Europese defensie heeft een prijs

Sinds Groot-Brittannië zijn verzet tegen Europese defensiesamenwerking heeft opgeheven, zijn er enkele belangrijke stappen gezet. Dick Zandee concludeert echter dat het voorlopig een illusie is te denken dat de EU zonder ondersteuning van de VS zelfstandig kan ingrijpen....

MET de besluiten van de Europese Raad in Keulen op 3-4 juni is de Europese veiligheids- en defensiesamenwerking een nieuwe fase ingegaan. Volgens het Verdrag van Amsterdam kan de Raad besluiten nemen over conflictvoorkoming en crisisbeheersing. Keulen heeft hieraan toegevoegd dat de EU de noodzakelijke middelen moet krijgen, inclusief militaire middelen, voor autonome actie.

Enerzijds vereist dit institutionele aanpassingen: een EU Militair Comité en een Veiligheidspolitiek Comité worden opgericht: de Unie krijgt een Militaire Staf en andere ondersteuning; wanneer nodig kunnen de ministers van Defensie worden bijeengeroepen. Anderzijds moet de Unie over de middelen gaan beschikken voor de uitvoering van Europese militaire operaties. Daarbij dienen zich twee mogelijkheden aan: gebruik maken van NAVO-middelen óf inzet van eigen middelen.

Politiek is deze ontwikkeling een doorbraak, mogelijk geworden door opheffing van de Britse blokkade, vorig najaar, tegen verdergaande Europese defensiesamenwerking. Premier Blair noemde toen het zwakke en weinig zichtbare Europese optreden in de crises op de Balkan als hoofdmotief om de Unie te voorzien van eigen defensiemiddelen. Met de Verklaring van St. Malo van december 1998 namen Groot-Brittannië en Frankrijk gezamenlijk de leiding van het initiatief. Op de NAVO-top in Washington van april werd de eerste belangrijke stap gezet.

De NAVO-landen kwamen overeen dat de Unie gebruik kan maken van militaire NAVO-middelen. Daarmee was tevens bepaald dat de West-Europese Unie (WEU), het kleine defensiebroertje van de EU, in het sterfhuis zou belanden. Op de Europese Raad is dit bevestigd. Uiterlijk eind 2000 dient de overdracht van functies van de WEU, die van belang zijn voor de nieuwe taken van de EU, te zijn geregeld.

Krijgt de Europese defensie nu echt gestalte? Allereerst is een effectiever gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid (GBVB) vereist, immers daaronder ressorteert het defensiebeleid. De benoeming van de huidige secretaris-generaal van de NAVO, Solana, tot Hoge Vertegenwoordiger voor het GBVB is in dit opzicht van groot belang.

Hopelijk kan de Hoge Vertegenwoordiger het aanspreekpunt voor het Europese veiligheidsbeleid worden, maar op zijn weg liggen enige obstakels. In formele zin staat de Hoge Vertegenwoordiger de Raad bij in de formulering, voorbereiding en uitvoering van beleidsbesluiten. Spanningen met het (wisselende) voorzitterschap van de Europese Raad kunnen optreden bij te sterke profilering. Een te kleurloze opstelling zal resulteren in geringe invloed.

De bottom line blijft evenwel dat de lidstaten het GBVB bepalen; gebrek aan overeenstemming verlamt de Hoge Vertegenwoordiger. Ook de secretaris-generaal van de VN is machteloos gebleken wanneer in de Veiligheidsraad geen eensgezindheid bestaat.

Wat betreft de Europese defensiestructuren gaapt nog een kloof tussen theorie en praktijk. Voor het 'leentje buur' van NAVO-middelen zijn tussen WEU en NAVO regelingen getroffen die de EU, in aangepaste vorm, zou kunnen overnemen. Het betreft onder andere hoofdkwartieren, die in zo'n situatie eventueel worden versterkt met 'Europese' militairen. Besluitvorming over de inzet van NAVO-middelen onder Europese leiding is op zijn minst omslachtig en kan snel politiek omstreden zijn. Ook roept het vragen op over effectiviteit.

Bij oefeningen met dergelijke Combined Joint Task Force (CJTF)-hoofdkwartieren zijn tekortkomingen aan het licht getreden, onder meer op het gebied van de commando- en informatiesystemen. Veelal wordt verwezen naar het hoofdkwartier van de Stabilisation Force in Bosnië als geslaagd voorbeeld van een CJTF. Het betreft hier echter een NAVO-hoofdkwartier, met een kern van Amerikaans personeel en ondersteund door allerlei geavanceerde Amerikaanse middelen.

De andere mogelijkheid is optreden met eigen Europese middelen. Daarvoor blijven de mogelijkheden voorlopig beperkt. Het ontbreekt Europa aan essentiële middelen voor grootschalige, vrede-afdwingende operaties. Meer dan veertig satellieten ondersteunden de NAVO-luchtaanvallen tegen Joegoslavië, waarvan slechts één Europese satelliet. De VS leverden meer dan driekwart van de vliegtuigen. Amerikaanse middelen voor strategische inlichtingen, voor commandovoering en voor verbindingen evenals een breed scala van gevechtsmiddelen blijven onmisbaar. Voor grondoorlogen is het niet anders.

De Europese Raad onderkent dit probleem en pleit voor versterking van Europese middelen op het gebied van inlichtingen, strategisch transport en bevelvoering. Over het prijskaartje worden geen mededelingen gedaan. Voor autonoom optreden zullen de EU-lidstaten moeten investeren in hoogtechnologisch en dus dure defensiemiddelen. De eerste politicus die daarvoor pleit moet nog opstaan.

Resteert Europees optreden in het 'lage deel van het geweldspectrum', zoals vredesbewaking, vredesopbouw en humanitaire hulpverlening. Op deze gebieden kan eigen militair optreden de bestaande rol van de EU completeren. Een gecombineerde inzet van diplomatieke, politieke, economische, humanitaire én militaire middelen is immers vereist in dergelijke operaties.

Het zou in dit verband ook van belang zijn een Europese internationale politiemacht op te bouwen, een idee dat minister De Grave vorig jaar reeds lanceerde. Bij vredesoperaties blijkt telkenmale dat hervorming en democratisering van het orde- en gezagsapparaat niet mogelijk is zonder strakke internationale begeleiding.

De EU heeft nu het pad betreden van defensiesamenwerking, een logische ontwikkeling. Een Europese defensie is daarmee nog lang niet tot stand gekomen. Blair's pleidooi voor een zelfstandig Europees optreden bij conflicten heeft resultaten gehad, maar zonder ondersteuning van de VS blijft dit vooralsnog een utopie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden