InterviewEvaluatie passend onderwijs

Evaluatie passend onderwijs eindigt met dubbele conclusie: ‘Veel gaat goed, veel kan beter’

Passend onderwijs heeft een slechte naam. Is het echt zo'n drama? Er moet duidelijk worden voor wie passend onderwijs bedoeld is, concluderen de onderzoekers in een vandaag verschenen rapport. 

Protest tegen bezuinigingen in het passend onderwijs.Beeld ANP

De intenties waren goed, de verwachtingen hooggespannen. Met passend onderwijs zouden leerlingen met adhd, dyslexie of autisme betere ondersteuning krijgen op school, de bureaucratie zou verdwijnen, het aantal leerlingen dat zonder onderwijs thuis zit zou afnemen.

Maar sinds de invoering in 2014 klinken er toch vooral negatieve geluiden over passend onderwijs. Ouders klagen in de media dat hun kind geen goed onderwijs krijgt. Leraren mopperen dat ze veel meer zorgleerlingen in de klas hebben. Thuiszitters zijn er nog steeds.

Is het echt zo erg? Woensdag verscheen de Evaluatie passend onderwijs, een onderzoek uitgevoerd door een consortium van zeven onderzoeksinstituten, onder regie van het Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek. In het rapport zijn tientallen onderzoeken over passend onderwijs bijeen geveegd. En de conclusie is dubbel, zeggen onderzoekers Guuske Ledoux en Sietske Waslander. ‘Veel gaat goed, veel kan ook beter.’

Wat heeft vijf jaar passend onderwijs opgeleverd?

Ledoux: ‘De organisatie is echt beter geworden. Vroeger was het voor ouders ingewikkeld een goede plek voor hun kind te vinden. Er waren verschillende procedures voor het aanvragen van geld en het krijgen van de juiste ondersteuning. Bleek er toch iets anders nodig, dan moest je opnieuw beginnen.’

Waslander: ‘Scholen hebben meer vrijheid. We horen dat meer leerlingen profiteren van de ondersteuning.’

Ledoux: ‘Verder zijn de kosten voor de overheid beter te beheersen. Voorheen kreeg iedere leerling die aan de criteria voldeed een ‘rugzakje’ met een persoonlijk budget. Het was een openeinderegeling. Nu is er een vast budget voor elke regio.’

Toch is er ook nog veel mis. De verwachtingen van leraren zijn niet uitgekomen, schrijven jullie. Waar zit dat ‘m in?

Ledoux: ‘Bij de invoering is de verwachting gewekt dat er minder geld naar bureaucratie zou gaan en meer in de klas terecht zou komen. De leraar zou hulp krijgen om kinderen te ondersteunen. Dat is niet uitgekomen.’

Waslander: ‘Veel leraren dachten dat ze hulp van onderwijsassistenten zouden krijgen. Dat was geen realistische verwachting.’

Ledoux: ‘Het budget is er niet op berekend. Je kunt er geen assistenten mee aanstellen of klassen mee verkleinen. De beloftes van passend onderwijs overtroffen de mogelijkheden.’

Waslander: ‘Vaak gaat het geld van passend onderwijs ook naar dingen die voor een leerkracht niet zo zichtbaar zijn. De intern begeleider of de ondersteuningscoördinator krijgt een halve dag extra.’

Ledoux: ‘En dan zegt een leraar dus: ik zie niets van dat geld terug in de klas.’

Leraren hebben het gevoel dat hun werk zwaarder is geworden sinds de invoering van passend onderwijs.

Ledoux: ‘Dat heeft ook te maken met de terminologie. Passend onderwijs suggereert dat het onderwijs voor elke leerling passender moet. We mogen ook niet meer over ‘zorgleerlingen’ spreken, zoals vroeger. Het zijn nu ‘leerlingen met een ondersteuningsbehoefte’. Maar daardoor kan het opeens om ieder kind gaan. Sterker nog: op de website van de Rijksoverheid staat dat passend onderwijs voor álle leerlingen is.’

Waslander: ‘Passend onderwijs is daardoor een kruipend concept geworden, zoals wij het noemen. Het dijt te veel uit.’

Ledoux: ‘Daardoor wordt het grenzeloos.’

Waslander: ‘Waardoor leraren het gevoel krijgen dat het niet te doen is.’

Er zijn niet meer leerlingen met problemen in het regulier onderwijs terecht gekomen, constateert u.

Ledoux: ‘Leraren zeggen dat ze nu meer leerlingen met problemen in de klas hebben. Uit de cijfers blijkt iets anders. Voor de invoering van passend onderwijs rapporteerden ze dat er voor 20 tot 25 procent van de leerlingen iets extra’s nodig was. Dat is niet veranderd. Wel is de problematiek complexer. Leerlingen hebben niet één probleem, maar twee of drie problemen. Hoe dat komt, weten we niet goed.’

Waslander: ‘Leraren zijn deskundiger geworden. Dat kan meespelen. Als je beter leert kijken, zie je ook meer.’

Ledoux: ‘De paradox is dat het budget niet toereikend is voor al die extra problemen.’

Rond het examendebacle sprak de Volkskrant leerkrachten van VMBO Maastricht. Vooral in klassen van vmbo-basis zagen ze een flinke toename van het aantal leerlingen dat voorheen naar het speciaal onderwijs zou zijn gegaan. Dat klopt dus niet?

Waslander: ‘Zulke verhalen horen wij ook al heel lang. Ook ver voor de invoering van passend onderwijs. Het heeft ook met andere maatschappelijke ontwikkelingen te maken. Bijvoorbeeld dat we anders zijn gaan denken over wat normaal gedrag is.’

Ledoux: ‘Passend onderwijs krijgt overal de schuld van. De hoge werkdruk komt door passend onderwijs.’

Waslander: ‘En het lerarentekort!’

Ledoux: ‘Dat is niet terecht. Dat klassen groter worden, is geen gevolg van passend onderwijs. Maar het heeft er wel effect op. Het wordt daardoor moeilijker om speciale leerlingen goed te bedienen.’

In 2016 concludeerde de Onderwijsraad dat leerlingen met dezelfde beperking niet in elke regio dezelfde ondersteuning kregen. ‘Ongewenste ongelijkheid’ lag op de loer. Hoe is dat nu?

Waslander: ‘Ik was toen lid van de Onderwijsraad. Dit is een lastig punt. Door decentralisatie maak je regionale verscheidenheid mogelijk. Dan moet je ook anders aankijken tegen rechtsgelijkheid. De vraag is niet of een leerling in Noord-Groningen hetzelfde aanbod krijgt als een leerling in Flevoland, maar of ze allebei adequaat ondersteund worden.’

En dat is niet vast te stellen, schrijft u in het rapport.

Waslander: ‘Daar hebben we ook zorgen over. Samenwerkingsverbanden en schoolbesturen hebben veel vrijheid. Ze bepalen zelf welke leerlingen ze helpen en hoe ze die helpen. Een diagnose is vaak niet meer nodig. Het gevolg is dat niet te traceren is wie hulp krijgt en of die hulp adequaat is.’

Ledoux: ‘Daardoor is ook niet te controleren of het geld doelmatig besteed is.’

Uit uw onderzoek blijkt ook dat een kwart van de ouders ontevreden is over het passend onderwijs dat hun kind krijgt. Om wat voor gevallen gaat het dan?

Ledoux: ‘Dat loopt enorm uiteen. Een van de weinige dingen die we weten, is dat hoogopgeleide ouders vaker ontevreden zijn. Zij eisen meer van het onderwijs. Soms is dat terecht. Dan doen scholen niet genoeg.’

Is dat veel, een kwart van de ouders?

Ledoux: ‘Het is niet weinig. Tegelijkertijd kun je zeggen: de meeste ouders zijn tevreden.’

Waslander: ‘En die hoor je niet. De ontevreden ouders bellen de krant en mailen de Tweede Kamer. In de beeldvorming lijkt het of iedereen ontevreden is.’

Ledoux: ‘Er zijn ook ouders die elk aanbod afwijzen. Zij kiezen er zelf voor hun kind thuis te houden.’

Ouders zijn niet ‘ontzorgd’ door passend onderwijs, schrijft u ook.

Ledoux: ‘Een school heeft een zorgplicht. Dat houdt in dat als je als ouder je kind aanmeldt, de school moet onderzoeken of het kind daar een passend aanbod kan krijgen. Lukt dat niet, dan moet de school een plek op een andere school vinden, zodat ouders niet zelf op zoek hoeven. Dat gaat ongetwijfeld soms goed, maar vaak ook niet.’

Scholen doen aan ‘wegadviseren’. Ze verwijzen ouders subtiel door naar een school die beter zou passen, zodat ze zelf niet aan de slag hoeven. Hoe vaak komt dat voor?

Ledoux: ‘Dat weten we niet. Als je scholen vraagt of ze aan de zorgplicht voldoen, dan zeggen de schoolleiders allemaal dat het bij hen op school goed gaat. Maar, zeggen ze ook, bij de buren is dat niet altijd het geval. Daarom hebben we de vraag anders gesteld: is het soms acceptabel ouders door te verwijzen voordat de zorgplicht ingaat? De meeste schoolleiders vinden dat te verdedigen.’

Is het soms ook niet beter dat ouders zelf op zoek gaan?

Ledoux: ‘Er kunnen best goede gronden zijn om ouders zelf op pad te sturen. Maar als je het toelaat, schep je ook ruimte voor scholen om net iets minder hun best te doen.’

Tot slot. Geeft u minister Slob eens een gouden tip. Wat moet veranderen?

Waslander: ‘Er moet duidelijk worden voor wie passend onderwijs bedoeld is en wat het moet opleveren. Hoe? Om te beginnen door weer gewoon te praten over zorgleerlingen. Passend onderwijs is niet voor iedereen.’

Lees verder

Vijf jaar passend onderwijs: het leverde minder op dan ouders en leraren hoopten
Ondanks de hoge verwachtingen heeft het passend onderwijs minder opgeleverd dan ouders en leraren hadden gehoopt. Dat komt volgens onderzoekers onder meer doordat het systeem ‘grenzeloos’ is. Er is niet goed afgebakend welke leerlingen voor extra ondersteuning in aanmerking komen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden