Europees Staatscircus

Op 4 juni zijn de Europese verkiezingen; het eerste debat zit er al op. En het is iedereen ontgaan, want Europa is niet populair....

GroenLinks deelt condooms uit met de tekst: ‘Ik heb zin in Europese gemeenschap’. Humor of wanhoop? Hoe dan ook, de campagne voor de Europese verkiezingen – in Nederland op 4 juni - is begonnen. Het eerste debat tussen de Nederlandse lijstaanvoerders zit er zelfs alweer op, al zal menigeen dat zijn ontgaan. Te vrezen valt dat de condooms van GroenLinks, en dat geldt niet minder voor de ventilatortjes van de VVD (fan of Europe) of de stickers met verwijzing naar de website van CDA-lijsttrekker en motorrijder Wim van de Camp (demotorvaneuropa.nl), de kiezer amper zullen weten te mobiliseren.

Even voorspelbaar zijn straks de verongelijkte reacties over de lage opkomst. De eerste prognoses voorzien een nog lagere opkomst dan vijf jaar geleden. Toen nam 45 procent van de kiezers de moeite naar de stembus te komen. Dat was het gemiddelde voor heel Europa – Nederland zat daar met 39 procent een eind onder.

Mogelijk valt de opkomst in Nederland dit keer mee. Niet omdat kiezers alsnog hun steun aan Europa willen betuigen, in tegendeel. De eerste peilingen laten zien dat vooral de belangrijkste critici van Europa, PVV en SP, hiervan zullen profiteren. De PVV is het duidelijkst: niet nog meer macht voor het Europarlement. In plaats daarvan moet de Tweede Kamer het recht krijgen ‘Brusselse’ besluiten terug te draaien. De PVV maakt er geen geheim van dat het Europarlement van haar zelfs mag worden afgeschaft.

De kans dat voor dit laatste standpunt ooit een meerderheid zal worden gevonden, lijkt nihil. Als kiezers niet gaan stemmen, omdat zij verwachten dat het Europarlement hun belangen in Brussel behartigt, maar omdat zij juist tegen het bestaan van het parlement zijn, is er evenwel iets grondig mis. Waarom dan toch iedere vijf jaar dit circus georganiseerd, als al van te voren vaststaat dat niemand de voorstelling wil zien?

De legitimiteit van het Europees Parlement is vaker ter discussie gesteld. Een discussie die niet veel verder komt, zolang de parlementsleden zelf heilig in hun missie blijven geloven en de lidstaten wel uitkijken kritiek te leveren. Is het democratisch tekort immers niet het belangrijkste punt van kritiek op Europa en pleit dat niet veeleer voor een versterking van het Europarlement? Maar wat als het Europarlement niet het antwoord is op het democratisch tekort, maar juist de belichaming daarvan?

Bewoners vergeten
Als de verkiezingen straks uitdraaien op een herhaling van het referendum in 2005, rijst de vraag wie ditmaal de zwartepiet krijgt toegeschoven. Na het overtuigende Nederlandse ‘nee’ tegen de ontwerpgrondwet werd door politici in alle toonaarden schuld bekend: al metselend aan het Europese bouwwerk was men de bewoners even vergeten. Om vervolgens alles in het werk te stellen geen nieuw referendum te hoeven houden. De Nederlandse regering had er, zo moest de burger begrijpen, alles aan gedaan de elementen die aan een grondwet deden denken uit het verdrag te halen. Daarmee verviel in de Haagse logica ook het argument de tekst opnieuw aan de kiezer voor te leggen.

Onbedoeld werden de ‘nee-stemmers’ zo in hun oordeel over Europa bevestigd. Voormalig VVD-leider Frits Bolkestein waarschuwde precies voor dit effect in een artikel op de opiniepagina van de Volkskrant. Hoewel zelf geen voorstander van referenda, was het volgens hem niet meer dan consequent dat als je over het eerste ontwerpverdrag een referendum houdt, je ook de wijzigingen opnieuw aan de kiezer voorlegt. ‘Doet de regering dat niet, dan zullen de mensen allicht denken: wat de dames en heren politici door de voordeur niet is gelukt, doen zij nu door de achterdeur. Het zal het eurocynisme vergroten.’

Of het cynisme zich op 4 juni zal uiten in wegblijven of ‘tegenstemmen’ moet blijken. Waar het om draait is dat het Europees Parlement dit cynisme niet kan wegnemen, omdat het parlement een onderdeel vormt van het complex waartegen de onvrede zich richt. Met hoeveel macht het ook wordt bekleed, het blijft in de ogen van veel kiezers in de eerste plaats een orgaan van de Europese elite. Eerder een ‘fanclub van de Europese Unie’, in de omschrijving van de SP, dan een kritische controleur namens de burgers van de lidstaten.

Kon men toen, in de jaren zeventig, nog hopen dat de integratie zijn eindpunt zou vinden in een politieke unie met een Europese regering aan het hoofd, anno 2009 is dit een utopie geworden. Waar een Europese staat, Europese burgers en een Europese publieke ruimte ontbreken, vertegenwoordigen de leden van het Europees Parlement vooral zichzelf. Meer macht vergroot daarom de aantrekkingskracht van het Europarlement niet. Het probleem is niet het gebrek aan macht, maar het gebrek aan gezag.

Terwijl nationale parlementen steeds meer aan macht hebben ingeboet, is het Europarlement er in weerwil van de toegenomen invloed niet in geslaagd dit verlies aan legitimiteit te compenseren. Het effent de weg voor populistische en nationalistische partijen in wier ogen het Europese project is gekaapt door een kosmopolitische elite die lak heeft aan de nationale soevereiniteit en de zorgen van ‘gewone’ burgers.

Ook wie de Europese samenwerking een warm hart toedraagt, zou zich moeten afvragen of het Europarlement het draagvlak onder Europa niet eerder ondermijnt dan versterkt. Geschrokken van het Nederlandse en Franse ‘nee’ tegen de grondwet, door de Ieren nog eens herhaald, zijn ook traditioneel pro-Europese partijen zich in elk geval met de mond kritischer gaan opstellen. Lag het accent voorheen op groter en meer, nu is subsidiariteit het sleutelwoord geworden: de EU moet alleen doen wat het beste gezamenlijk kan worden gedaan en de rest overlaten aan de lidstaten.

In het Verdrag van Lissabon, zoals de herziene grondwet is gaan heten, is mede op voorstel van Nederland een ‘noodremprocedure’ opgenomen, die nationale parlementen de mogelijkheid geeft een voorstel van de Europese Commissie terug te sturen als men van mening is dat hier geen taak ligt voor Europa. De drempel hiervoor is overigens zo hoog dat het nog maar de vraag is of dit de Brusselse beleidsmachinerie zal kunnen stoppen.

Desondanks zadelt het Europa op met het slechtste van twee werelden. Kennelijk is het belang van de burger bij het Europees Parlement niet in goede handen. Onvermijdelijk doemt de vraag op wat dan nog de meerwaarde is van het Europarlement. Als subsidiariteit inderdaad een van de leidende principes in de EU is, ‘valt nog te bezien of het EP zelf de subsidiariteitstoets kan doorstaan’, aldus de Clingendaal-onderzoekers Adriaan Schout en Jeroen van Dijken eerder dit jaar in de Volkskrant.

Economische crisis
Dit maakt het niet minder belangrijk uit het vaarwater van de PVV en zijn geestverwanten te blijven. Wie twijfelt aan de zin van de Europese verkiezingen kan heel goed voor Europese samenwerking zijn. De economische crisis heeft de noodzaak van die samenwerking meer dan ooit aangetoond. Zonder de euro zou Nederland een stuk slechter af zijn geweest. De klimaatverandering kan alleen in gezamenlijkheid worden aangepakt en de groeiende afhankelijkheid van Russisch gas heeft meer dan eens de noodzaak van een Europees energiebeleid onderstreept. De crisis heeft echter ook duidelijk gemaakt dat als de nood aan de man komt, de werkelijke macht in Europa nog altijd bij de nationale regeringen ligt, al doet Eurocommissaris Kroes nog zo haar best het gezag van de Europese Commissie te herstellen.

Een gedeeltelijke ‘renationalisatie’ van het Europees beleid is onvermijdelijk wil er voldoende steun onder de bevolking blijven bestaan voor de aanpak van problemen waarbij Europese samenwerking wel is gewenst. De interne markt heeft zijn waarde bewezen, maar is van een middel tot welvaartsvergroting steeds meer een doel op zich geworden. Ook hier keert het tij, zoals bijvoorbeeld blijkt uit de weerstand die de liberalisering en privatisering van de stroomvoorziening oproept.

Nog altijd is een ruime meerderheid van de Nederlandse bevolking voor Europese samenwerking. Het lijdt geen twijfel dat veel neestemmers destijds amper weet hadden van de inhoud van de ontwerpgrondwet. Daar ging het ook niet om. Het ‘nee’ was in de eerste plaats gericht tegen het gevoel niets over de richting en de inhoud van die samenwerking te vertellen te hebben.

Een oud idee om de kloof tussen Europa en de bevolking in de lidstaten te verkleinen, is herinvoering van het dubbelmandaat. Waarom zou een lid van de Tweede Kamer niet ook zitting kunnen nemen in het Europarlement? Hans van Baalen, lijsttrekker bij de Europese verkiezingen voor de VVD, ziet dat wel zitten. Zo’n combinatie lijkt onder de huidige omstandigheden niet realistisch. Daarvoor is het takenpakket van het Europarlement veel te groot geworden.

Waarom niet nog een stap verder gezet? Niet door het Europarlement zonder meer af te schaffen. Ook wanneer het zwaartepunt van de democratische controle weer naar de lidstaten verschuift, blijft behoefte bestaan aan onderling overleg en coördinatie. Om terugkoppeling naar de lidstaten te verzekeren kan dat overleg het beste worden gevoerd door de leden van de nationale parlementen. In die zin kan het huidige Europarlement beter worden afgeschaft en vervangen door een – in omvang en taak – afgeslankt parlement gekozen door en uit de leden van de nationale parlementen. Geen concurrent van de Tweede Kamer, maar een aanvulling daarop.

Sommigen zullen zeggen, dat is geen stap vooruit, maar een stap terug. Naar de situatie zoals die tot 1979 bestond om precies te zijn, het eerste jaar dat directe verkiezingen voor het Europees Parlement werden gehouden. Draai het om: misschien werd toen een net iets te grote stap gezet.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden