Europese ministers met honingpotten naar Congo

Met een bezoek aan Congo en zijn buurlanden spoorden drie Europese ministers van Ontwikkelingssamenwerking de regio vorige week aan de conflicten op te lossen....

Van onze verslaggever Wim Bossema

Een zaaltje op de eerste verdieping van een gebouw in Kisangani, de afgelegen stad aan de machtige rivier de Congo. Aan twee lange rijen tafels met kleurige plastic tafelkleden zitten twee delegaties tegenover elkaar: drie Europese ministers en de rebellen onder leiding van hun secretaris-generaal, Azarias Ruberwa. De Britse minister Short is graag duidelijk: 'We gaan de spoorweg niet repareren als jullie niet meewerken met de VN-vredesmacht Monuc.'

Dit is waarschijnlijk het cruciale moment in het bezoek van de drie ministers Eveline Herfkens, Clare Short en de Noorse Hilde Johnson. Met hun Duitse collega vormen zij de Utstein-club, een informele pressiegroep van gelijkgezinden. Op advies van de speciale EU-gezant voor het gebied van de Grote Meren, Aldo Ajello, zien zij de ontwapening van de Rwandese Hutu-strijdgroepen, de Interahamwe, in Oost-Congo als de sleutel voor een oplossing. Pas dan zal Rwanda bereid zijn zijn leger uit Oost-Congo terug te trekken. Die ontwapening is de taak van Monuc.

Maar de rebellen van RCD-Goma, die worden gesteund door Rwanda en het grootste deel van Oost-Congo in handen hebben, werken Monuc tegen, vertelt de Britse kolonel Peter Williams. Ze beloven wat, en dan is het de volgende dag toch weer nee. Monuc is gearriveerd in Kisangani, maar elke dag zijn er wel weer nieuwe ergernissen. Monuc mag 's nachts geen vliegtuigen in Kisangani laten, maar heeft een permanente basis nodig, bewaakt door tweehonderd manschappen. Dat moeten de ministers voor elkaar krijgen.

Kisangani is de springplank voor het zuidelijker gelegen Kindu. Dat ligt vlak bij het gebied waar de gewapende groepen - de Interahamwe en andere Rwandese groepen en de Congolese Mai Mai - opereren. Monuc wil in maart vierhonderd soldaten ter plekke hebben; in juni tweeduizend. Die zullen vanuit Kindu 'gaan vissen in een vijver', zegt kolonel Williams. Ze zullen proberen de strijders zover te krijgen dat zij zich vrijwillig melden voor ontwapening.

Het herstel van de spoorlijn tussen Kisangani en Kindu is nodig om die VN-macht te bevoorraden. De rivier is daar onbevaarbaar door watervallen en stroomversnellingen. Daarom is ooit het spoor aangelegd. De trein rijdt al vier jaar niet. Alleen afgelopen juni liet RCD-Goma een 'biertrein' rijden, zegt Williams.

Het herstel van de spoorweg en de bijbehorende haven aan de rivier zal de economie in de streek flink helpen. Daarom houden de ministers dat ook voor aan RCD-Goma als beloning voor medewerking aan Monuc. Groot-Brittannië heeft al geld toegezegd, en Nederland sluit zich daarbij aan, maakt minister Herfkens bekend. Ze vindt het een goed middel om de rebellen onder druk te houden: 'Je kan het werk aan de spoorlijn elk moment stoppen.'

In het zaaltje met de twee delegaties zegt Ruberwa dat de VN het exclusieve gebruiksrecht eisen van het vliegveld, en dat hij daar niet mee kan instemmen. Short kijkt verstoord. Exclusief gebruik? Dat was toch helemaal niet aan de orde? Ze fluistert wat met Monuc-chef generaal Diallo, en zegt dan dat de VN het vliegveld niet alleen voor zichzelf willen, maar een deel en een permanente basis. Dat is dan afgesproken.

Een doorbraak vinden de Monuc-mensen het, zegt minister Herfkens later. De ministers zijn ook tevreden; dat de grote leider van RCD-Goma, Adolphe Onusumba, niet kwam opdagen, vinden ze geen belediging. Tweeëneenhalf jaar nadat de strijdende partijen het Lusaka-akkoord sloten, zullen VN-militairen weldra kunnen beginnen met het ontwapenen. Daar gaat het om.

Er komt weer beweging in het vredesproces, dat lange tijd vast zat, denken de ministers. En ze dragen die boodschap uit in alle betrokken landen die zij tijdens het bliksembezoek van drie dagen aandoen: Congo-Kinshasa, het rebellengebied, Uganda, Burundi en Rwanda.

Nog maar een half jaar geleden maakte Short een vergelijkbare reis en zat alles muurvast. Met de Congolese president Joseph Kabila had ze niet veel meer dan 'een scheldpartij', vertelde ze Herfkens. Nu ging het gesprek heel anders, zegt de Nederlandse minister. Kabila stond open voor alles: machtsdeling, ontwapening. Over vijf weken besluiten IMF en Wereldbank over leningen en andere hulp, die Congo hard nodig heeft, dus Kabila kiest eieren voor zijn geld, denkt de minister.

Ze maakt bekend dat Nederland honderd miljoen dollar stort in een fonds van de Wereldbank voor de ontwapening en reïntegratie in de burgersamenleving van rebellen en soldaten in de landen rond de Grote Meren. Dat is het verschil van deze Utstein-missie, zegt zij, met eerdere pogingen de partijen tot beweging aan te zetten, zoals die van de Britse en Franse minister van Buitenlandse Zaken, Straw en Védrine, vorige maand, die niets uithaalden. Herfkens: 'Wij komen met de honingpotten.'

De ministers beloven hun invloed aan te wenden om speciale schuldenverlichting te krijgen als de landen nu eindelijk eens vaart zetten achter 'Lusaka'. Short wijst erop dat haar land een permanente zetel in de Veiligheidsraad heeft en dus een belangrijke bondgenoot is. Noorwegen zit momenteel ook in de V-raad. Bij de Kabila en zijn rivalen van de RDC-Goma dringen ze erop aan iets te maken van de inter-Congolese dialoog die later deze maand in het Zuid-Afrikaanse Sun City moet worden gehouden.

Toch grijpen de Afrikaanse presidenten de gelegenheid vooral aan om hun standpunten nog eens te onderstrepen. En bij elk bezoek blijkt de wirwar van conflicten nog weer wijder. Kabila zegt dat de bezetting van de helft van zijn land het grote probleem is. De ministers moeten de anderen maar vertellen dat hun troepen niet welkom zijn in Congo. En dan is de jonge president weer verdwenen. Hij zal de erfenis van zijn vader, Laurent-Désiré Kabila, niet verkwanselen.

In Uganda staat president Yoweri Museveni de pers wel uitgebreid te woord. Uganda heeft zijn troepen uit Congo teruggetrokken, maar moest weer terug omdat onlangs gevechten uitbraken tussen de rebellen van Jean Pierre Bemba en een kleinere groep die beiden door Uganda worden gesteund. De grote boosdoener voor Uganda is Sudan. Dat regime (dat met Bin Laden werkte voor nog iemand van hem gehoord had, brengt Museveni in de herinnering) steunt Ugandese rebellen (terroristen, zegt Museveni) die het land vanuit Congo en vanuit Zuid-Sudan binnenvallen.

De Burundese regering kampt met Hutu-rebellen die vanuit Congo en Tanzania aanslagen uitvoeren. Nog deze maand was er een moordpartij op dorpelingen vlakbij de hoofdstad Bujumbura. Na het vredesakkoord van Arusha in 2000 is een overgangsregering ingesteld, maar een staakt-het-vuren is nog steeds niet overeengekomen. De uit ballingschap teruggekeerde Hutu-politici worden bewaakt door een Zuid-Afrikaanse macht van zevenhonderd manschappen, waaraan Nederland zal meebetalen.

President Buyoya komt net op tijd terug uit de Verenigde Staten, waar hij Kofi Annan en leden van de Veiligheidsraad en de Wereldbank, om de ministers te zien. Hij vraagt om financiële steun, schuldenverlichting en druk op de rebellen, vertelt Herfkens later. Rebellen spreken de ministers echter helaas niet.

De belangrijkste tegenspeler van Kabila is de Rwandese president Kagame, de laatste die de Utstein-ministers bezoeken. Als Rwanda veiligheidsgaranties heeft tegen invallen door restanten van de groepen die in 1994 genocide pleegden en nu door Kabila worden gesteund, zal hij zijn leger terugtrekken, zegt hij, geflankeerd door de Europese ministers. 'Vertel wat u in de Veiligheidsraad zei', zegt Short tegen Kagame. Kagame: 'Ik zei: maak dit uw probleem. Zodra de ex-Interahamwe geen steun meer krijgen, zijn wij vertrokken.' Heeft hij nieuwe garanties gekregen van de ministers? Dat gelooft Kagame eerlijk gezegd niet.

Zijn de partijen werkelijk aan het schuiven? Of zoals minister Herfkens het uitdrukt: wordt de vicieuze cirkel op zes punten tegelijk doorbroken? Er zijn nog de landen die Kabila steunen. Angola meet zich een bemiddelaarsrol aan. Zimbabwe blijft een onberekenbare factor. Maar de VN zijn zichtbaar in Kinshasa en in Kisangani, met vliegtuigen, helikopters en terreinwagens. De Wereldbank en hulporganisaties keren terug. Dat zijn vaak voortekenen van verandering.

Het verklaart wellicht de aarzeling van de RCD-Goma. Als Kisangani en Kindu straks worden overspoeld door VN-militairen en materieel, waar blijven de rebellen dan? Het moet wel duidelijk blijven wie de baas is. 'Het is een kwestie van soevereiniteit', zegt Ruberwa na afloop van het onderhoud met de ministers op het vliegveld.

De werknemers van de spoorweg en hun gezinnen zien de ministers als engelen uit de hemel. Als het doorgaat, is er eindelijk weer werk en inkomen voor duizenden mensen. In 1999 en 2000 hebben zich in Kisangani zware veldslagen voltrokken tussen ruziënde rebellengroepen gesteund door Rwanda en Uganda. Voor het eerst sinds vele jaren is er uitzicht op verbetering.

Het regeren zal de RCD-Goma een stuk moeilijker afgaan als Monuc in vol bedrijf is. 'Ik ben niet voor de RCD, ik ben voor Kabila', zegt een spoorwegambtenaar. De RCD wordt in grote delen van het gebied dat zij beheerst, gezien als een bezettingsmacht, de hulptroepen van Rwanda. Met de uitvoering van het Lusaka-akkoord wordt haar positie steeds moeilijker. Bemba, de vroegere bondgenoot tegen vader Kabila, maakt zich op voor een vergelijk en toetreding tot een overgangsregering in Kinshasa. Hij zou er al een huis laten bouwen.

Werkt RCD-Goma daarom tegen? Munoc-kolonel Williams: 'Het zou goed kunnen. Gisteren is er nog een helikopter van ons beschoten bij Kindu.'

Het zal de Munoc niet tegenhouden. In Kindu begint het echte werk. De grote vraag blijft of de Munoc de Interahamwe en de Mai Mai wel kan ontwapenen, wat het doeltreffende Rwandese leger in al die jaren niet is gelukt. Minister Herfkens geeft Munoc een redelijke kans. Als de steun wegvalt en er wordt iets geboden in ruil voor ontwapening, dan komen velen wel, zegt ze. Het aantal strijders van de Interahamwe is de afgelopen jaren al sterk verminderd. 'Er zijn veel kindsoldaten bij, die allang blij zijn als ze weer naar huis kunnen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden