Eurosceptici hebben hun eigen naïeve utopie

Wie het gedachtengoed van GeenPeil ontleedt, ziet de wedergeboorte van radicale ideeën over directe democratie.

Jan Roos (GeenPeil), Harry van Bommel (Kamerlid SP), Geert Wilders (leider PVV) en Thierry Baudet (GeenPeil) roepen de kiezers op tegen het associatieverdrag met Oekraïne te stemmen. Met het referendum hoopt GeenPeil het Brusselse monster te stoppen. Beeld Javier Muñoz

Stel dat mensen niet zo'n afkeer hadden van halfslachtigheid, doormodderen, weeffouten en andersoortige onvolkomenheden. Dan zou de Europese Unie het nu zeker makkelijker hebben. Wie onderzoeken bekijkt naar het welbevinden van mensen wereldwijd à la het World Happiness Report, de Satisfaction with Life Index of de Quality of Life Index, ziet dat zelfs economisch zwakkere EU-lidstaten daarin vaak beter scoren dan de Verenigde Staten. Puissant rijke dictaturen à la Singapore en Qatar leggen het nogal eens af tegen armere EU-landen. De verschillen met Rusland en China zijn nog veel groter. Zou een marsmannetje die onderzoeken onder ogen krijgen, dan zou het zomaar kunnen concluderen dat de Europese Unie de beste plek op aarde is om te wonen.

Helaas heb je maar weinig mensen die zeggen: laten we blij zijn met die halfslachtige EU die alsmaar doormoddert, aan de Europese eenwording danken we een historisch lange periode van vrede en een welvaart die tot vrij kort geleden niet ophield met stijgen.

'De vijand van iets goeds is vaak iets beters', stelde de Britse historicus Timothy Garton Ash.

Juist door haar 'succesformule' heeft de Europese Unie, kun je zeggen, alles in zich om onvrede en gescheld over zich af te roepen. Dit is een unie die aan elkaar hangt van compromissen, gesjoemel en interne contradicties. Deze unie is een beetje supranationaal en een beetje intergouvernementeel, bij lange na geen federatie. Besluitvorming is dermate gecompliceerd dat de unie in de praktijk weinig anders doet dan moeizaam doorploeteren. Hoe dingen worden besloten, is voor de meeste inwoners van de lidstaten onduidelijk. 'De meeste Europeanen begrijpen toch niet wat er beslist wordt', zegt Jean-Claude Juncker, voorzitter van de Europese Commissie, op een van die omineus zwarte internetaffiches van GeenPeil. Noem dat een waarheid als een koe.

Dat de Europese Unie in haar huidige crisis is beland, komt deels door de poging af te rekenen met de eeuwige kritiek dat ze als los zand aan elkaar hangt. De introductie van een muntunie zonder politieke unie is al vaak bestempeld als een utopische 'vlucht naar voren'. De euro was bedoeld om de EU hechter te maken, maar bewerkstelligt in de huidige situatie vooral het tegenovergestelde, namelijk toenemende spanningen tussen de lidstaten en toenemende weerstand tegen Brussel bij de inwoners. Dat is een cesuur met vele decennia waarin 'gewone' Europeanen hun pro-Europese elites met een beetje vertraging leken te volgen.

Tekst gaat verder onder de foto.

Jean-Claude Juncker (rechts) met de Britse premier David Cameron, bij de Europese top in Brussel. Beeld afp

Democratisch tekort

In dit klimaat van malaise hekelen steeds meer Nederlanders Europa's gebrek aan democratie. Dat is opvallend, want vóór de komst van de euro, de financiële crisis - die niet in Europa begon - , de eurocrisis en de Griekse crisis, lagen weinig Nederlanders wakker van Europa's democratisch tekort. Vóór de komst van Oost-Europese arbeidsmigranten was er voor de oostwaartse uitbreiding van de EU nauwelijks belangstelling. Vóór de instroom van Syrische vluchtelingen was die er evenmin voor de EU-buitengrenzen. Europees beleid was voorwerp van onverschilligheid dan wel stilzwijgende goedkeuring zolang het maar win-win-situaties opleverde.

Met de kennis van nu zouden flink wat EU-kopstukken niet aan de euro zijn begonnen. In hun verdediging kun je aanvoeren dat sprongen in het duister in het eenwordingsproces decennialang goed uitpakten. Vele vormen van economische samenwerking die ooit gewaagd waren, zijn vandaag zelfs voor grote eurosceptici vanzelfsprekend. De muntunie lag in de lijn daarvan, maar betoont zich tot nog toe vooral de spreekwoordelijke 'brug te ver'.

Met de euro en de oostwaartse uitbreiding kreeg een deel van de Nederlanders voor het eerst te maken met onvoordelig Europees beleid. De financiële crisis, de Griekse crisis en de vluchtelingencrisis versterkten anti-Europees ressentiment. Het referendum van 6 april heeft in feitelijk opzicht niets met de euro, de Poolse arbeidsmigranten, de Griekse noodleningen en de Syrische vluchtelingen te maken, maar in emotioneel opzicht alles.

'Grasroots-democratie'

Het wapen dat tegen Brussel in stelling wordt gebracht heet democratie. Had het gekúnd, dan had GeenPeil de euro en de noodleningen aan het volk voorgelegd in plaats van een associatieverdrag met Oekraïne. Een referendum daarover is inhoudelijk misschien een schamel alternatief, maar het fungeert als een intentieverklaring: met een 'grasroots-democratie' kunnen we het Brusselse monster stoppen.

In reactie op het Brusselse visioen van een ever closer union hebben tegenstanders in de lidstaten een ander utopisch idee nieuw leven ingeblazen: dat van de vergaande directe democratie. De representatieve democratie is medeverantwoordelijk voor de euro en de geldstromen naar Griekenland - nationale volksvertegenwoordigers gaven er hun goedkeuring aan. Directe democratie kan Brusselse ambities, excessen en blunders wél stoppen, plus andere dingen die ons niet zinnen.

Wie het gedachtengoed van GeenPeil en andere digitale democratie-ijveraars ontleedt, ziet dat oude ideeën van anarchisten, radicaal democraten, libertair socialisten en radenrepublieken aan een tweede leven zijn begonnen. Er wordt gekoketteerd met vormen van directe democratie die óf nooit hebben bestaan óf na korte experimenten een zachte dood stierven óf in hun tegendeel verkeerden. Het uitgangspunt van menig internetdemocraat lijkt op dat van menig anarchist van een eeuw geleden: iedereen is kundig om overal over mee te beslissen, weg met de hiërarchieën.

De wedergeboorte van radicale ideeën over directe democratie kan niet los worden gezien van de digitale revolutie. GeenPeil is online geboren. Zonder internet geen Oekraïne-referendum. Anarchistische democratische idealen gaan digitaal samen met sterk toenemend wantrouwen tegen gezagsdragers en specialisten. Online is geen onderwerp zo specialistisch of mensen 'met gezond verstand' vellen er min of meer publiekelijk een oordeel over. Geen voorheen onaantastbaar instituut of het wordt gewantrouwd, aangevallen of in twijfel getrokken. De rechterlijke macht wordt gewantrouwd ('D66-rechters'), medisch specialisten worden gewantrouwd ('online vind je betere behandelingen'), exacte wetenschappers worden gewantrouwd ('voor het karretje van de klimaatlobby').

Tekst gaat verder onder de foto.

Jan Roos van het actiecomite GeenPeil na afloop van een persbijeenkomst. Beeld anp
Guy Verhofstadt (leider liberale fractie in het Europees Parlement), Alexander Pechtold (D66), Herman Van Rompuy (was voorzitter van de Europese Raad) en Jean-Claude Juncker (voorzitter van de Europese Commissie) dragen het Europese project een warm hart toe. Beeld Javier Muñoz

Iedereen gekwalificeerd

Wantrouwen kan een nuttig instrument zijn, de grens tussen wetenschap en politiek kan diffuus zijn, niet-ingewijden kunnen zinvolle aanmerkingen hebben op plannen van specialisten, deskundigen kunnen falen - maar het idee dat iedereen gekwalificeerd is om overal over te oordelen is zo utopisch als Utopia van Thomas More. Laten we ons een referendum voorstellen waarin we moeten kiezen uit twee theoretische, natuurkundige onderzoeken. In de Sovjet-Unie - tot 1936 officieel een Radenrepubliek en een voorbeeld van een 'totale democratie' die in haar totale tegendeel ontaardde - moesten natuurkundigen toezien hoe mannen met alleen lagere school over de toekomst van hun onderzoeken beslisten, en hoe charlatans de laboratoria overnamen.

In kleine en relatief eenvoudige gemeenschappen waar met vergaande directe democratie is geëxperimenteerd - van de door Bakoenin geïnspireerde anarchistische communes in Rusland tot de Vrijstad Christiania in Kopenhagen - lieten de ingezetenen al snel weer beslissingen over aan specialisten. Met de vergaand gespecialiseerde samenlevingen van de 21ste eeuw verhoudt de directe democratie zich nog slechter. Zonder vertrouwen in de rechtsstaat, gekozen vertegenwoordigers en specialisten zou geen moderne samenleving functioneren.

Representatieve democratie functioneert in Europa op nationaal niveau, op Europees niveau blijft het bij pogingen en experimenten. De grote meerderheid van de Europeanen identificeert zich ruim zestig jaar na het begin van 'het Europese project' nog altijd met de eigen natiestaat, en nauwelijks met de EU. Een Texaan is even loyaal aan zijn staat als aan de VS, een Nederlander is niet even loyaal aan de EU als aan zijn land van herkomst. Als de Europese Unie makkelijk te democratiseren zou zijn, was het al lang gebeurd.

Je hebt Guy Verhofstadt-achtige denkers die geloven dat democratie op een federaal Europees niveau mogelijk is. Een van de gedurfdere voorstellen om Europa's democratische tekort op te heffen, is de vervanging van het Europees Parlement door een machtig parlement bestaande uit nationale volksvertegenwoordigers. Wat er zal gebeuren met de restanten Nederlandse euroliefde als 'onze' Tweede Kamerleden daar door een Duits-Frans-Italiaanse coalitie worden weggestemd, laat zich raden.

Gemeenschappelijk taboe

Je hebt ook Europese kopstukken die al bij het woord 'democratie' ongemakkelijk kijken. Van Jean-Claude Juncker is de veel geciteerde uitspraak: 'We weten wel wat we moeten doen maar we weten niet hoe we herkozen worden als we het doen.' Dat is een gecamoufleerde adhesiebetuiging aan Singapores Kishore Mahbubani, een van de bekendste denkers die vraagtekens plaatsen bij democratie. Mahbubani vertelt graag dat verstandig of noodzakelijk beleid in democratieën eindeloos wordt uitgesteld. Politici willen immers herkozen worden. Denkt u dat Singapore 's werelds hoogste milieubelastingen zou heffen als er een referendum over was gehouden?

Stel dat de details van het Europese eenwordingsproces steeds in referenda aan de inwoners van de lidstaten waren voorgelegd - zouden we dan ooit een Europese Unie hebben gehad?

'We gaan verder, stap voor stap, tot er geen terugkeer meer mogelijk is', formuleert Juncker het op een zwarte internetaffiche van GeenPeil.

In zíjn Europa gaat het er anders aan toe dan in dat van Verhofstadt - dat democratie een van de grote verworvenheden is van de Europese Unie maar de facto alleen functioneert in de natiestaten waaruit Europa nog altijd bestaat, is een soort gemeenschappelijk taboe. Wie het zegt, vloekt in de eurokathedraal. In Europa's natiestaten is intussen iets anders in de taboesfeer beland: dat democratische besluitvorming niet per definitie zaligmakend is. Democratie, een bestuursvorm waarvan het succes in hoge mate is verbonden met voorwaarden, spelregels en omstandigheden, wordt daar steeds vaker aangeroepen als panacee voor onvrede. Dat de Europese Unie voor de inwoners merites heeft óndanks een democratisch tekort dat zich lastig laat opheffen, krijgt geen politicus in eigen land over de lippen.

Hoeveel inwoners van die natiestaten daadwerkelijk betrokken willen worden bij Europese besluitvorming valt ondertussen te bezien. In deze krant spitte oud-EU-correspondent Bert Lanting het associatieverdrag met Oekraïne door waarover iedereen op 6 april mag oordelen. Willen we echt stemmen over de 'Erkenning van de diergezondheidsstatus en de status inzake plagen alsmede van regionale omstandigheden in het kader van het handelsverkeer' (art. 65) of de 'corrigerende maatregelen in geval van urgente energiegeschillen' (art. 314)?

Wie wil, kan speculeren dat flink wat anti-Europese sentimenten in EU-lidstaten niet voortvloeien uit een behoefte aan meer democratie - hoezeer ook beleden - maar uit een angst voor het verlies van zekerheden en verworvenheden. In omschrijvingen van flink wat kiezers van eurosceptische partijen is Europa een mengsel geworden van neoliberalisme, economische onzekerheid, financiële instabiliteit, baantjespikkers, vluchtelingenstromen en wat al niet meer.

Guy Verhofstadt. Beeld epa

Andere kant uit

Je kunt betogen dat Europa maar zeer ten dele verantwoordelijk is voor de negatieve dingen waarmee het wordt geassocieerd. Verhofstadt kan al die kiezers uitleggen dat de oplossing van de problemen schuilt in méér Europa - in 2016 heeft hij te maken met tegenstrevers met een heel andere oplossing: méér referenda - om Europa te stoppen.

Een kloof tussen de gangmakers van de eenwording en de natiestaten is sinds het begin inherent geweest aan het Europese project. Het typische was dat die kloof decennia niet groter werd omdat iedereen dezelfde kant opging. In het Europa van 2016 is dat anders: daar gaan ze aan beide uiteinden op volle kracht de andere kant uit, ieder naar zijn eigen Utopia. Als utopisten ergens een hekel aan hebben, dan is het aan geduldig doormodderen. Zij doen het niet voor minder dan het allerbeste. Maar in de praktijk hebben mensen vaak het meest aan het minst slechte.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.