Even een vloekje wegknippen

Jan van Herpen was de man van het radioprogramma Hersengymnastiek. Hij was een echte ‘omroeper’, niet geboren voor het werk op tv....

Jan van Herpen, op 29 januari op 87-jarige leeftijd in Hilversum overleden, verwierf in de jaren vijftig en zestig grote faam met de gevleugelde woorden: ‘Hoe is de stand, Mieke?’, een vraag die hij menigmaal stelde tijdens het populaire AVRO-radiospel Hersengymnastiek, de oudste quiz van het land. Hij had ‘de lichte, plezierige stem’ waarop de AVRO indertijd zijn mensen uitzocht. Hij bedacht, tot aan zijn vervroegd pensioen in 1982, grotendeels zelf de vragen die nooit ‘te grappig, pikant of dubbelzinnig’ mochten zijn. Hij schreef er boeken over, maar zei: ‘Hersengymnastiek is slechts de franje van mijn baan.’ Hij was ook hoofd van de afdeling Gesproken Woord en redacteur Wetenschap en Kunst. Een voormalig Londens correspondent herinnert zich in de wilde jaren zestig door hem te zijn gevraagd verslag te doen van een wereldpremière: ‘En zou u ook aandacht willen schenken aan de kleding van de aanwezigen: gaan de dames in het lang, de heren in smoking?’

Jan Johannes van Herpen werd in Deventer geboren en groeide op in Spekholzerheide bij Kerkrade, waar zijn vader de aanleg begeleidde van het 12 km lange, duurste stukje spoorlijn, van 1 miljoen gulden per kilometer. Hij was verlegen en voelde zich een buitenbeentje. Toen hij 14 was, verhuisde het gezin naar Utrecht, waar hij de hbs afmaakte en lid werd van een padvindersgroep die nauwe banden bleek te hebben met de Theosofische Beweging. Na zijn eindexamen en de diploma’s steno en handelscorrespondentie solliciteerde hij bij de AVRO en werd in januari 1940 aangenomen bij de afdeling Muziek. In de oorlog werkte hij voor de Nederlandsche Omroep, wat hem een ‘berisping’ opleverde. Al in oktober 1945 kwam hij bij het Programma voor de Nederlandsche Strijdkrachten. Intussen haalde hij ook de diploma’s gymnasium A en B. Hij had klassieke talen willen studeren, maar keerde in 1947 terug bij de AVRO, als ‘omroeper’, zoals hij zich trots noemde. Hij ‘riep om’: ‘Acht keer heb ik heb Kathleen Ferrier omgeroepen.’ Op de televisie voelde hij zich niet thuis, meer dan zijn stem wilde hij niet prijsgeven. Hij schreef hoorspelen, verzorgde kunst- en geschiedenisprogramma’s, produceerde lange radio-interviews met schrijvers als Vestdijk en Bordewijk en knipte hoogstens een ‘vloekje’ weg. Hij was lid van de Conferentie van de Nederlandse Letteren en het Provinciaal Utrechts Genootschap van Kunsten en Wetenschappen.

Hij was een beminnelijk man, onberispelijk gekleed, nooit getrouwd, en over seksualiteit werd niet gesproken.

Na zijn pensioen ordende hij de archieven van AVRO’s literair criticus P.H. Ritter jr., bundelde diens briefwisselingen en verdiepte zich in de geschiedenis van de Nederlandse Omroep met De Radiobode als een voorname bron. Aan interpretaties waagde hij zich niet.

Midden jaren tachtig vormde hij de literaire vriendenkring Flanor, een verwijzing naar de club waaruit een eeuw tevoren de Nieuwe Gids was ontstaan. Bij geanimeerde gesprekken luisterde hij zwijgend en geamuseerd. Flanor werd ook de uitgever van ruim twintig van zijn boeken. Dat ze niet verkochten, deerde hem niet. ‘Over vijftig jaar zal men blij zijn.’

Hij werkte tien uur per dag volgens een strak ritme, te midden van zijn duizenden boeken en cd’s. Het liefst was hij alleen en onbespied, een man zonder gezicht.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden