Europese defensie zal een illusie blijven

Het voorstel voor een Europese defensie, recentelijk gelanceerd op de Frans-Britse top, heeft steun gekregen van andere landen. Volgens Dick Zandee is er weinig nieuws onder de zon en blijft de Europese Unie onmachtig in internationale conflicten effectief op te treden....

DE tijden van de Frans-Duitse dominantie in de Europese samenwerking zijn voorbij. De erosie in de verhouding Bonn-Parijs, die al optrad tegen het einde van de periode-Kohl, is zichtbaarder geworden na het aantreden van de rood-groene Coalitie. Nieuwe impulsen voor een Europese defensie - in het verleden vaak gelanceerd door Frankrijk en Duitsland - komen nu uit Londen.

Tijdens de Europese Top in het Oostenrijkse Pörtschach in oktober heeft premier Blair de discussie over Europese defensiesamenwerking nieuw leven ingeblazen. Blair benadrukte dat het Gemeenschappelijk Buitenlands en Veiligheidsbeleid (GBVB) van de Europese Unie onvoldoende functioneert. Voor versterking van dat beleid is meer nodig dan alleen de nieuwe mechanismen voorzien in het Verdrag van Amsterdam, namelijk aanstelling van een hoge functionaris, Monsieur PESC (de Franse afkorting voor GBVB) en oprichting van een planningseenheid.

Onder verwijzing naar het voormalige Joegoslavië stelde Blair dat krachtdadige diplomatie zonder dreiging met militaire middelen onmogelijk is. Europa moet derhalve over eigen militaire middelen kunnen beschikken voor situaties waarin de VS niet wensen deel te nemen aan een operatie.

Op de Franse-Britse Top van 4 december in St. Malo is het initiatief van Londen omgezet in een Gezamenlijke Verklaring over Europese Defensie. Hierin onderstrepen beide landen dat '. . .de Unie in staat moet zijn autonoom op te treden, met geloofwaardige militaire middelen, de voorzieningen om te kunnen besluiten ze in te zetten en de bereidheid dat te doen, teneinde een antwoord te hebben op internationale crises.'

Bestaande verplichtingen voor collectieve verdediging in NAVO-verband blijven gehandhaafd. Het gaat erom dat de Europese Unie over toereikende militaire middelen kan beschikken - hetzij binnen de NAVO hetzij los daarvan - om zelfstandig te kunnen optreden in internationale conflicten.

De meeste EU-landen hebben positief gereageerd op het Frans-Britse voorstel. Ook de VS juichten het initiatief toe, maar minister van Buitenlandse Zaken Albright benadrukte onlangs in Brussel wel dat Europees militair optreden gestalte moet krijgen binnen de NAVO. Bij uitwerking van het (tamelijk vage) voorstel zullen onderlinge Europese verschillen op dit punt ongetwijfeld ook aan de oppervlakte komen.

Niettemin lijkt in de Unie nu consensus te bestaan over de versterking van het GBVB door middel van hechtere Europese defensiesamenwerking. In feite heeft de Labour-regering een inhaalpoging ondernomen na de tegenwerking onder de Conservatieven.

Hierdoor heeft de huidige discussie een hoog déja vu-gehalte. Begin jaren negentig circuleerden bij de voorbereiding van 'Maastricht' al verschillende voorstellen over Europese defensie, waaronder een Brits-Italiaans plan voor European Reaction Force, autonoom (!) inzetbaar in het kader van de West-Europese Unie. Ook waren sommige landen destijds voorstander van opname van de WEU in de EU, maar dit stuitte op verzet van onder meer het Verenigd Koninkrijk.

Een nieuwe poging tot versmelting van WEU en EU bij de opstelling van het Verdrag van Amsterdam werd opnieuw door Londen geblokkeerd. Hoewel de Frans-Britse Verklaring geen melding maakt van opheffing van de WEU, zou opname van deze organisatie in de EU op termijn een logische stap zijn. Belangrijker dan de toekomstige institutionele vorm van de defensiecomponent van de EU is de vraag of het GBVB nu daadkrachtiger zal worden en Europa zelf crises in de achtertuin kan oplossen. Ernstige twijfel is geboden. Allereerst blijft Europese buitenlandse en veiligheidspolitiek in de praktijk de grootst gemene deler van het nationale beleid van de lidstaten. Herschikking van de Europese defensie-arrangementen verandert hieraan niets. Blair slaat de spijker op de kop door te stellen dat militaire druk noodzakelijk is bij crisesbeheersingsdiplomatie.

Het probleem is evenwel dat de EU niet in staat is tot dergelijke diplomatie die hoge eisen stelt aan consistentie en volharding. Ook in het Kosovo-conflict is weer gebleken dat alleen de VS in staat zijn doorbraken te forceren, met inzet van NAVO-luchtstrijdkrachten als stok achter de deur.

Ten tweede kan Europa meer complexe militaire operaties alleen uitvoeren met Amerikaanse deelname vanwege het gebrek aan geschikte eigen middelen op het gebied van inlichtingen, verbindingen en commandovoering. Europese militaire actie moet zodoende beperkt blijven tot kleinschalig en minder complex optreden. Het is veelzeggend dat de Extraction Force in Macedonië weliswaar uit Europese eenheden zal bestaan, maar binnen de NAVO-commandostructuur opereert.

Europese defensiesamenwerking is niets nieuws. Het Eurocorps, het Duits-Nederlandse Legerkorps en de UK-NL Amphibious Force zijn bestaande voorbeelden. Uitbouw van dergelijke samenwerking, ook in de vorm van Europese vredesoperaties, is toe te juichen. Realisme is echter geboden.

Europese defensie is een kwestie van lange adem, wat bepaald wordt door trage convergentie van buitenlandspolitieke en veiligheidsbelangen van de EU-landen, niet door herschikking van overleg- en besluitvormingsprocedures.

D. Zandee is verbonden aan de afdeling Onderzoek van het Instituut Clingendael.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden