Europesk

Vijf boeken uit vijf landen maken kans op de Europese Literatuurprijs voor het 'beste vertaalde boek' van 2013. Maar bestaat dat, Europese literatuur?

MARTIN DE HAAN

Het was een aardige column van Bas Heijne in NRC Handelsblad, ergens in de aanloop naar de Europese verkiezingen. Na te hebben gemeld dat hij zich, voor zover hij zich kan herinneren, nog nooit 'Europeaan' heeft gevoeld, dist Heijne een paar anekdotes op over de geforceerde pogingen om de Europese burger te doordringen van zijn Europese identiteit. Het mooiste voorbeeld: een aak vol dichters uit alle lidstaten die al declamerend de Rijn af zakken om de Groot-Europese gedachte uit te dragen. Pathetisch.

Heijne heeft een punt. Identiteit is niet iets wat zich van bovenaf laat opleggen, en al helemaal niet door middel van projecten die alleen met dat ene doel zijn bedacht.

Wel valt het op dat de doorgaans zo onafhankelijke columnist zich dit keer wel heel makkelijk laat meesleuren in een bepaald populistisch jargon: genoemde projecten worden gemakshalve maar meteen 'zwaar gesubsidieerd' genoemd, en de brave krantenlezer ziet direct het beeld opdoemen van een Europese Unie die miljarden verspilt aan de promotie van zoiets belachelijks als het idee van een 'Europese cultuur', dat allemaal over de rug van de Nederlandse belastingbetaler.

Daar valt van alles op te zeggen, bijvoorbeeld dat de EU zelf helemaal geen culturele projecten bedenkt, en dat het totale cultuurbudget van de EU (dat trouwens grotendeels opgaat aan de filmindustrie) even hoog of laag is als het bedrag dat Nederland onlangs op cultuur heeft bezuinigd: 200 miljoen. Maar interessanter is de vraag of dat idee van een Europese cultuur wel echt zo belachelijk is als Heijne het wil voorstellen. Je hoeft je niet per se Nederlander te voelen om te kunnen inzien dat 'Nederland' meer is dan een toevallig gevormde geografische eenheid, bijeengehouden door een gemeenschappelijk wetboek en een gemeenschappelijke taal (die overigens ook elders wordt gesproken, zoals PVV'er Martin Bosma haarfijn zou kunnen uitleggen). Zou zoiets niet ook voor Europa kunnen gelden?

Het idee van Europa als culturele eenheid dateert al van lang voor de oprichting van de Europese Unie. Ook in de meest eurosceptische hoek zie je het direct opduiken zodra het bijvoorbeeld over het EU-lidmaatschap van Turkije gaat: 'zij' zijn niet zoals 'wij', want ze staan niet in dezelfde christelijk-humanistische traditie. Het wij-gevoel dat Europeanen op bepaalde momenten dan kennelijk toch hebben, stamt in zekere zin nog uit de tijd van de Romeinen, die met het christendom en het Latijn een ijzersterke tweecomponentenlijm over het Avondland hebben uitgesmeerd. Natuurlijk zijn de onderlinge verschillen groot en is er altijd wel een reden te bedenken voor een nieuwe oorlog, maar naar buiten toe (tegen die vermaledijde Turken en Saracenen) blijven de gelederen doorgaans redelijk strak gesloten.

Ook de Europese literatuur is eeuwenlang getekend geweest door die combinatie van Latijn en christendom. Schrijven was iets wat alleen monniken deden, en aanvankelijk deden ze dat in het Latijn. In een beroemde studie uit 1948, Europäische Literatur und lateinisches Mittelalter, betoogt Ernst Robert Curtius dat het Latijn mag worden beschouwd als de bron waaraan de Europese literatuur is ontsprongen en waaruit die literatuur bleef putten. In de Renaissance voegde zich daarbij de studie van de Griekse en Romeinse klassieken, die een gemeenschappelijk reservoir van thema's en mythen vormen waarop schrijvers tot op de dag van vandaag terugvallen.

Natuurlijk is het net zo onzinnig om van 'de' Europese literatuur te spreken als om in zijn algemeenheid te zeggen dat je van Franse kaas houdt: het christendom en de klassieken mogen dan voor een gemeenschappelijke basis hebben gezorgd, wat vooral opvalt, is de enorme verscheidenheid aan vormen en stromingen. Maar ook die vormen en stromingen blijken vaak weer Europees, zoals mooi zichtbaar wordt gemaakt in de driedelige Nieuwe literatuurgeschiedenis ('Overzicht van de Europese letteren van Homerus tot heden'; Meulenhoff, 1994). In die zin is het nog onzinniger om van 'Nederlandse literatuur' te spreken dan van 'Europese literatuur', want bijna altijd worden vernieuwingen in gang gezet door ontwikkelingen in het buitenland: W.F. Hermans werd geïnspireerd door Kafka, Kafka door Flaubert en ga zo maar door.

In dat uitwisselingsproces spelen vertalingen een hoofdrol. Illustratief in dit verband is wat Milan Kundera, die zelf overigens de roman als Europese kunstvorm bij uitstek ziet, over een van zijn grote inspiratiebronnen zegt: 'De Rabelais die me rond mijn 18de heeft betoverd, is een Rabelais in prachtig modern Tsjechisch.'

Vertalingen houden nationale literaturen levend door een vorm te vinden om het vreemde te koppelen aan het eigene. Daarbij treedt automatisch het effect op dat Guus Middag ooit heeft omschreven als 'hetzelfde, maar dan anders': een vertaling is altijd een transformatie.

De denkfout van de beleidsmakers is niet het idee dat er één Europese identiteit zou bestaan (want dat beweert niemand), maar dat Europese burgers zich meer met elkaar verwant gaan voelen door het passief consumeren van pakketjes culturele inhoud die ze elkaar toewerpen, al dan niet vanaf een rijnaak.

Als prijs voor het beste in het Nederlands vertaalde boek (dus niet de beste vertaling) heeft ook de Europese Literatuurprijs in principe weinig oog voor de scheppende inbreng van de vertaler, al krijgt die wel ruimhartig een deel van het prijzengeld.

Als deze jaarlijkse prijs grotere bekendheid krijgt, en daar begint het op te lijken gezien de stickers waarmee de geselecteerde titels dit jaar in de boekhandels liggen, doet hij precies wat 'Europa' ook zou moeten doen: boeken onder de aandacht brengen die dat verdienen omdat ze laten zien hoe literatuur ook kan zijn. In onze eigen taal, maar toch ook weer niet.

undefined

VIERDE KEER

De shortlist voor de Europese Literatuurprijs werd deze week bekendgemaakt. De prijs, die dit jaar op 7 september voor de vierde keer wordt uitgereikt, bekroont de beste Europese roman die in 2013 in Nederlandse vertaling is verschenen. Eerder ging de prijs naar Emmanuel Carrère en vertaalsters Katrien Vandenberghe en Katelijne de Vuyst (Limonov), Julian Barnes en vertaler Ronald Vlek (Alsof het voorbij is) en Marie NDiaye en vertaalster Jeanne Holierhoek (Drie sterke vrouwen). De prijs is een initiatief van SPUI25, Athenaeum Boekhandel, het Nederlands Letterenfonds en De Groene Amsterdammer.

letterenfonds.nl

undefined

DE SHORTLIST

Ismail Kadare: Het reisverbod - requiem voor Linda B.

Vertaald uit het Albanees door Roel Schuyt.

Van Gennep; 207 pagina's; euro 19,90.

Een populaire toneelschrijver in het communistische Albanië wordt door een onderzoekscommissie van de Partij ondervraagd over zijn relatie met een meisje dat zelfmoord heeft gepleegd. Hij heeft haar nooit ontmoet, alleen (zonder het te weten) ooit een boek voor haar gesigneerd, maar ze intrigeert hem en hij gaat op onderzoek uit. Een klassiek geschreven roman van de oude meester Kadare, misschien net iets te flets om een echte kanshebber voor de prijs te zijn.

undefined

Jesús Carrasco: De vlucht

Vertaald uit het Spaans door Arie van der Wal.

Meulenhoff; 208 pagina's; euro 16,95.

Veelgeprezen debuutroman over een jongetje dat in een dorre uithoek van Spanje wegvlucht uit zijn dorp en wordt opgevangen door een geitenhoeder, met wie hij stilzwijgend een hechte band ontwikkelt. Maar de ware hoofdpersoon van het boek, waarin bijna niets gebeurt, is het stoffige landschap onder de verzengende zon, dat alles en iedereen in zijn greep heeft. Carrasco's bloemrijke taalgebruik vloekt misschien wat met de soberheid van zijn vertelling, maar De vlucht is er niet minder indrukwekkend om.

undefined

Jérôme Ferrari: De preek over de val van Rome

Vertaald uit het Frans door Reintje Ghoos en Jan Pieter v. d. Sterre.

De Bezige Bij; 224 pagina's; euro 18,90.

De uitbaatster van een Corsicaanse dorpskroeg vertrekt met de noorderzon. De eigenares zoekt vergeefs naar een goede opvolger, tot zich twee jongens uit het dorp aandienen, die daarvoor hun studie filosofie aan de Sorbonne opgeven. Het wordt een groot succes, maar niets hier op aarde is voor de eeuwigheid, zoals Augustinus al had betoogd in zijn preken over de val van Rome. Een sterke Prix Goncourt uit 2012, waarvan de spectaculaire schrijfstijl het verhaal bij vlagen in de schaduw stelt.

undefined

Tomek Tryzna: Bleke Niko

Vertaald uit het Pools door Karol Lesman.

De Geus; 219 pagina's; euro 19,95.

Komische ode aan de jeugd, de derde roman waarin de auteur van Meisje Niemand een adolescent in communistisch Polen ten tonele voert. De slapstick over Bleke Niko die na het zien van een film van Godard zelf filmer wil worden, is even aanstekelijk als absurdistisch, een aaneenschakeling van bonte scènes, met toch ook een serieuze moraal: kunst is groter dan het leven. Terecht op de shortlist, mede dankzij de sprankelende vertaling van Karol Lesman.

undefined

Edgar Hilsenrath Fuck America - Bronsky's bekentenis

Vertaald uit het Duits door Elly Schippers.

Ambo/Anthos; 248 pagina's; euro 20,95.

Het meest politiek incorrecte boek van de shortlist komt niet geheel toevallig van de auteur van Nacht en De nazi en de kapper. Hilsenrath, zelf overlevende van de Shoah, heeft een broertje dood aan de klassieke Shoah-literatuur. Het verhaal over de naar Amerika geëmigreerde Duitse Jood en gelukszoeker Jakob Bronsky geeft een even genadeloze als hilarische schets van het leven aan de zelfkant van de Amerikaanse droom. Fuck America mag de Europese Literatuurprijs winnen.

undefined

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden