Europese samenwerking schiet weinig op met Grondwet

Wat wil Europa? De Europese Unie worstelt met zowel de verdieping van de samenwerking als met de uitbreiding van het aantal leden....

Nu de kwestie Turkije is opgelost door het probleem vijftien jaar vooruit te schuiven, is er ruimte voor de vraag: wat wil Europa met zichzelf, en welke rol kan de Europese Grondwet hierbij spelen waarover dit voorjaar ook in Nederland een referendum zal worden gehouden.

Het was de ex-voorzitter van de Europese Conventie, de Franse oud-president Giscard d'Estaing, die deze vraag onlangs opwierp en zelf met een tamelijk duidelijk antwoord kwam. Als Europa in het mondiale krachtenveld niet wil worden gemarginaliseerd, dan zal het volgens Giscard, een 'gemeenschappelijke wil' moeten mobiliseren. Die wil ziet hij als het product van een Europees 'patriottisme' dat op zijn beurt wordt voortgebracht door een Europese identiteit die is gestoeld op het culturele erfgoed, te beginnen met de klassieke oudheid en te eindigen met de moderne wetenschap. Die identiteit moet worden versterkt teneinde die gemeenschappelijke Europese wil te bereiken. De gevolgtrekking van deze visie was duidelijk. Een land dat dit verleden deelt, mag meedoen aan dit project. Een land dat niet in deze traditie staat, blijft buitenstaander – hoe gewaardeerd en gerespecteerd ook. Daarmee verklaarde Giscard zich tegen de toelating van Turkije. Maar hij verklaarde zich tevens, zij het impliciet, voor de vorming van een Europese staat. Wat anders kan immers die gemeenschappelijke wil en de mondiale daadkracht genereren?

'Wat een illusie!', zal de voormalige eurocommissaris, Frits Bolkestein, kunnen denken. Europa is geen wilsgemeenschap en zal dat ook niet worden, om de eenvoudige reden dat een aantal leden van de Unie hun eigen wil niet willen onderwerpen aan een Europese wil. Met Engeland voorop wijzen zij de gedachte van een Europese staat van de hand. Er is geen sprake van, en daarmee is dat politieke Europa een fata morgana.

In deze trant drukte Bolkestein zich uit in zijn boek De grenzen van Europa (2004) waarin hij openlijk erkent het failliet van de federale optie niet te betreuren. Hij is, zoals bekend, een liberaal die de Europese Unie wil houden zoals ze is, een gemeenschappelijke markt met een aantal gemeenschappelijke afspraken om de ruil zo eerlijk mogelijk te laten verlopen, en die de gevolgen van deze 'markt zonder staat' niet vreest. Juist daarom deelt hij met Giscard het onbehagen over de grenzeloosheid van Europa, maar waar de Fransman geografisch grenzen trekt op culturele gronden, stelt hij allereerst grenzen aan het beleid. Geen Europees leger en geen Europese belasting, geen Europees sociaal stelsel, om drie centrale statelijke functies te noemen. Wie anders wil, houdt zich voor de gek of speelt vals spel. Dat laatste is wat Bolkestein de Fransen verwijt. 'Voor Frankrijk is de Europese integratie de voortzetting van Franse ambities met andere middelen' schrijft hij. Dat lijkt een ferme uitspraak, maar is op de keeper beschouwd een gemeenplaats die voor alle staten opgaat. De vraag die er toe doet, is of de Franse ambities ook belangen van anderen dienen, of niet.

Voor Engeland en Denemarken is het antwoord 'nee', omdat zij net Bolkestein de Unie als een economisch project zien. Het Europa waar Giscard van spreekt, is voor hen een fictie en die kan niet worden bedreigd of worden gemarginaliseerd in de wereldpolitiek. Niettemin tobt ook Engeland, net als Frankrijk, over zijn verloren status, maar zoals bekend zoekt het zijn heil niet in Europa, maar in de rol van boodschapper of bemiddelaar tussen Europa en de VS. In deze Atlantische positie voelt ook Bolkestein zich thuis en vanuit dat gevoel bestrijdt hij de Franse Europese ambitie.

Zo staan als vanouds Europeanen en Atlantici tegenover elkaar, terwijl ze tevens tot elkaar zijn veroordeeld. Dat blijkt ook uit de Europese Grondwet die de regeringsleiders unaniem hebben aanvaard. Het ontwerp draagt onmiskenbaar een Franse signatuur en is een onverbloemde poging de Europese Unie meer te laten zijn dan een aangeklede vrijhandelszone.

Giscard was de voorzitter van de Europese Conventie die het ontwerp in eerste aanleg formuleerde en zijn hand is te herkennen in de verwijzingen naar het culturele erfgoed die in de preambule van de Grondwet staan. Hij bouwde onmiskenbaar aan zijn ideaal: een Europese identiteit die een Europees patriottisme voortbrengt en daarmee een gemeenschappelijke wil waarmee zijn Europa zich aan de wereld openbaart.

Maar, zoals gezegd, zijn visie wordt weersproken, en terecht. De aaneenrijging van grote woorden – terwijl met een simpel 'vrijheid, gelijkheid en broederschap' had kunnen worden volstaan – in het begin van de Grondwet hebben vooral een symbolische waarde, terwijl het eigenlijke werk niet veel meer biedt dan een ordening van wat al eerder was besloten.

De Grondwet biedt de EU in ieder geval geen belastingen, geen sociale zekerheid en geen defensie. Over het eerste krijgt de Unie niets te vertellen, over de tweede weinig tot niets, en over de derde alleen op basis van de verlammende unanimiteit. Tel uit je winst! Dat geldt ook voor de vierde vitale staatsfunctie, die van justitie en politie. Ondanks de vele woorden die worden gewijd aan een gemeenschappelijk migratie-en asielbeleid, aan een Europese aanklager en een Europese politie, toont de Grondwet geen aanzet tot een eigen Europees stelsel in wording. De macht van de afzonderlijke staten prevaleert ook hier. Dat ten slotte ook voor de nieuwe figuur van Europese president die geen president is, maar 'een zetbaas' of 'secretaris in mooi pak' van de verzamelde regeringsleiders, de Europese Raad, die hem bovendien een 'minister van Buitenlandse Zaken' toeschoven. De functie behoort deels tot de Europese Commissie en deels tot de Raad, waarmee de chronische tegenstelling tussen beide wordt belichaamd in deze beklagenswaardige figuur. De Grondwet heeft met andere woorden een geringe toegevoegde waarde, en dat zal de reden zijn waarom de Engels premier Blair instemde met het ontwerp, en met hem andere politici die met een sceptisch thuisfront kampen en een referendum hebben beloofd.

Hun argument is duidelijk. De Grondwet is geen opstap naar een Europese staat. Integendeel, die Grondwet snijdt de weg daartoe af. Wie tegen een Europese staat is, moet dus voor deze Grondwet stemmen, en omgekeerd, wie tegen de Grondwet is, en houdt daarmee de mogelijkheid van een Europese staat juist open.

Zo zullen de Engelsen straks in meerderheid voor de Europese Grondwet stemmen, al huivert Giscard van wat hij voor een onjuiste logica zal houden. Maar wat kan hij doen? Als hij protesteert tegen de zienswijze van Blair, zullen de Engelsen wellicht in meerderheid tegen zijn Grondwet stemmen met als gevolg dat het hele project sneeft. Is dat erg? Voor Giscard wel, die zijn bouwwerk in elkaar ziet vallen. Maar nuchter bezien valt het mee. De Grondwet is geen blokkade tegen de vorming van een Europese wil, maar evenmin daarvan het begin. De Grondwet behoort tot het soort compromis waarin de EU grossiert: het kan nog alle kanten uit en daarom kunnen voor-en tegenstanders zich er in vinden.

Derhalve lijkt het verstandig een bescheiden waarde toe te kennen aan de referenda en aan de Grondwet zelf, waarvan artikel I,43 nog het beste antwoord geeft op de vraag welke kant het uitmoet met Europa. Dit artikel gaat over 'nauwere samenwerking' en staat een minimum van eenderde van alle lidstaten toe onderling de samenwerking te versterken.

Hier ligt de kans om te doen wat volgens Giscard de echte Europeanen zouden moeten: een coalitie smeden van zij die een Europese staat willen. Deze mogelijkheid bestaat al langer en blijft bestaan, ook als het Grondwetsontwerp door een 'nee' van Engeland of van andere landen wordt verworpen – waarmee de betrekkelijkheid van de zaak eens te meer is vastgesteld.

Wie van dit echte Europa deel gaan uitmaken? Dat is de eigenlijke vraag die aan het volk zou moeten worden voorgelegd. Frankrijk en Duitsland zullen beginnen, de Benelux volgt, samen met Spanje en Portugal, en als Berlusconi is afgetreden, treedt ook Italië toe. Dan ontbreekt er nog een, en dat wordt Malta om het vereiste negental vol te maken. Het gaat dus om de eurolanden die de markt en de munt onder de hoede van een staat plaatsen. De participatie van andere landen is vrij.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden