Even respijt in Hotel Tussentijd

PJOTR VAN LENTEREN

Het is geestig gevonden: Bibi, Melvin, de minister van Financiën en mevrouw Kokkeltoren van Franecker verstoppen zich allemaal uit schaamte op de wc. Dan zien ze een geheimzinnig groen licht en als ze naar buiten komen, blijken ze gast te zijn van een hotel in een andere dimensie. Daar mogen ze moed verzamelen voor de terugreis naar de echte wereld. Dat gaat niet iedereen even goed af.

In Hotel Tussentijd, geschreven door Lisa Boersen (1975), verzorgt gastvrouw Sari afhankelijk van het publiek een dagprogramma: zonnen en zwemmen aan het paradijselijke strand van het hotel, apekooien in de jungletuin of sneeuwballen gooien bij de sneeuwmachine van gastheer Giovanni, uitvinder van beroep. Daar knap je van op.

Alleen weet je als je weer thuis bent niets meer van je belevenissen. Gelukkig heeft Giovanni ook daar een oplossing voor verzonnen: een machine die het mogelijk maakt om één gedachte, één gevoel mee te nemen naar je gewone leven. Een idee dat wonderwel werkt: de vraag of je zelf niet toch misschien ooit in het hotel hebt gelogeerd - ergens op die memorabele dag dat je besloot je nooit meer voor iemand te schamen - dringt zich heerlijk aan de lezer op.

Maar het boek heeft daardoor ook onmiskenbaar een therapeutische ondertoon. Het gebruik in de klas in een les over pesten ligt zó voor de hand dat het een beetje aan de geloofwaardigheid van het verhaal knaagt. Heb jij je wel eens heel erg geschaamd? En wat voor herinnering zou jij willen meenemen uit het hotel? De spreekbeurt met aansluitend kringgesprek schrijft en organiseert zichzelf.

Om écht indruk te maken blijft het verhaal te oppervlakkig. Het viertal komt aan, krijgt een vermakelijke rondleiding, overnacht, en gaat weer terug. Even is het spannend, als Sari en Giovanni de volgende ochtend onvindbaar zijn en de groene lampen op de toiletten het niet meer blijken te doen. Komt hier dan de wending waar de lezer, al die tijd op het verkeerde been gezet, naar snakt? Zijn ze gevangen in een vergeten binnenzak van de tijd?

Maar nee, het blijkt een test. De mogelijkheid om wat hoognodige grimmige tinten aan te brengen in het verhaal laat Boersen liggen.

Misschien heeft ze Hotel Tussentijd toch iets te vlot uit de mouw willen schudden. De schrijfster debuteerde heel aardig met het kinderboek Jani Kekke en de blauwe dagdromer (2007) een boek waarin haar jeugdliteraire voorbeelden uit haar duidelijk gelukkige kinderboekenjeugd speels zijn verwerkt. Hotel Tussentijd heeft ook wel erg veel weg van een holderdebolder Annie M.G. Schmidt-avontuur, met het belangrijke verschil dat Schmidt in haar beste boeken veel meer gevaar, zwarte humor en betekenislagen verstopte.

Boersen kan behoorlijk schrijven en neemt de lezer vanaf de geestige eerste zin ('Jammer genoeg had Bibi geen astma - en wist ze ook niet hoe ze snel ergens astma van kon krijgen') handig mee door het verhaal. Maar veel verder dan die handigheid komt ze niet. Het sterke idee verstikt in nietszeggende gezelligheid.

Boersens ouderwetse escapisme met een twist is - zeker voor leeftijdgenoten die hun klassiekers koesteren - aangenaam. Maar het wordt tijd dat ze een tandje bijzet. Je kunt niet de rest van je schrijverschap veelbelovend blijven en met leunen op de klassieken is het ook een keer klaar. Boersen heeft sterke ideeën, maar het lijkt haar aan zitvlees te ontbreken.

Lisa Boersen: Hotel Tussentijd.

Met tekeningen van Lars Deltrap.

Gottmer; 148 pagina's; € 13,95.

ISBN 978 90 2575 003 9.

Vanaf 8 jaar.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden