Euthanasie toont onmacht van arts

De kritiek op de Nederlandse euthanasiepraktijk is onterecht, vindt Joost Visser. Artsen zijn er niet op uit om te doden, maar proberen slechts patiënten op hun verzoek ondraaglijk lijden te besparen....

ONDER DE veelzeggende kop 'Euthanasiepraktijk beschermt de dokter, niet de patiënt', publiceerde Forum op 16 november enkele fragmenten uit het recente boek van de Amerikaanse psychiater Herbert Hendin op de Nederlandse euthanasiepraktijk. Het werd een verwarrend artikel, over een al even verwarrend boek.

Dat komt niet doordat De dood als verleider van a tot z is geschreven vanuit de overtuiging dat euthanasie uit den boze is. Kritische vragen zijn nodig en kunnen een boek opleveren dat tot nadenken stemt. Het komt wel doordat Hendin in zijn weerzin de plank meer dan eens misslaat.

Hoe kun je hem nog serieus nemen als hij schrijft dat in Nederland 'de discussie over de zorg voor terminale patiënten wordt beheerst door de vraag hoe en wanneer euthanasie zich tot grotere groepen patiënten moet uitstrekken'? En het komt vooral doordat het boek eigenlijk niet over euthanasie gaat.

Wie in Nederland - in Amerika is dat anders - over euthanasie praat, praat over hulp aan een patiënt die de arts bij herhaling heeft gevraagd hem of haar uit ondraaglijk lijden te verlossen. De meeste patiënten die deze hulp krijgen, zo blijkt uit onderzoek, zijn stervende en hadden zonder ingrijpen nog geen maand langer geleefd.

Maar zij ervaren hun lijden als ondraaglijk, in welke betekenis van dat woord dan ook. Zij hebben pijn, missen de energie om nog tegen hun ziekte te vechten, zijn volstrekt van anderen afhankelijk geworden, of willen bij vol bewustzijn afscheid nemen, liever dan versuft te raken door de morfine.

Zonder de Nederlandse situatie te willen idealiseren, ben ik er zeker van dat een met respect en in alle openheid verleende euthanasie niet alleen een milde, maar ook een waardige dood kan zijn.

Het is waar dat in Nederland euthanasie - of beter: hulp bij zelfdoding - niet alleen zonder strafrechtelijke gevolgen kan blijven als een arts zijn stervende patiënt medische zorg onthoudt, maar ook wanneer hulp wordt verleend aan een patiënt die toekomstig lijden vóór wil zijn, of aan iemand die niet lichamelijk maar psychisch lijdt.

Uit het recente onderzoek van de hoogleraren Van der Maas en Van der Wal blijkt dat dat laatste echter sporadisch voorkomt - in 1995 twee tot vijf keer, en bovendien aan patiënten die ook een levensbedreigende ziekte hadden.

Je kunt vraagtekens zetten bij deze vorm van hulp, zoals ook de Haarlemse psychiater Chabot ondervond nadat hij een ernstig depressieve vrouw op haar uitdrukkelijk verzoek had helpen doodgaan. Maar dat is wat anders dan te suggereren - zoals Hendin doet - dat sinds de uitspraak van de Hoge Raad in de zaak-Chabot de deur wijd open staat.

Om de pijn te verzachten, krijgen veel stervende patiënten morfine toegediend, vaak in hoge doseringen. In dat geval houdt de arts meestal rekening met de mogelijkheid dat de patiënt spoedig zal sterven. Soms gaat hij een stap verder, en is het toedienen van morfine 'mede' bedoeld om het leven te bekorten. Dat woord 'mede' geeft precies het verschil aan met handelen bij euthanasie, dat immers uitsluitend bedoeld is om de patiënt te laten sterven.

Datzelfde geldt voor het staken of achterwege laten van een behandeling. Een arts zal daartoe besluiten als hij van oordeel is dat de patiënt er niet (meer) bij gebaat is, en er na afloop eerder slechter dan beter aan toe zou zijn. Maar ook dat geldt als medisch handelen - en niet als euthanasie.

In de besluitvorming over pijnbestrijding en het staken of niet instellen van een behandeling - anders dan op het uitdrukkelijke verzoek van de patiënt - hebben artsen veel macht. Daarin heeft Hendin gelijk. Er is dan ook veel voor te zeggen hun handelen meer dan nu controleerbaar te maken.

Het is echter onjuist het Nederlandse euthanasiebeleid vooral op grond hiervan te veroordelen - zoals Hendin doet. Want zal de macht van de dokters kleiner zijn in landen waar euthanasie niet - zoals bij ons - tot de mogelijkheden behoort en morfine de enige weg is naar een spoedige milde dood van een stervende patiënt?

Ook als het gaat om euthanasie hebben artsen invloed. Maar die werkt anders uit dan Hendin suggereert. Het onderzoek van Van der Maas en Van der Wal laat zien dat ook een serieus verzoek om euthanasie vaker niet dan wel wordt ingewilligd.

Dat is te begrijpen. Een arts die het lijden van zijn patiënt domweg ontkent, is geen goede dokter. Maar als hij aarzelt over de dood, zeker weet dat er nog alternatieven zijn, en zich niet met lege handen voelt staan - kan hij dan zijn patiënt de dood in helpen, alleen omdat deze daar zelf om vraagt? De visie van arts en patiënt zijn de spreekwoordelijke kanten van eenzelfde medaille. Zou een arts alléén uit medelijden helpen, dan werden patiënten weer even onmondig als vroeger.

Ging het alleen om het recht van patiënten om te beschikken over leven en dood, dan werd de arts een letterlijk gewetenloze verstrekker van pillen. Artsen zijn er niet op uit om te doden. Een initiatief als dat van de Stichting Vrijwillig Leven laat zien dat dat voor menig patiënt juist moeilijk te accepteren is.

Joost Visser is socioloog en journalist. Hij schreef Dood als bevrijding; overwegingen bij vrijwillige euthanasie (Utrecht, Kosmos-Z & K, 1996) .

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden