Even geen prins

Er doen de laatste dagen twee verhalen de ronde over Claus. Het ene gaat over de gekwelde Claus. Het tweede gaat over Claus als alerte, geestige, ongebroken gesprekspartner....

Het cadeau was een fonds, een cultuurfonds. Op de dag van zijn zeventigste verjaardag, op 6 september 1996, werd het door premier Kok aan de prins uitgereikt. Een fonds is een cadeau dat niet veel mensen krijgen op hun verjaardag. Daarom voelde prins Claus zich gevleid, maar niet alleen daarom. Het fonds paste hem als zijn jas. Eigenlijk al meteen vanaf het begin. Het doel deugde: de cultuur in vergeten, arme landen versterken.

Adriaan van Dis, tot 1999 vice-voorzitter van het Fonds: 'Vanaf het begin ging het niet om folklore, om steun aan de dansende negers in de achtertuin van de missiepater. Er zijn tegenwoordig tamelijk veel Afrikanen met een bril die Heidegger lezen. Het is misschien even wennen, maar het is toch echt zo.'

Het doel was dus goed - en de club was ook in orde. Een stelletje ongeregeld was het, zeker in de aanvang. Er zaten mensen in het bestuur van het Prins Claus Fonds met een min of meer keurige wetenschappelijke of ambtelijke carrière, maar de prins had ook voor los volk gekozen.

Professor Louk de la Rive Box, hoogleraar internationale samenwerking aan de Universiteit van Maastricht en tot vorige maand penningmeester van het Fonds: 'Lolle Nauta zat in het bestuur, de filosofie-hoogleraar uit Groningen die vanwege de Berufsverbote in Duitsland zich nog tegen de komst van Claus had gekeerd. En de architect Ashok Bhalotra. Die vindt zichzelf een straatvechtertje. Nou, dat maakte hij waar.

'Het was een bont gezelschap. We hadden buitengewoon levendige vergaderingen. Van Dis zat erbij, de beeldend kunstenaar Peter Struijcken, de felle cultuurcriticus en journalist Anil Ramdas. Heerlijk was het. Heel vaak werd gezegd: je bent een interessante kerel, maar ik begrijp bij god niet waarover je het hebt.'

Van Dis: 'Prins Claus maakte zelf uit wie hij wel of niet aardig vond. Ik heb hem mensen horen verdedigen die slecht lagen bij de redelijken. Ik stond erbij toen het in een gezelschap van captains of industry een keer over Lolle Nauta ging. Nauta? Nou, daar deugde maar weinig van. Waarop de prins in één keer het vonnis velde: 'een enige man!'

Vooral in het eerste jaar werd er veel vergaderd. Tenminste één keer per maand en ook wel in de weekenden. De la Rive Box: 'Het bestuur vergaderde geheel in de geest van Claus: je bent het volstrekt met elkaar oneens, maar je blijft wel in gesprek. Er kwam altijd iets moois uit.'

Els van der Plas, directeur van het Fonds sinds 1997: 'Hij voelde zich hier absoluut thuis. Ik denk dat je kunt zeggen dat zijn familie uiteraard op de eerste plaats stond, dan kwamen zijn vrienden, maar dan volgde toch het Fonds.'

Van Dis vertelt over de eerste dag van het Fonds, 6 september 1996 dus. Meteen na de aanbieding van het cadeau togen de voorgenomen bestuursleden inclusief de jarige, tevens ere-voorzitter van het Fonds, naar hotel Des Indes aan het Lange Voorhout in Den Haag voor kennismaking en beraad. De schrijver vroeg de prins naar wat hem bewoog. 'Toen begon hij te vertellen. Over zijn jaren in Afrika. Over gelukkige jaren in kale landschappen. En hij vertelde over de kostschool in Pommeren, Duitsland. ''Dan lag ik in mijn bed'', zei de prins, ''ik deed mijn ogen niet open, ik deed ze dicht, zo stijf dicht dat ik dacht: ik ben in Afrika. Dan deed ik ze open en zag ik ze weer, die nare Duitse jongens.'''

Van Dis vervolgt: 'Als hij over Afrika vertelde, veranderde zijn gezicht. Die houtheid verdween. Dan werd hij weer een jongetje.'

Er doen de laatste dagen twee verhalen de ronde over Claus. Het ene gaat over de gekwelde Claus die overal mocht opdraven als ornament van de Kroon. 'Getourmenteerd' noemde Lubbers dat zondagavond op de televisie. Het tweede verhaal gaat over Claus als alerte, geestige, ongebroken gesprekspartner, in alles geïnteresseerd, van alles op de hoogte. Dat is het verhaal over prins Claus achter de schermen, over Claus in zijn eigen domein, bijvoorbeeld in het bestuur van het Prins Claus Fonds.

Directeur Van der Plas: 'Ik heb hem nooit als zielig ervaren. Nooit. Natuurlijk was het tragisch dat hij zo ernstig ziek was. Maar hij wilde absoluut leven.'

Professor Adriaan van der Staay, socioloog, verbonden aan de Erasmus Universiteit en vice-voorzitter van het Fonds, kent Claus al vanaf 1967. Ook hij waarschuwt voor een al te zwaar accent op het gekwelde imago. 'Hij is in zekere zin een heel gelukkig mens geweest. Hij had een idealistische kant. Hij hield van de muziek, hij was een man van de cultuur, hij kreeg een fonds cadeau, hij hield van Afrika, hij kon reizen.

'Er is één ding dat ik tragisch vind. Dat is het Prins Claus Fonds zelf. Het was hem op het lijf geschreven. Direct vanaf het begin was het voor hem een enorm geluk. Hij bracht er een element van verwachting en hoop in. Het had iets paradijselijks. Het was fantastisch iets moois te kunnen doen voor Afrika en voor de rest van de wereld.

'Toen in 1998 die prostaatoperatie kwam, leek er een streep te worden getrokken door die enorme geluksverwachting. We weten hoe het gegaan is, die eindeloze lijdensweg.'

Adriaan van Dis: 'Hij was grappig, hij was wijs. De enige tragiek die hij had was dat lichaam. Dat werd van hout.

'Hij was dus absoluut niet zielig. Hij kwam weleens uitgeput binnen, dat wel. Dan zei hij: ''Ik heb zojuist weer een molen geopend.'' Hij laste een pauze in en zei vervolgens: 'Mijn honderdste''.'

Professor Box vertelt een anekdote: 'Een paar jaar geleden was prins Claus in Maastricht op bezoek bij mij en mijn vrouw. Hij kwam eten. Een dag later zagen we hem op televisie. Een van de zoons ontving zijn bul in Delft. We zagen een plant. Mijn vrouw en ik zeiden tegen elkaar: hoe is het toch mogelijk? Gisteren zat hier drie, vier uur lang nog een alerte man, buitengewoon geestig, zeer geïnteresseerd in de ander. En zie nu eens.

'Hij verdomde het om toneel te spelen voor de buitenwacht. Claus heeft de pest gekregen aan zijn rol als prins-gemaal, zeker nadat de politiek hem in de jaren zeventig een hak had gezet. Hij zei: oké, ik speel het spel niet meer mee, ze zoeken het maar uit, dan ben ik maar plant. Het gekke is: als hij bij het Fonds kwam, lichtte dat gezicht meteen op. Het masker was weg.

'Hij heeft de das om gekregen door de Nederlandse politiek. Een stelletje bangeriken zijn het. Als ze Máxima niet een duidelijke functie geven, kan ik me voorstellen dat zij op een gegeven moment zegt: tabé. Ik ben weg.'

Claus ontbrak nooit op bestuursvergaderingen. Nog in februari liet hij zich zien, daarna ging het niet meer. Hij had een eigen kamer in het statige gebouw aan de Hoge Nieuwstraat in Den Haag. Het was niet veel meer dan een bureau en twee stoelen, maar toch. Tussendoor kwam hij regelmatig even langs, in zijn groene Volkswagen Polo. Hij voelde zich thuis bij zijn Fonds.

Emile Fallaux, filmmaker en journalist, bestuurslid van het Fonds: 'We moesten goed begrijpen dat we met een cultuurfonds bezig waren. Mensen komen daar niet om over geld te praten, maar om een inhoudelijke en intellectuele discussie te voeren. En hij was in staat die discussies ook uit te lokken.'

Directeur Van der Plas: 'Prins Claus wilde een andere visie van het westen op ontwikkelingssamenwerking. Hulp moest gebaseerd zijn op respect en gelijkwaardigheid. Hulp moest gepaard gaan met kennis van de culturele eigenschappen van een land. Hulp moest ook bijdragen aan de actuele culturele expressie van derdewereldlanden. Liever aandacht voor rap uit Senegal en een stand-up comedian uit Algerije dan voor de traditionele dans uit Mali. Al die overtuigingen kwamen samen in het werk voor het Fonds. Op een inderdaad dikwijls chaotische manier. Zoals de prins zelf graag zei: we vergaderen hier op zijn Afrikaans. In beslispunten en vergaderschema's zijn we nooit goed geweest.'

Van Dis vertelt van een bijeenkomst in paleis Noordeinde met 'grote jongens'. Een brainstorm was het. Avishai Margalit, filosoof uit Israël, was een van de aanwezigen. Hij vond dat het Fonds 'een Amnesty International moest worden voor de kunst'. Opkomen voor de beeldende kunst die geen kans kreeg, voor de avantgarde waar dat niet op prijs werd gesteld - daar ging het om

Van Dis: 'Dan stelde prins Claus veel vragen. Hij moest slikken. Maar hij ging altijd mee. Het ging bijvoorbeeld over subsidie aan videokunstenaars in China. Videokunst is verboden in China. Niemand van ons hield van die kunstvorm. Maar zodra het verboden was waren wij heel erg voor. Claus ook.'

Fallaux vroeg een keer aan de prins of het waar was - hij had het bij geruchte vernomen - dat de prins een grote opera, een megaproject wilde organiseren in de Sahel. De prins had met vanzelfsprekendheid het plan beaamd. 'Lijkt het u niets dan?'

Fallaux: 'Op dat moment voelde ik mij getest. Zou ik dat vooralsnog idiote plan omhelzen en tot de groep behoren van de eeuwige ja-knikkers of was ik een onafhankelijke geest en zou ik zeggen: koninklijke hoogheid, het lijkt me belachelijk.

'Het is een plan dat je eigenlijk niet kunt geloven. In dat opzicht past het goed bij andere uitingen van prins Claus. Het is natuurlijk een ronduit provocerende gedachte om als min of meer chique organisatie zo iets groots, zo iets decadents te ondernemen, iets dat de aandacht van de hele wereld zou trekken en dat een heel ander Afrika zou laten zien.

'Het paste bij hem. Hij was werkelijk totaal allergisch, wars, zelfs verveeld en een beetje kwaad als je met sjablonen en bureaucratische voorstellen kwam aanzetten. Daar werd hij helemaal ziek van. Hij vond het minderwaardig.'

De la Rive Box: 'Voor ons was hij geen koninklijke hoogheid. Daarvoor waren onze discussies te heftig. Dat koninklijke beeld, daar was je met Claus in een paar dagen vanaf. Ik heb hem nooit getutoyeerd. We noemden elkaar wel bij de voornamen, maar altijd met u.'

Van Dis: 'Hij werd soms door zijn vrouw opgehaald. Die schoof aan. We gingen nog even door met onze discussies. Het was wonderlijk: dan was opeens ook de koningin geen koningin meer.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden