'Europa weet niet wat het wil met asielzoekers'

Naam: Kenise Murphy Kilbride. Leeftijd: 64. Nationaliteit: Amerikaanse en Canadese. Beroep: mede-directeur van een Canadees instituut voor immigratieonderzoek. Vindt: dat het Europese, en dus ook het Nederlandse, immigratiebeleid onvoldoende is ontwikkeld....

Laat het verschil tussen Nederland en Canada duidelijk zijn. Canada is een immigratieland, Nederland niet. 'Of nog niet', zegt Kenise Murphy Kilbride van het Joint Centre of Excellence for Research on Immigration and Settlement in Toronto. Kilbride is een van de vele immigranten in Canada. Vanuit New York verhuisde ze na haar huwelijk in 1975 naar Toronto. Ze gaf daaraan de voorkeur boven een forenzenhuwelijk, toen haar echtgenoot een baan over de grens vond.

'Om het bevolkingsaantal stabiel te houden, heeft Canada immigranten nodig. Jaarlijks 300 duizend immigranten opnemen, 1 procent op een bevolking van 30 miljoen, dat is een doel van het overheidsbeleid. Doorgaans komen we uit op zo'n 250 duizend immigranten. Dat is inclusief 25 duizend vluchtelingen.'

Canada werft in het buitenland om economische immigranten binnen te halen. Maar zij moeten wel aan bepaalde criteria voldoen. 'Het Canadese immigratiebeleid is gebaseerd op een puntensysteem. Punten worden verkregen op grond van opleidingsniveau, het spreken van een van de twee officiële talen - Engels en Frans - en het beroep. En zo zijn er meer criteria waarmee punten kunnen worden verdiend.'

Min of meer hetzelfde gebeurt bij de selectie van de 25 duizend vluchtelingen die zich jaarlijks in Canada mogen vestigen. Kilbride: 'Zij kunnen in drie groepen worden onderverdeeld. De eerste groep wordt op kosten van de regering gehaald uit de vluchtelingenkampen van de Unhcr, de vluchtelingenorganisatie van de VN. De tweede groep komt uit dezelfde vluchtelingenkampen, maar wordt uitgenodigd door particuliere organisaties, veelal kerken. En dan zijn er asielzoekers die zich direct in Canada melden.'

Kilbride legt geduldig uit dat ook onder vluchtelingen wordt gekeken wie de meeste kans van slagen heeft in de Canadese samenleving. Ze merkt dat daarbij vaker vraagtekens worden geplaatst. Kilbride is in Rotterdam voor de Metropolis Conferentie over immigratie. 'In Europa zeggen ze dat wij de krenten uit de pap halen. Dat heb ik ook nu weer gehoord. Maar ik denk dat Europese landen immigranten nog lang niet zo nodig hebben als Canada. Dat is ook de reden dat hier nog onvoldoende beleid is ontwikkeld voor de opvang van immigranten, vluchtelingen en asielzoekers.

'Neem bijvoorbeeld de asielzoekers. Naar mijn mening is Europa er nog niet uit wat ze met die groep aan wil. Moeten ze worden teruggestuurd? Mogen ze blijven? Of wordt geprobeerd ze in een derde land onder te brengen? Daar zou Europa eens goed over moeten nadenken.'

Van de Canadese bevolking is 17 procent in het buitenland geboren. Maar ondanks de selectie vooraf, zijn er ook in Canada problemen met de inburgering van de nieuwkomers. Kilbride heeft in de provincie Ontario onderzoek gedaan naar de risico's die jonge immigranten lopen.

'Veel hangt af van de leeftijd waarop de jongeren in Canada komen, van hun geslacht, van hun etniciteit. In die volgorde ook. Daarbij is een van de allerbelangrijkste factoren de werkgelegenheid binnen het gezin. Wat voor baan hebben vader en moeder?'

En dan blijkt het Canadese systeem nog wel eens vast te lopen. Kilbride: 'Er komen ingenieurs, want daar is een tekort aan. Maar ze werken als taxichauffeur of pizzabezorger, omdat hun diploma's niet erkend zijn. Uit interviews die wij met jonge nieuwkomers hebben gehouden, blijkt dat geen stimulans om je best te doen op school.'

Bijkomend probleem is voor sommige jongeren dat ze een bijbaan moeten zoeken om het gezinsinkomen aan te vullen of om geld te sturen naar achtergebleven familieleden. 'Er is niks mis met jongeren die een bijbaantje hebben omdat ze sportschoenen van een bepaald merk willen kopen en dat geld van thuis niet zomaar krijgen. Maar als het gaat om jongeren die hun tijd eigenlijk nodig hebben om een nieuwe taal te leren, dan ontstaan er problemen.'

Kilbride heeft de federale overheid aanbevelingen gedaan om werkzoekenden en bedrijven beter met elkaar in contact te brengen, bijvoorbeeld via internet. 'Het is toch zonde dat een fysiotherapeut in Toronto pizza's bezorgt omdat het zo lang duurt voordat zijn diploma's zijn erkend, terwijl hij in Winnipeg zo aan de slag zou kunnen.'

En als er dan toch zorgvuldig wordt gekeken wie Canada wel of niet binnen mag, dan heeft Kilbride nog wel wat op haar wensenlijstje staan. 'Leraren aannemen uit landen waar nieuwkomers vandaan komen. Want uit ons onderzoek is gebleken dat docenten vaak negatieve verwachtingen hebben van zwarte studenten. Die sturen ze veel eerder door naar scholen waar ze met hun handen kunnen werken dan naar de universiteit.

'Leraren verwachten gewoon niet dat die leerlingen het goed doen. Ik heb voor de provincie Ontario een programma opgesteld waarbij leraren bijvoorbeeld workshops kregen om ze daarvan bewust te maken. Acht jaar geleden is onderzocht wat het verschil is tussen docenten die de workshop wel en niet hebben gevolgd. Nou, er was dus geen verschil.' Kilbride moet om zichzelf lachen.

'Weet je wat wel verschil maakte? Of leraren samenwerken met collega's die zelf deel uitmaken van een minderheid. Dan gaat het dus veel beter met de leerlingen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden