Even goede vrienden

De oorlog in Irak dwingt Europa tot bezinning over fundamentele vragen. Hoe moet de EU zich verhouden tot de enige overgebleven supermacht, de Verenigde Staten, waar de macht is overgenomen door de 'neoconservatieven'....

'We zijn al 225 jaar in huwelijkstherapie en nog steeds getrouwd. En ik hoop dat ons huwelijk er ook over 225 jaar nog zal zijn.' De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Colin Powell deed deze week een dappere poging de crisis in de Amerikaans-Franse betrekkingen te relativeren. Op zijn eerste Europese bezoek sinds het uitbreken van de oorlog in Irak kwam hij donderdag in Brussel weer on speaking terms met zijn Franse en Duitse collega's.

Zijn baas, George W. Bush, is dat nog bepaald niet met de Franse president Jacques Chirac en de Duitse bondskanselier Gerhard Schröder. Chirac heeft sinds 7 februari geen contact meer met de Amerikaanse president. Bij Schröder gaat de radiostilte zelfs terug tot begin augustus, toen de bondskanselier zich met het oog op de verkiezingen besloot te verzetten tegen de 'militaire avonturen' van de VS. Op de NAVO-top in Praag kreeg hij van Bush slechts een beleefde handdruk. De Amerikaanse president vergeeft het Frankrijk en Duitsland niet dat zij in de VN het front tegen Saddam Hussein hebben gebroken.

Achter de verstoorde persoonlijke verhouding doemt iets veel groters op: het einde van de innige transatlantische verhouding die sinds 1945 de basis voor de Europese, dus ook Nederlandse, veiligheid vormde. Frankrijk heeft wel vaker met de Amerikanen overhoop gelegen, maar ongekend is dat de Duitsers en de Fransen gezamenlijk optrekken tegen Washington. De ruzie om Irak heeft Europa met een harde realiteit geconfronteerd: de verschillende hoofdsteden zijn het volstrekt oneens over de vraag hoe moet worden omgesprongen met de enig overgebleven supermacht, de VS.

Chirac spreekt relativerend van een 'meningsverschil onder goede vrienden' en een Europese 'crisis met een kleine c'. Maar experts in Europese en transatlantische verhoudingen in Londen, Parijs, Berlijn en Brussel denken dat een keerpunt is bereikt. 'Politici en diplomaten worden in dit soort crises betaald om te de-escaleren, maar als je mensen vraagt wat ze echt vinden, zeggen ze dat de sfeer zelden zo slecht is geweest', stelt Steven Everts, werkzaam bij het Centre for European Reform in Londen. In zijn ogen is de situatie zeker zo ernstig als tijdens de Suez-crisis van 1956, toen de voormalige wereldmachten Groot-Brittannië en Frankrijk door de VS op hun nummer werden gezet.

Hoe kon het zover komen? De in Europa slecht begrepen oorlogsdrang van de regering-Bush vormt uiteraard een belangrijke verklaring. Maar zeker zo opmerkelijk is het volgehouden verzet ertegen van Frankrijk en Duitsland. Want in het verleden liep Europese oppositie tegen de VS veelal uit op een al dan niet elegante draai. Die bleef dit keer uit.

Voor het verzet van Schröder en Chirac golden aanvankelijk vooral binnenlands-politieke motieven. Met zijn anti-oorlogsboodschap deed de bondskanselier het vorig najaar tijdens de verkiezingen uitstekend bij de Duitsers, die aan de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog een pacifistische inslag hebben overgehouden. Ook Chirac had een binnenlands motief voor zijn anti-oorlogshouding: die stelde hem in staat voor het eerst 'president voor alle Fransen' te zijn - een diep gevoelde behoefte, nadat de extreem-rechtse politicus Jean-Marie le Pen er in april 2002 in was geslaagd tot de tweede ronde van de presidentsverkiezingen door te dringen. Als leider van het 'kamp van de vrede' kreeg Chirac de kans al zijn landgenoten, links én rechts, duidelijk te maken waar Frankrijk voor staat - en speelde hij in op hun anti-Amerikaanse gevoelens.

Maar toen in januari het diplomatieke eindspel rond Irak begon, kreeg het Frans-Duitse verzet een structureler karakter. Het ging steeds minder om Irak en steeds meer om de manier waarop de VS hun hegemonie uitspeelden. Washington maakte met harde uitspraken en de troepenopbouw in de Golf duidelijk dat er hoe dan ook een oorlog zou komen. Chirac ergerde zich wild aan dat solistische optreden en besloot met Schröder één front te vormen. Tijdens de festiviteiten rond de veertigjarige Frans-Duitse verzoening brachten zij een gezamenlijke anti-oorlogsverklaring uit. Tegelijkertijd stuurden zij de rest van de EU de boodschap dat Frankrijk en Duitsland zichzelf als 'de motor van Europa' zien.

Wat De Gaulle jarenlang had geprobeerd en Duitse regeringen altijd hadden afgewezen, werd werkelijkheid: Duitsland werd de bondgenoot van Frankrijk in de strijd tegen de Amerikaanse hegemonie. Met succes organiseerde Frankrijk maximaal verzet in de Veiligheidsraad, waar het toevallig sinds januari door Duitsland werd vergezeld. De Franse diplomatie bewees in het VN-forum een grote nuisance value voor de VS te kunnen zijn.

Maar Chirac wil het daar niet bij laten. Net als zijn grote voorganger De Gaulle hoopt hij dat Europa een tweede supermacht wordt, of in ieder geval meer tegenwicht tegen de VS zal bieden. Ook Schröder laat steeds meer van dergelijke geluiden horen, wat voor een Duitse bondskanselier tot voor kort ondenkbaar was. Beide leiders belijden het geloof in een 'multipolaire wereld', lees: de VS mogen het niet alleen voor het zeggen hebben.

Tegenover de aanpak van Chirac en Schröder staat die van de Engelse premier Blair, die hoe dan ook aan de zijde van de Amerikanen wil blijven. Hij accepteert een 'unipolaire' wereld, waarbij hij erop vertrouwt de Amerikanen waar nodig te kunnen bijsturen. Enig succes valt hem in de Irak-crisis niet te ontzeggen: met vader Bush en Colin Powell was hij er verantwoordelijk voor dat de Amerikaanse president bereid was de gang naar de VN te maken - de haviken in Washington hadden überhaupt geen zin om daar steun voor de oorlog te vragen. Vervolgens verloor Blair het diplomatieke spel - een nederlaag die hij aan de koppigheid van de Fransen toeschrijft. Maar terwijl hij op het slagveld met de Amerikanen optrekt, tracht hij op diplomatiek terrein tussen Bush en de Europeanen te bemiddelen.

De vraag is wat te prefereren valt: Blairs consensus-aanpak of het conflictmodel van Chirac? Mag Europa vertrouwen op het unipolaire model of is de les uit 'Irak' dat een tegenpool nodig is?

Steven Everts mag dan in Londen zitten, hij is wel gecharmeerd van de Frans-Duitse benadering. Bij de effectiviteit van Blair plaatst hij kanttekeningen. 'Frankrijk en Duitsland hebben een punt als zij de invloed van Blair op Bush maar marginaal vinden. De VN zijn uiteindelijk toch gepasseerd.'

Maar wat te denken van het conflictmodel? Dat de EU daarmee succes kan hebben, bewijst de handelspolitiek: in WTO-verband onderhandelen de Europeanen spijkerhard met de Amerikanen en worden door hen gerespecteerd als gelijkwaardige partner. Vrede en veiligheid zijn echter van een andere orde, omdat daar de overlevingsvraag aan de orde is: wie zijn je vrienden in tijden van oorlog? EU-landen geven daar traditioneel verschillende antwoorden op.

Niet alleen Groot-Brittannië, maar ook Spanje, Italië, Nederland en de toekomstige Oost-Europese EU-partners hebben dan de neiging eerder naar de VS te kijken dan naar de grote buurlanden, Frankrijk en Duitsland. Een opzichtige poging tot blokvorming door Europa tegen de VS is dan ook gedoemd te mislukken. 'Als Duitsland en Frankrijk van de EU een tegenwicht proberen te maken, verenigen ze Europa niet, maar splijten ze het juist', hield CDU-buitenlandexpert Wolfgang Schäuble in de Bondsdag Schröder voor.

Zelfs het verzet van dat duo tegen de VS kan heel wel tijdelijk blijken. 'Laat eerst de oorlog maar eens voorbij zijn, dan schaart Duitsland zich weer aan de zijde van de VS', voorspelt Klaus-Dieter Schwarz, veiligheidsexpert bij de Berlijnse denktank Stiftung für Wissenschaft und Politik. 'Parijs moet beseffen dat Duitsland op de lange duur niet zal meedoen aan een alliantie tegen de VS.' Dat komt volgens hem niet alleen door de geschiedenis, maar ook door de vervlechting van de economieën en de gemeenschappelijke waarden. Daarmee noemt hij een belangrijk bezwaar tegen het confrontatiemodel van Chirac: Europa deelt de democratische principes van de VS en heeft grotendeels dezelfde belangen - een echte tegenpool moet het daarom niet eens willen zijn.

Toch heeft Europa er een strategisch belang bij dat er een tegenwicht bestaat voor de enig overgebleven supermacht. Geen macht zonder tegenmacht, is het gezonde uitgangspunt van de Amerikaanse grondwet. Ook op mondiaal niveau is een systeem van checks and balances nuttig. Op het moment dat haviken het Witte Huis overnemen en de hele internationale orde ter discussie stellen, moet de rest van de wereld, Europa voorop, in staat zijn tegengas te geven. 'Irak' stelt Europa voor de vraag, hoe het zijn invloed op de VS, en daarmee op de gang van zaken in de wereld, groter kan maken.

Europa moet 'assertiever, maar ook selectiever tegenover de VS staan', meent Steven Everts. 'De eerste reflex tegenover een Amerikaans voorstel is nu vaak: het is schandelijk. Vervolgens moet er dan alsnog worden bijgedraaid, zoals bij het ABM-verdrag is gebeurd. Het zou beter zijn af en toe tegengas te geven, maar het dan ook krachtig te doen.' Als lessen uit de Irak-crisis trekt hij er drie voor de grote Europese landen: 'De Britten moeten niet altijd meer ja tegen de Amerikanen zeggen, de Fransen niet altijd nee en de Duitsers moeten begrijpen dat er soms moet worden gevochten.'

Een middenweg tussen de consensusbenadering van Blair en het conflictmodel van Chirac bepleit ook Sylvie Goulard, onderzoekster bij het Centre d'Etudes et de recherches internationales (CERI) en toegevoegd aan de staf van EU-voorzitter Prodi. 'Europa moet een onafhankelijk standpunt durven innemen. Maar je moet Europa niet op willen bouwen als tegenmacht tegen de Verenigde Staten. Dat denken in blokken is gevaarlijk, dat zie je ook nu het oorlog is - het radicaliseert en leidt tot pure machtspolitiek.'

In haar ogen biedt de 'grote, diepe crisis' waar Europa nu in verzeild is geraakt, vooral een kans: 'Kijk naar de afgelopen tien jaar: op Europese toppen, bijvoorbeeld in Nice, ging het eindeloos over stemverhoudingen tussen landen, maar werd niet ingegaan op de werkelijk belangrijke vraag: welke rol willen we dat Europa in de wereld speelt? Om die discussie komen we nu niet meer heen. Iedereen voelt de noodzaak dat er een antwoord op die vraag komt.'

Welke weg Europa ook bewandelt, de experts zijn het over een ding eens: wil Europa haar invloed op het wereldtoneel vergroten, dan zijn hogere defensie-uitgaven noodzakelijk. De hoop is vervlogen dat het na het einde van de Koude Oorlog met veel minder of zelfs zonder kon. Wil Europa serieus genomen worden door de VS en ook zelf verspreiding van massavernietigingswapens tegen kunnen gaan of oorlogsdreiging op de Balkan het hoofd kunnen bieden, dan is een serieuzere Europese defensie nodig. Dat vereist meer samenwerking en meer geld.

'Je kunt niet meespreken als je niets kunt inzetten', zegt Bernhard May, atlantisch expert van de Deutsche Gesellschaft für Auswärtige Politik. 'Commissie na commissie stelt vast dat Duitsland meer aan defensie moet uitgeven, maar er gebeurt niets. De politici moeten de bevolking erop durven wijzen: alleen als Europa zijn huiswerk doet, kan het invloed hebben.' Steven Everts: 'Het is toch eigenlijk schandalig wat een land als België doet: roepen dat het niet aan de leiband van de VS wil lopen, maar zelf nauwelijks geld aan defensie uitgeven.'

De grote EU-landen hebben inmiddels geconcludeerd dat meer geld voor defensie nodig is. President Chirac heeft vorig jaar al zijn regering opdracht gegeven de achterstand op de Britten, de big spenders van Europa, in te lopen. Ondanks de economische teruggang en de noodzaak van bezuinigingen loopt het Franse defensiebudget op. In Duitsland ziet bondskanselier Schröder sinds kort in principe de noodzaak van een hoger defensiebudget in, al is de economische toestand er nog veel beroerder. Aan zijn sociaal-democratische collega Blair hoeft het nut daarvan niet te worden uitgelegd. In Nederland is die Europese les uit 'Irak' voorlopig niet getrokken - CDA en PvdA vinden het al heel wat, wanneer er niet nog verder op defensie wordt bezuinigd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden