Europese ijver

Europees commissaris voor onderzoek Philippe Busquin, Belgisch socialist van origine, is verontrust. Zeer verontrust. De Europese Unie investeert, vindt hij, veel te weinig in wetenschappelijk en technologisch onderzoek....

Martijn van Calmthout

En dus ligt er sinds januari van het vorig jaar Busquins pleidooi om maar liefst 20 procent meer EU-geld te steken in onderzoek en ontwikkeling en veel gecoördineerder te gaan werken in Europees verband. Ook moeten Europese onderzoekers mobieler worden, zeker als de Unie verder oostwaarts wordt uitgebreid.

Busquins plan voor het zogeheten European Research Area zou in het kaderprogramma 2002-2006 al moeten ingaan, halverwege volgend jaar. Budget: 38 miljard gulden (17,5 miljard euro), vooral voor biotechnologie, ICT, nanotechnologie, ruimtevaart, voedselveiligheid, duurzame techniek en burgerparticipatie.

Afgelopen dinsdag sprak de zorgelijke commissaris de EU-ministers van wetenschap daarover in Luxemburg aan tijdens hun periodieke vergadering van de EU Research Council. De jongste cijfers die hij bij die gelegenheid hanteerde, logen er niet om. Ze haalden dan ook menig krant.

Bijvoorbeeld. In de EU is 5,3 procent van de actieve beroepsbevolking wetenschapper van beroep. Dat is weinig. In de VS is het 8,1 procent en in Japan zelfs 9,3 procent. Nederland zit met 5,0 wat dat betreft zelfs nog onder het Europees gemiddelde. Alleen Scandinavische landen als Zweden, Denemarken, Finland en Noorwegen, kunnen de VS en Japan nog een beetje bijhouden.

Afgemeten naar investeringen is het gat zo mogelijk nog huiveringwekkender. De vijftien EU-landen steken gemiddeld 1,9 procent van hun Bruto Binnenlands Product (BBP) in onderzoek. In Noord-Amerika is dat 2,6 procent en in Japan zelfs 2,9. Waarbij het Amerikaanse BBP dan ook nog eens groter is dan het Europese.

Volgens Busquin ontstaat daardoor niet alleen intrinsieke achterstand op concurrerende onderzoeksnaties. Ook is de verleiding voor Europees wetenschappelijk talent groot om elders met ruimere faciliteiten aan de slag te gaan. Het aantal hoogopgeleide immigranten in de VS is in een paar jaar tijd verdrievoudigd. Tien procent van de nieuwkomers is van Europese komaf.

Nieuws is dat allemaal niet. Busquins gegevens zijn nagenoeg dezelfde als vorig jaar te lezen waren in een dik pak cijfermateriaal dat hijzelf uitgaf bij de presentatie van zijn plan voor de budgetverruiming en een grotere Europese coördinatie.

Die bundel, Key Figures 2000 van Busquins directoraat-generaal XVI, vergelijkt op het gebied van onderzoek en ontwikkeling alles met alles. En geeft desgewenst met handig combineren ook een heel ander, veel rooskleuriger beeld van de inzet en prestaties van de EU-landen en hun onderzoekers.

Zo kent Europa weliswaar weinig wetenschappers per hoofd van de bevolking, maar die produceren wel bijna 38 procent van alle wetenschappelijke publicaties en krijgen ook 38 procent van alle citaties.

Dat is meer dan de VS (33 procent, 51 procent van alle citaties, maar beide dalend). Japan, met verreweg de meeste onderzoekers per capita, is met 10 procent artikelen en 8 procent van alle citaties wetenschappelijk eigenlijk nergens. Sterker, Japan produceert per inwoner slechts de helft van het aantal artikelen per Nederlander. En, nog eens iets, de VS produceren per miljoen inwoners evenveel octrooien als bijvoorbeeld Nederland.

Het gaat, kortom, ook uitstekend met de Europese wetenschap. Er wordt efficiënt en hard gewerkt. En dat terwijl de echte integratie nog moet komen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden