Euroscepticus af

Hij zag - tegen de stroom in - niets in de Europese ambities uit de jaren negentig en in de invoering van de euro. Maar juist nu Europa alom ergernis oproept, is Dirk Jan van Baar euroscepticus af. Door de schuldencrisis en door het besef dat de eurolanden nog dieper met elkaar verstrengeld zijn geraakt.

Als de wereld verandert, verander jezelf ook. Alleen gaan die dingen bij mij niet gelijk op. Toen Nederland twintig jaar geleden in staat van euroforie verkeerde, was ik euroscepticus. In Maastricht was tot oprichting van een Europese muntunie besloten, maar ik twijfelde of het project politiek haalbaar was. Waarom zou Nederland de harde gulden opgeven in ruil voor een muntunie die naar een (slechter) Europees gemiddelde zou tenderen? Liet het opkomend nationalisme in Oost-Europa niet zien dat mensen erg aan een eigen staat zijn gehecht? Zie Israël, het bewijs dat het tijdperk van de natiestaten die hun eigen veiligheid voorop zetten nog niet voorbij is. Ik twijfelde ook, en doe dat nog steeds, of de democratie in supranationaal verband kan werken.


Maar de laatste tijd word ik op websites voor eurofiel en landverrader uitgemaakt. Wat euroscepsis betreft, ben ik aan alle kanten gepasseerd, ook door gematigde stemmen en vroegere federalisten. Er bestaat nu algemene ergernis over (soms vermeende) bemoeizucht uit Brussel, dat de stemming in Nederland niet altijd goed aanvoelt. Zo zag het buitenland de uitslag van de laatste verkiezingen als een overwinning voor de pro-Europese partijen. Dat vonden we hier te kort door de bocht. Wij laten ons onze nieuw verworven euroscepsis niet zomaar afpakken. Begrijpelijk. Van zo'n meneer Barroso, een parmantig baasje uit een armlastige lidstaat die ons in eurospeak tot 'meer Europa' verordonneert, krijg je als Nederlander inderdaad uitslag - een anti-Europese wel te verstaan.


Niettemin denk ik dat ze in Brussel gelijk hebben. Wat voor de buitenwereld telt, is dat de anti-Europese campagne van Geert Wilders niet is aangeslagen en Mark Rutte als eerste regeringsleider tijdens de eurocrisis niet is weggeblazen. De rest mogen wij zelf uitmaken. In Brussel denken ze met afgrijzen terug aan 2005, toen de Franse en de Nederlandse kiezers gelijktijdig de Europese Grondwet afwezen. De Hollandse burgerrevolte is nog niet voorbij, maar richt zich ook niet meer direct tegen Europa. En ons populisme is in buitenlandse ogen lunatic fringe, zoals de Nederlanders met hun softdrugs- en bordeelbeleid wel vaker gekkigheden hadden.


Dat we daar in Nederland anders over denken, is ons probleem. Van een land dat begin jaren negentig in Europa verder wilde gaan dan België, zien we onszelf nu als bijna eurosceptisch land in Noord-Europa (dat afgezien van het verre Finland buiten de eurozone staat). Over de Benelux hoor je niemand meer. Alleen het zich vastklampen aan Duitsland is gebleven. Wij volgen de anti-inflatiekoers van de Bundesbank. Geld is het enige waar we hard in zijn. Maar als het erop aankomt, blijken onze monetaire autoriteiten altijd weer soepeler dan gedacht. Zij zijn volgzaam en drijven op de hoofdstroom mee. Ter herinnering: het was Wim Duisenberg die er als eerste ECB-president voor moest waken dat de euro even solide werd als de gulden en de D-Mark. Onder zijn bewind ging de euro van start met de Zuid-Europese landen en zelfs met Griekenland. Was Duisenberg - 'onze Wim' - niet aangesteld om dat te verijdelen?


Mede om deze reden sta ik sceptisch tegenover de Nederlandse euroscepsis, die in de praktijk niet veel voorstelt. De Nederlandse politieke elites zijn het verleerd hun poot stijf te houden. Wij doen wel alsof we het hard spelen, maar een Joseph Luns die zich desnoods tegen de hele wereld keerde, is er allang niet meer. Misschien maar goed ook, want het is voor een klein land riskant om dwars te liggen. Zoals het voor een klein land ook riskant is om te ver voorop te lopen. Dat zagen we aan de vooravond van de top in Maastricht, toen Nederland EG-voorzitter was en op 30 september 1991 ('zwarte maandag') een vergaand voorstel om tot een Europese politieke unie te komen verworpen zag worden. In Maastricht werd wel tot een Economische en Monetaire Unie besloten, maar dan zonder politieke component. Nu wordt dat voor een geboortefout gehouden, maar dat manco was toen voor Nederland geen reden om een voorbehoud ten opzichte van de euro te maken, wat Groot-Brittannië en Denemarken wel deden.


Reddende engel

In de jaren negentig had Europa veel ambities, ook op het gebied van een eigen buitenlands en veiligheidsbeleid, maar op de Balkan moest Amerika weer de reddende engel spelen. Ik zag vooral luchtfietserij en alle praatjes van Nederlandse politici, die voor zichzelf een plaats in de Europese voorhoede zagen, maakten van mij een euroscepticus. Ik was op zichzelf niet tegen de Europese Idee, een respectabel streven, maar twijfelde aan de bereidheid van de grote lidstaten om werkelijk soevereiniteit op te geven.


Voor mij was de euro een brug te ver, die landen met verschillende tradities en culturen in een te strak keurslijf bond en waarbij Nederland zich aan een bestuurlijk monstrum uitleverde zonder zich van de risico's bewust te zijn. Het zijn nu veelgehoorde bezwaren. Niet dat ik toen zag aankomen in welk zwaar weer de euro terecht zou komen. Eerlijk gezegd dacht ik dat de euro er helemaal niet zou komen. In het EMU-ontwerp zaten zo veel contradicties dat het hele project waarschijnlijk al voor invoering zou stranden. Daar heb ik me lelijk in vergist. Ik onderschatte de politieke wil om het project door te zetten en de 'creativiteit' waarmee ministers van Financiën en centrale bankiers kunnen boekhouden. Eerst voldeed alleen Luxemburg aan alle criteria. Maar eind jaren negentig kwam er zo'n dynamiek op gang, dat ineens twaalf lidstaten zich met behulp van allerlei kunstgrepen voor deelname wisten te kwalificeren. Dat gesjoemel was niet alleen een Zuid-Europese specialiteit, ook Noord-Europa deed eraan mee.


Daar kun je cynisch over doen, zeker nadat Duitsland en Frankrijk, de beide grondleggers van het project, in 2003 de eerste landen waren die zich niet aan de regels hielden van het Stabiliteitspact dat de soliditeit van de euro moest waarborgen. Als euroscepticus kon ik een 'told you so' moeilijk onderdrukken. Maar toen was al duidelijk dat met de euro, die er wel was gekomen en volgens plan was ingevoerd, een nieuwe realiteit was geschapen. Europa was geen abstractie meer, maar zat bij alle burgers in de portemonnee. Een historische beleidsprestatie, zoals de eurocraten ook een prestatie van formaat leverden met de EU-uitbreiding naar landen uit het voormalige Warschaupact. Natuurlijk kun je ook daar cynisch over doen, omdat nieuwkomers als Roemenië en Bulgarije geenszins aan moderne Europese maatstaven voldoen en EU-diplomaten zich wéér verkeken op een Balkan-kwestie als die op Cyprus. Maar het zijn wel transformaties die vreedzaam tot stand zijn gekomen en de verhoudingen in Europa drastisch hebben gewijzigd. En hedendaagse eurosceptici, die sinds de eurocrisis overal het hoogste woord voeren, doen naar mijn smaak te veel of die nieuwe realiteiten nog zijn terug te draaien, of dat wij in Nederland ons daarvan nog kunnen afsluiten.


Europa zonder grenzen

Niets is minder waar. De Berlijnse Muur is in 1989 gevallen en de Oost-Europese wereld hoort er tegenwoordig gewoon bij. Zo gezien is de belofte om een Europa zonder grenzen te scheppen meer dan waargemaakt. Maar het is ook waar dat er met het wegvallen van de oude scheidslijnen nieuwe (interne) spanningen zijn gekomen en dat het helemaal niet zeker is of Europa die de baas kan.


De EU is nog altijd een pacificatieproject en ik verbaas me over stemmen die zeggen dat het motto 'nooit meer oorlog' sleets is geworden en dat Europa een nieuwe legitimatie behoeft. Zijn we het gewelddadige verleden, niet alleen in Oost-Europa, maar ook in Zuid-Europa, dan al vergeten? Nog onnozeler komt mij de romantisering voor van de oude natiestaten, alsof Europa ook verder kan zonder EU. Dat is niet alleen een ontkenning van de naoorlogse geschiedenis, waarin de natiestaten in Europa nog springlevend zijn, maar doet het ook voorkomen dat ontvlechting van de eurozone een reële beleidsoptie is.


Dat lijkt mij gevaarlijke onzin. Natuurlijk kan de eurozone uit elkaar vallen, maar wie daar een bevrijding van verwacht, doordat Noord-Europa dan zonder Zuid-Europa verder kan, onderschat de financiële verwevenheid die door de schuldencrisis is ontstaan. De gevoelens van verraad en verongelijktheid bij een noordelijke Alleingang zullen in Italië, Spanje en ook Frankrijk enorm zijn, en ik zie niet wat er te winnen valt met het loslaten van landen met de cultureel rijkste erfenis.


De schuldencrisis heeft van de Europese Idee een ordinaire geldkwestie gemaakt, maar de eurolanden zijn daardoor ook dieper met elkaar verstrengeld geraakt. Dat is versterkt door alle Europese noodplannen, die ook van een besef onder regeringsleiders getuigen dat zij gezamenlijk verder moeten. Naar mijn mening is met de schuldencrisis een nieuwe Europese werkelijkheid ontstaan die alle eurolanden met de neus op de economische feiten drukt. Dat werkt ontnuchterend. Dromen van mooie Europese vergezichten en ondertussen alles op z'n nationale beloop laten kan niet meer. Voor mij reden om de euroscepsis achter me te laten en de (altijd verraderlijke) noodplannen het voordeel van de twijfel te geven. Als ik nu iets ben, dan een 'voormalig euroscepticus'.


Een bekering is dit niet, want scepticus ben ik gebleven. Dat maakt het moeilijk om vol overgave eurofiel of federalist te worden. Ik geloof ook niet in zoiets als een Europese identiteit. Maar ik voel me in het huidige Europa, van Vilnius tot Lissabon, ook ontzettend thuis. Het zou dwaas zijn dat te ontkennen. Als kind van de Koude Oorlog bevalt dat 'voormalig' me wel. We hadden de voormalige DDR en voormalige communisten. Waarom dan geen voormalige eurosceptici? Het spoort met de Europese Idee, die oude scheidslijnen wil overwinnen. Als historicus loop ik altijd achter de feiten aan, maar ik verbeeld me dat het perspectief van een voormalig euroscepticus tot nieuwe en rijpere inzichten leidt.Dirk Jan van Baar (1957) studeerde geschiedenis en is publicist en columnist bij diverse dag- en weekbladen.


4,57

NOODFONDS


Eind mei stemde de Tweede Kamer in met de instelling van het ESM, het permanente noodfonds van de eurolanden. Tussen 2013 en 2017 stort Nederland daar 4,57 miljard euro in. Als noodlijdende landen een beroep doen op het fonds en er te weinig geld in kas is, kan dat nog oplopen want Nederland staat voor nog eens 35,5 miljard euro garant.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden