenaarschap is de basis van mijn leven. Toen ze weg was, ging ik me weer net zo gedragen als op de Rietveld. Ik begon weer wiet te roken en ging weer naar het café. Het voelde heel erg als een déjà vu.


'Op een gegeven moment dacht ik: wat is dit nou voor fucking onzin! Op je 26ste is dat leuk en spannend, maar op je 46ste is dat onmacht, een zwaktebod.' Het was het moment dat hij zichzelf dwong systematisch te gaan lezen. 'Dat gaf me rust. De kinderen zijn nu drie dagen bij mij en dan ben ik er ook helemaal voor hen. De andere dagen verlang ik naar hen, dat is ook mooi. Daar heb je die polariteit weer hè.' In een van zijn nieuwe video-installaties figureert Dikkie Dik.


Af en toe springt hij op en scharrelt rusteloos door zijn atelier om iets te laten zien van een werk in wording. 'Ik had veel geld kunnen verdienen door mezelf te herhalen. Ik zou meteen naar dat goudstuk kunnen lopen, zonder te ploegen. Maar dat ploegen is mijn kunstenaarschap. Ik toets alles wat ik bedenk: of het betekenis heeft in mijn psyche, of ik een echte stap heb gemaakt.'


Zijn onafhankelijke financiële positie geeft hem handelingsmacht, zegt hij, 'een begrip dat vaak terugkomt bij Spinoza. Ik verkeer in een luxe positie, ik kan in een natuurlijk ritme werken. Als een curator belt dat hij volgende maand nieuw werk wil hebben, kan ik tegenwoordig zeggen: bel over een jaar nog eens terug. Je zegt toch ook niet tegen een appelboom: volgende week woensdag wil ik een appel?'


Job Koelewijn, Collage/Storyboard. T/m 12/1 bij galerie Fons Welters, Amsterdam.

Fonswelters.nl

Het consumptieve en het aardse


Boeken hebben voor beeldend kunstenaar Job Koelewijn een tweeledige functie. De inhoud slaat hij op in zijn hoofd. De omslagen gebruikt hij in zijn werk. In 2007 maakte hij Sanctuary, waarin hij twee uitersten verenigde: het consumptieve en aardse van een benzinestation en het stichtelijke van het lezen, uitgedrukt in de gerecyclede stofomslagen van zijn eigen boeken. Hoe ver benzine en boeken ook van elkaar lijken verwijderd, ze zullen waarschijnlijk allebei verdwijnen in de niet zo verre toekomst.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden