Eva Hoeke was van plan de werkster te ontslaan...

Beeld Robin de Puy

Ik moest de schoonmaakster ontslaan. Onze schoonmaakster is een best mens, maar ze maakt schoon met de Franse slag, belt ondertussen met d'r zuster en stopt dan vaak ook nog een uur eerder omdat ze vindt dat ze dan klaar is en niet 'naar werk gaat zóeken'. Het geld voor de afgesproken drie uur neemt ze wel elke week braaf mee.

Nu ben ik mijn ouders dankbaar, dankzij hen spreek ik met twee woorden, ben ik in staat om van mensen te houden en heb ik op tijd ingezien dat een carrière als barvrouw op Bonaire geen duurzame zou zijn, maar één ding neem ik ze eeuwig kwalijk, en dat is dat ze me niet erg assertief hebben gemaakt. Generatiegenoten hebben leren discussiëren, vrienden vragen opslag en mijn eigen Man staat sceptisch tegen welke vorm van autoriteit dan ook, maar ik, klein kind, durf er niet eens wat van te zeggen als ik te weinig geld terugkrijg aan de kassa.

Het is nog erger - ik ben het type dat sorry zegt als een ander tegen mij aanloopt.

In cafés gooi ik Spa Blauw bij uitgedroogde tafelplanten.

En die ene keer per jaar dat ik mezelf een schoonheidsbehandeling toesta, blijf ik de volle zestig minuten terug ouwehoeren, omdat ik het anders ongezellig vind voor de schoonheidsspecialiste.

Bescheten, noemen ze dat hier, en het moet wel een echo uit mijn jeugd zijn, een van generatie op generatie doorgegeven surplus aan empathie, of misschien is het gewoon wel lafheid, ook goed. Hoe dan ook is het gevaar van een dergelijk karakter dat je passief agressief gaat doen, want dat je niet boos doet betekent niet dat je niet boos bént. Helaas, geen stijlvorm zo lelijk en contraproductief als de passief-agressieve, en dus stond ik gister hardop in de keuken te oefenen hoe ik de schoonmaakster zou gaan ontslaan.

Hoop gehakkel.

De Man keek ervan op. 'Dus ik rook niet meer, woon op zolder en loop voortdurend met een poetsdoek rond, maar tegen een volslagen vreemde durf je niks te zeggen?'

'Ja maar', zei ik, 'moet ik niet eerst een dossier opbouwen? Ik moet haar natuurlijk wel een kans geven, misschien draait haar hele gezin wel op deze inkomsten. Straks wordt ze boos. Of gaat ze huilen. Moeten we het niet nog een tijdje aanzien?'

Vanmorgen was ze er weer. Boven hoorde ik de stofzuiger, en ja hoor, daar ging de telefoon alweer. Ik spitste mijn oren: zou ze het prullenbakje in de badkamer weer niet legen? Toen ze even later beneden kwam zonder vuilnis wist ik hoe laat het was - showtime.

'Mevrouw?', vroeg ik. 'Hoe komt het dat u altijd zo snel klaar bent?' De schoonmaakster stopte, zette de stofzuiger neer en keek me verbaasd aan. 'Omdat ik niet van getreuzel hou. En ik ga niet naar werk zóéken.'

'Vorige keer zag ik nog een stuk soepstengel liggen nadat u had gestofzuigd,' zei ik.

Nog nooit was ik zo stoer.

'Dat kan niet,' zei ze beslist. 'Ik heb toen de commode opgetild om eronder te zuigen.'

Daar had ik niet van terug.

Ze kwam nu ook een stapje dichterbij. 'En klopt het dat jullie een glas kapot hebben laten vallen?', vroeg ze terwijl ze met een vinger naar de bank priemde. 'Er kwamen allemaal scherven onder vandaan.'

Ik: 'Eh...'

'En ik heb ook de bril van je man gevonden', zei ze om het af te maken. 'Die was hij toch weer kwijt?'

Even later fietste ze weg, de flanken van haar jas wapperend in de wind, in haar zakken het geld dat ik die ochtend had gepind.

'Tot volgende week weer, hè!', riep ik haar achterna.

eva.hoeke@volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.