EUROPESE PARANOIA; EU is geen complot tegen de naties.

DE HUIDIGE generatie regeringsleiders heeft het moeilijk met Europa. Zelfs een Europeaan van formaat als Helmut Kohl doet soms alsof de EU uit is op de vernietiging van de autonomie van de nationale staten....

Al te vaak is de Europese Unie een zondebok voor de nationale tekortkomingen - zozeer zelfs dat de geloofwaardigheid van de Europese instellingen langzamerhand behoorlijke averij is toegebracht. In het najaar zullen de regeringsleiders zich met elkaar het hoofd breken over de vraag wat zij fout hebben gedaan, en hoe het beter kan. Misschien is het goed dat ze de komende vakantieperiode gebruiken om zich de vraag te stellen wat de Europese Unie nu eigenlijk is. En vooral: wat de EU níet is.

'Er is geen Europees complot tegen de naties', schrijft de voormalige Belgische ambassadeur bij de EU Philippe de Schoutheete in zijn recente boek Bezield Europa. Dat is een nuttige opmerking, getuige de gevoelens van paranoia die Kohl en Chirac weten op te roepen.

Om elk misverstand uit de weg te ruimen: de EU is een vereniging van soevereine staten, die ervoor gekozen hebben een aantal gemeenschappelijke problemen gezamenlijk op te lossen. Deze vereniging is vrijwillig, en verre van dictatoriaal - de Oost-Europese landen staan in de rij om lid te worden.

De EU is een van de meest originele concepten die diplomaten en politici ooit bedacht hebben, schrijft De Schoutheete. Er is geen enkele internationale organisatie, in heden of verleden, die zich met de Europese Unie laat vergelijken. De lidstaten hebben voorgoed afstand gedaan van sommige bevoegdheden (zoals het recht om handelsverdragen te sluiten) en die overgedragen aan een centrale instelling: de Europese Commissie. Europese rechtsregels hebben bovendien voorrang op nationale wetten, en beïnvloeden rechtstreeks de burgers.

Het originele concept van de EU wordt vertaald in een even originele structuur - het samenspel van parlement, Europese Commissie (het dagelijks bestuur), Europese Raad (waarin de lidstaten zitten, zeg maar het algemeen bestuur) en het Hof van Justitie. Wetgevende, uitvoerende en rechtsprekende macht komen hier bij elkaar in een ingewikkelde constellatie, waarin de bevoegdheden verschillen naar gelang het onderwerp. Zo heeft de Commissie in principe weinig te vertellen over het buitenlands beleid, maar veel over de interne markt.

Het Europees concept is de afgelopen vijftig jaar niet ongewijzigd gebleven. Er zijn dingen aan toegevoegd: het verdrag van Schengen (over samenwerking op gebied van politie, justitie, immigratie), associatieverdragen met belangrijke handelspartners, het eurocorps waarin onder meer Frankrijk, Duitsland en Nederland samenwerken op militair gebied, en zo verder. Harvard-politicoloog Stanley Hoffmann noemt de EU 'een complex geheel van netwerken, dat soms zeer nauw verbonden is, maar soms ook lossere gedeelten heeft'.

Deze netwerken zijn organisch gegroeid: stuk voor stuk als gevolg van concrete beslissingen van democratische regeringen, die hebben gekozen voor het opgeven van een deel van hun soevereiniteit omdat ze daar heil in zagen. Het complexe geheel is de kracht van de EU, die er haar politieke legitimiteit aan ontleent, maar tegelijkertijd een zwakte: soms leidt het tot stagnatie in de besluitvorming - en het is niet uit te leggen aan de burgers.

Kohl en Chirac klagen dat de EU te ver van de burgers is komen af te staan. Die klacht is terecht, maar zij zijn zelf verantwoordelijk voor dat fenomeen. Het zijn meestal de lidstaten die met hun nationale gevoeligheden een efficiënte en begrijpelijke besluitvorming tegenhouden. Wie klaagt over het feit dat de stekker van zijn scheerapparaat niet op alle stopcontacten in Europa past, gelieve contact op te nemen met zijn volksvertegenwoordiger - dáár hoort die klacht thuis.

Over een klein jaar vinden er opnieuw verkiezingen plaats voor het Europees Parlement. Te vrezen valt dat de opkomst een nieuw dieptepunt zal bereiken. Dat ligt niet alleen aan alle affaires waarin het Europarlement verzeild is geraakt - dat ligt zeker ook aan het ontbreken van organisaties die de complexe issues van de Europese eenwording en besluitvorming zodanig onder woorden kunnen brengen dat de burgers in de gaten krijgen waar het in Europa eigenlijk om draait.

In de organische groei van netwerken is namelijk nooit ruimte geweest voor een 'middenveld' van pan-Europese politieke partijen, vakbonden, consumentenorganisaties en andere instanties die het Europese politieke debat kunnen vertalen naar de burgers. Dat is des te belangrijker omdat 'een complex geheel van netwerken' niet automatisch warme gevoelens bij zijn onderdanen oproept; in ieder geval niet zoals een oranje voetbalshirt of een Franse Marianne.

Jacques Delors, de grote Europeaan van de jaren tachtig en negentig, heeft een interessant voorstel gedaan: inzet bij de verkiezingen voor het Europees Parlement zou ook het voorzitterschap van de Europese Commissie moeten zijn. De grootste politieke formatie mag de voorzitter leveren. Het idee verdient het serieus genomen te worden, alleen al vanwege het feit dat de EU iets democratischer zou worden. Maar veel belangrijker nog is dat zo'n verkiezingsstrijd de partijen zou dwingen om Europa te vertalen in termen die voor iedereen begrijpelijk zijn. Dat zou pure winst zijn.

Geert-Jan Bogaerts

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden