Europese jazzmusici doen wonderen met denkbeeldige folklore

Een jazzfestival zonder Amerikaanse act, het blijkt de laatste jaren steeds gemakkelijker te kunnen, dankzij de ongekende rijkdom aan Europese topmusici....

Frank van Herk

Vaak zoeken die aansluiting met geestverwanten uit andere culturen. Ook tijdens de vierde editie van het Jazz International Rotterdam Festival waren er weer unieke internationale gezelschappen te bewonderen, op zoek naar folklore imaginaire.

Zo bespeelt Rabih Abou-Khalil, een in Duitsland wonende Libanees, de ud. Zijn composities zijn meer gebaseerd op Arabische toonschalen dan op Westerse akkoordenschema's. Toch is zijn stijl niet traditioneel. Hij kiest klankkleuren die hem treffen, en maakt daar bonte mozaen van - in zijn huidige groep met de jazzy sopraansax en de Sardijnse keelzang (diep uit de kelder) van Gavino Murgia, en met het briljante, even klaterende als melancholieke spel van de Italiaanse accordeonist Luciano Bondini. Michel Godard, wiens tuba erdoorheen en onderdoor danst als een wel uitzonderlijk lenige olifant, komt uit Frankrijk.

De pianist Simon Nabotov vormt in zijn eentje een internationaal gezelschap, en dat niet alleen door zijn indrukwekkende omvang. Hij is een Rus, opgeleid in New York, woonachtig in Keulen, en dit keer liet hij zijn onvoorstelbare virtuositeit los op Braziliaanse muziek. Weinig zwoel en sensueel, eerder intellectueel. Maar hij filtert de composities van Gilberto Gil, Caetano Veloso en anderen heel indrukwekkend door de diamant van zijn fantasie, steeds andere facetten belichtend: de luchtige melodie de zonnige tederheid, maar ook het duistere en onwereldse dat in de dissonanten opgesloten ligt.

Al bestaat de groep uit louter Italianen, ook bij het octet van de rietblazer Gianluigi Trovesi val je van de ene verbazing in de andere. Opnieuw een schitterend hoogtepunt. De stukken zijn montage-achtig, maar dan zonder het frenetieke zappen van New-Yorkers als John Zorn: een stukje Dixieland schuift langzaam op naar een Nino Rota-achtig klanklandschap, waarna je (bij een solo op de altsax, tegen zigzagloopjes aan) Eric Dolphy denkt te horen spelen met de Mothers of Invention. Pastorale rust wordt afgewisseld met gierende rauwheid uit een elektronisch vervormde cello, een komische housepersiflage wordt opgeluisterd met vrije geluiden op de basklarinet. Een film waar je totaal overdonderd uit komt.

Vervolgens kan ook de harde werkelijkheid toeslaan. Niet alle optredens waren succesvol. Duetten voor twee gitaren van Philip Catherine en Ed Verhoeff werden verstikt door mooiigheid en overvol kantwerk waarin de klare lijn ontbrak. Bovendien bleek de oudere Belg de Rotterdammer enigszins pijnlijk te overklassen met zijn veel fraaiere toonvorming en natuurlijker swing.

Echt helemaal mis ging het gelukkig maar keer, met de Mardi Gras BB uit, alweer, Duitsland. Je zet vantevoren de vooroordelen opzij: natuurlijk kunnen onze Oosterburen ook New Orleans-muziek spelen, waarom niet? Maar nee, geen pikante gumbo maar een klonterige brij was het resultaat, door een overbodige scratcher nog drabbiger gemaakt, en gepresenteerd met gnte ongein. Dit leuke festival verdient beter, en dankzij een fijne subsidie mag voor volgend jaar gehoopt worden op louter topconcerten.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden