Europese defensie stapje naderbij Frans-Britse wilsuiting kan in redelijkheid niet worden afgedaan met vermoeid cynisme

Het resultaat van de Brits-Franse top over een Europees veiligheidsbeleid wordt door de 'Clingendaels' van deze wereld met scepsis bekeken....

HET vergt enige moed en in elk geval een vooruitziende blik om ná de recente Irak-crisis met optimisme over Europese defensie te schrijven. Toch geloof ik, anders dan Dick Zandee (Forum, 16 december), dat de Frans-Britse top over gemeenschappelijk veiligheidsbeleid in EU-verband op termijn een doorbraak kan betekenen. Natuurlijk, de Frans-Britse tweespalt met betrekking tot Irak, zowel wat betreft deelname als de beoordeling van de actie, is geen goed voorteken voor wat Zandee terecht de kern van het probleem noemt: de (trage) convergentie van buitenlandspolitieke- en veiligheidsbelangen.

Toch is het lange- termijnperspectief van belang en juist daarvoor is de Britse ommezwaai van grote politieke betekenis. Zandee signaleert die ommezwaai wel feitelijk, maar kent daaraan veel te weinig gewicht toe. De beleidswijziging is radicaal, zowel in vergelijking met de Conservatieve partij, als ook gezien het eerste jaar van de regering-Blair zelf waarin de top van Amsterdam werd gehouden, met de bekende Britse negatieve positie over integratie van EU en WEU. De angst die toen meespeelde om de NAVO te verzwakken heeft plaats gemaakt voor een besef dat een Europese pijler van de NAVO, mits aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan, het bondgenootschap alleen maar kan versterken.

Die voorwaaarden liggen in de sfeer van de noodzakelijke transparantie van de Europese activiteiten, vooral richting VS, en de wenselijkheid Europese niet-EU-landen in de NAVO niet te discrimineren (Canada, Turkije, Noorwegen). Vooral van gewicht is het principe dat een Europese defensiepijler in en niet buiten de NAVO functioneert en dat zoveel mogelijk gebruik wordt gemaakt van NAVO-middelen.

Dat laatste heeft een grens, maar ook een (politiek) prijskaartje. Een eigen Europees vermogen om inlichtingen-materiaal te verwerven en te gebruiken in situaties waarin NAVO-belangen niet als zodanig op het spel staan (paragraaf 3 van de St. Malo-verklaring die de Frans-Duitse top begin december aannam) is een essentieel, maar kostbaar element. Aannemend dat er hoe dan ook een grote kans bestaat op een boedelscheiding op termijn van de WEU tussen de EU en de NAVO, zou kunnen worden bekeken hoe het bestaande satellietvermogen van de WEU (in Spanje) kan worden geoptimaliseerd. Zo ook zouden 'Europese' verbindings-en transportmiddelen kunnen worden getoetst op lacunes die in een taakverdeling tussen Europese bondgenoten kunnen worden gerepareerd. De VS zouden zo'n relatief kleinschalig Europees vermogen, mits binnen de NAVO, alleen maar toejuichen als blijk van toegenomen wil tot politieke en militaire burden sharing.

Anders dan Zandee vind ik het feit dat de 'Europese' Extraction Force operatie in Macedonië rond Kosovo in de NAVO-commandostructuur plaats heeft positief en geen Europees zwaktebod. Het zou immers vreemd zijn om de voordelen van de geïntegreerde militaire commandostuctuur van de NAVO niet te gebruiken bij een zeer verdienstelijke Europese poging om, waar de VS geen grondstrijdkrachten kunnen of willen inzetten, op de Balkan handelend op te treden.

Andere voorbeelden van zo'n optreden kunnen Albanië (waar vorig jaar slechts een Italiaanse coalitie van de 'able and willing' kon optreden) of andere Balkanconflicten zijn of conflicten in de periferie van Rusland.

Wij moeten de waarde van institutionele aanpassingen en zeker van politieke koerswijzigingen niet onderschatten en, zoals Zandee doet, met een vermoeid 'niets nieuws onder de zon' terzijde schuiven. De terugslag op het gemeenschappelijk buitenland- en veiligheidsbeleid (GBVB) in de Irak-crisis mag er niet toe leiden dat we daarvoor de ogen sluiten. Europa staat nu voor de taak zo spoedig mogelijk een eigen lijn voor de post-crisis situatie in Irak te ontwerpen met daarin een goede balans tussen (andere vormen van) inspectie en sancties.

Evenzo ligt de Kosovo-crisis als eerste prioriteit op het bord van Europa na een jaar (1998) waarin wederom de VS (en de VN) de leiding namen om Milosevic aan de onderhandelingstafel te brengen. Laat Kosovo geen Dayton-II opleveren. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat de thans wat ondergeschikte rol van Europa in het onderhandelingsproces met Belgrado en Pristina mij niet geheel gerust maakt op de verwezenlijking van dat doel.

Kortom, een politieke wilsuiting van potentieel grote betekenis kan in redelijkheid niet worden afgedaan met vermoeid cynisme over de illusie van een Europese defensie. Een eigen, separate Europese defensie bepleit niemand, ook Blair en Chirac niet. Maar er is nog wel een groot grensgebied tussen de bestaande Europese defensiesamenwerking waar Zandee terecht naar verwijst en de krachtige eigen rol van Europa op veiligheidsgebied. Bewegingen die zowel wat betreft de instituties als wilsverklaringen die kant opgaan, moeten worden toegejuicht en gesteund tegen de scepsis van 'de Clingendaels' van deze wereld in.

Zonder politieke wil is geen voortgang denkbaar. St. Malo verwoordde die wil, waar diverse landen zich gelukkig bij aansloten, Van Aartsen voorop. Dat klonk mij als muziek in de oren.

Jan Hoekema is lid van de Tweede Kamer voor D66.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden