Europol ontbeert democratische controle

Er is een Europese politiedienst in oprichting, Europol. Het concept-verdrag hierover voorziet volgens Thom de Graaf niet in de noodzakelijke waarborgen voor democratische controle en rechterlijke toesting....

HET is de bedoeling dat tijdens de Europese Raad van Essen in juni van dit jaar het Europol-verdrag wordt gesloten. Dit verdrag voorziet in de behoefte aan een krachtige internationale coordinatie van de criminaliteitsbestrijding.

Nederland heeft zich altijd een warm voorstander getoond van de oprichting van een Europese recherche-informatiedienst en niet alleen omdat Den Haag daarvoor als vestigingsplaats is uitgekozen. Maar een krachtig Europol met stevige bevoegdheden verdient ook een goede democratische controle en behoorlijke rechterlijke toetsing. Nu dergelijke essentiële waarborgen onder de druk van enkele grote Europese landen in het gedrang lijken te komen, wordt het tijd voor een publiek debat.

Uit de beperkte informatie die nu beschikbaar is over het concept-Europolverdrag, doemt het beeld op van een politiedienst die gebrekkig controleerbaar wordt, een vaag en moeizaam af te grenzen takenpakket gaat beheren en bevoegdheden kan uitoefenen die niet makkelijk zijn te toetsen.

De noodzaak van adequate informatie-uitwisseling op Europees niveau voor de bestrijding van de georganiseerde criminaliteit is onomstreden. Daarom heeft de Tweede Kamer eerder ook ingestemd met de oprichting van de voorloper van Europol, de Europese Drugseenheid, die nu al ruim een jaar in het voormalige CRI-gebouw aan de Raamweg in Den Haag aan de slag is. Die Drugseenheid functioneert echter, als opstapje voor het echte werk, zonder verdragsbasis, en de daar werkzame politiemensen uit de Europese lidstaten mogen alleen informatie uitwisselen voor zover hun nationale recht dat toestaat.

Die moeizame constructie, zonder goede persoonsgegevens-bescherming en zonder controlemechanismen, mag natuurlijk niet te lang duren en zeker niet worden uitgebreid tot nog meer criminaliteitsterreinen. Dat was ook het standpunt van de vakministers Sorgdrager en Dijkstal. Helaas bezweek premier Kok tijdens de Europese Raad van december 1994 onder de druk van een paar grote landen om de Europese Drugseenheid (what's in a name) voorlopig ook maar nucleaire criminaliteit, mensenhandel en autodiefstallen te laten onderzoeken. Zo wordt aan Europol verder gebouwd, zonder dat elementaire noties van toetsing en verantwoording vastliggen.

Het is zeer de vraag of dat in het Europol-verdrag wel gebeurt. Grote lidstaten als Frankrijk en Groot-Brittannië lijken weinig behoefte te hebben aan stevige rechterlijke toetsing en uitgebreide parlementaire controle. De Permanente Commissie van deskundigen in het internationaal strafrecht schreef over het concept-verdrag in een advies aan het Britse Hogerhuis: 'After Europol has been established, it will not encounter any democratic control anymore.' Het Europees Parlement krijgt in de plannen slechts een jaarlijks rapport en ook de nationale parlementen kunnen nauwelijks controle uitoefenen op de activiteiten van Europol.

In de bestuursraad van Europol worden verstrekkende besluiten genomen over het werk en de werkwijze, maar deze (ambtelijke) bestuursraad is slechts verantwoording verschuldigd aan de Raad van Ministers. Het Europees Parlement mag eens per jaar met de fungerend voorzitter van die raad over het jaarrapport praten en de nationale parlementen staan op grote afstand en kunnen slechts hun eigen ministers aanspreken.

Indachtig de bevoegdheden die Europol verkrijgt - het verzamelen en uitwisselen van hoogst gevoelige persoonsgegevens van Europese burgers en het verstrekken van deze gegevens aan derden - en de mogelijkheid om deze bevoegdheden betrekkelijk geruisloos uit te breiden tot steeds meer criminaliteitsvelden, is de voorziene politieke controle volstrekt ontoereikend.

Als de grote Europese landen zich blijven verzetten tegen een substantiële rol voor het Europarlement, zou tenminste kunnen worden gedacht aan een democratisch controle-orgaan dat bestaat uit vertegenwoordigers van de nationale parlementen, wellicht aangevuld met Europarlementariërs. Zeker als Europol, zoals wordt voorzien, uitgroeit tot een expertisecentrum met eigen strategieën en met wellicht dominante invloed op de nationale opsporingsdiensten, is een permanente democratische toetsing een absoluut vereiste.

Die toetsing zal bijvoorbeeld moeten plaatsvinden op het werkterrein van Europol, dat bevoegd wordt als er sprake is van georganiseerde criminaliteit waarbij twee of meer lidstaten betrokken zijn. Het bereik van Europol kan volgens de concept-verdragteksten worden uitgebreid tot zaken als milieucriminaliteit en investeringsfraude indien deze 'ernstige vormen van internationale misdaad' zijn. Deze vage termen, die niet terug te voeren zijn op specifieke, internationaal vastgelegde delicten, vergen een nauwkeurige interpretatie, alleen al om te voorkomen dat burgers plotseling in internationale bestanden worden opgenomen, omdat ze verdacht worden van feiten die in het eigen land niet eens als strafwaardig zijn gekwalificeerd.

Het Europol-verdrag kent nog andere problemen, zoals de op het eerste gezicht niet sluitende regeling voor de bescherming van persoonsgegevens en het informatierecht voor de individuele burger.

Over een ander belangrijk punt, de rechtsmacht van het Europese Hof te Luxemburg, zijn de lidstaten het naar verluidt nog steeds niet eens. Bij een Europese politiedienst hoort een heldere Europese rechtsbescherming. Maar het valt te vrezen dat een effectieve en gezaghebbende rechtspraak (inclusief de beslechting van geschillen tussen de lidstaten) uiteindelijk zal moeten wijken voor de weerzin van een aantal landen om te buigen voor de onafhankelijke rechters van het Luxemburgse Hof.

Tijdens de laatste onderhandelingsronde zullen de ministers Sorgdrager en Dijkstal en hun ambtenaren op eieren moeten lopen. Dat de lokatie van Europol bij wijze van troostprijs in de Europese zetelverdeling aan Den Haag werd toegewezen, maakt hard onderhanelen over belangrijke waarborgen voor Europol niet makkelijker. En de vooroordelen van andere landen over het Nederlandse investeringsklimaat voor criminelen (ons drugsbeleid) helpen ook niet echt.

Aan de andere kant weten de bewindslieden zich nauwlettend gevolgd door de Tweede Kamer, die al meermalen heeft laten weten grote moeite te hebben met gebrekkige verantwoording en controle en onvoldoende juridische toetsing. De geschiedenis van het Akkoord van Schengen heeft menig kamerlid nog vers in het geheugen. Alleen om die reden is een openbaar, openhartig en diepgaand overleg tussen regering en Kamer over de Nederlandse inzet bij de onderhandelingen dringend geboden. De Tweede Kamer moet immers niet in de positie worden gebracht dat alleen nog maar ja of nee kan worden gezegd op een moment waarop alle onderhandelingen achter de rug zijn en het verdrag gesloten is.

VERTROUWELIJK overleg over concept-teksten, zoals een half jaar geleden plaatsvond, is daarbij niet voldoende. Over vertrouwelijk verstrekte documenten kan immers niet openlijk worden gesproken, laat staan dat daarover advies kan worden gevraagd aan onafhankelijke deskundigen of betrokken instanties zoals politie, Openbaar Ministerie en rechterlijke macht. Overleg achter gesloten deuren over geheim te houden teksten, frustreert bovendien de wenselijkheid van een publiek debat.

Dat het ook anders kan, bewijst de gang van zaken in Engeland. Het Britse Hogerhuis debatteerde in alle openheid aan de hand van een Engelse vertaling van concept-verdragteksten en werd daarbij nota bene ook geadviseerd door vooraanstaande Nederlandse juristen van de Permanente Commissie van deskundigen in het internationale strafrecht. Voor een democratische betrokkenheid bij het ontstaan van een Europese politiedienst zijn soortgelijke openheid en openhartigheid ook in Nederland onontbeerlijk.

Thom de Graaf is Tweede Kamerlid voor D66.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden