Europa moet Israël en Palestijnen leren hun verleden te verwerken

Steeds meer Israëli’s zien in een Palestijnse staat een garantie voor vrede, waar Palestijnen vluchten in extremisme. Harry Kney-Tal vraagt de EU te bemiddelen....

Harry Kney-Tal

Veertig jaar na de Zesdaagse Oorlog is een perfect moment om terug te kijken op de dramatische gebeurtenissen die het Midden-Oosten hebben veranderd. Het merendeel van de bijdragen in de Nederlandse en internationale pers was vrijwel uitsluitend gefocust op de Palestijnse invalshoek, waarbij de andere aspecten van dit historische keerpunt vervaagd of helemaal uitgevlakt werden. Voor mij is 1967 niet zomaar een jaar, maar juist een vormende ervaring.

Het hele land, tweeënhalf miljoen mensen, kwam onder vuur te liggen van de Arabische vijanden die zich hadden verzameld bij de grenzen. De diepe en oprechte gevoelens van kwetsbaarheid die Israël gedurende deze dagen in zijn greep hielden, zijn verdwenen uit de hedendaagse beschrijving van de oorlog. De massale pro-Israël-demonstraties in de grote Europese steden zijn vergeten.

Nu worden er bijeenkomsten gehouden om Israël te veroordelen en petities ondertekend waarin wordt opgeroepen om de gezworen vijanden van Israël te erkennen. Inderdaad, er is veel gebeurd sinds die zes dramatische dagen in juni 1967, toen Israël werd belegerd en aangevallen, moest vechten voor zijn bestaan en de militaire confrontaties waar het voor werd gesteld, overwon. De Arabische staten, vernederd door verbijsterend militair falen, realiseerden zich dat Israël geen historisch ongelukje was, maar een levendig landje, vastbesloten en in staat zichzelf te verdedigen.

De crisis van 1967 heeft drie belangrijke processen in gang gezet:

Ten eerste, het falen in 1967 van de Arabische legers betekende het einde van het panarabisme, een politieke ideologie die geen ruimte liet voor een Joodse staat in het Midden-Oosten. De Arabische staten realiseerden zich, na een periode van reflectie en introspectie, dat hun nationale belangen waren geofferd op het altaar van de valse profetie van het panarabisme. President Sadat van Egypte wist deze diepgaande verschuiving het best te verwoorden tijdens zijn toespraak in de Knesset: ‘geen bloedvergieten meer’. Dit plaveide de weg voor het diplomatieke proces dat leidt naar de oplossing van het conflict. Egypte, Jordanië, Syrië, Libanon en de PLO hebben sinds begin jaren negentig diplomatieke betrekkingen met Israël. Het Saoedische initiatief, dat zicht biedt op normalisatie van de relatie met Israël, is een belangrijke bijdrage.

In de tweede plaats toonde de spectaculaire overwinning van 1967 ook de beperkingen aan van een militaire overmacht bij het vormen van een nieuwe realiteit in het Midden-Oosten. Deze les was betekenisvol voor Israël. Militaire superioriteit alleen is geen garantie voor veiligheid, maar moet worden aangevuld met een levensvatbaar diplomatiek proces. De oorlogen en crisis die op de spectaculaire militaire overwinning van 1967 volgden, kunnen – achteraf – worden gezien als een continu leerproces. De Israëlische publieke opinie verschuift in toenemende mate naar de acceptatie van een twee-staten-oplossing voor dit conflict, een lange termijn-garantie voor veiligheid.

Ten derde opende de ineenstorting van het panarabisme de deur naar structurele hervormingen in het Arabische Midden-Oosten, die een succesvolle strategie kunnen vormen om te leren omgaan met de moderne tijd. Helaas is deze mogelijkheid niet benut.

De door het UNDP gesponsorde Arab Human Development-rapporten laten een moedige analyse van dit falen zien. Het ideologische en politieke gevolg was de opkomst van het islamisme, eerst in Iran en later in het gehele Midden-Oosten. Deze ideologie vindt een klankbord in de massa, maar biedt weinig fundamentele oplossingen. In de Palestijnse gebieden dreigt de opkomst van islamistische bewegingen, zoals Hamas, Islamitische Jihad en Al Qaida, de beëindiging van het conflict verder te compliceren. Het islamisme predikt een één-staat-oplossing voor het Israëlische-Palestijns conflict en verzwakt degenen die geïnteresseerd zijn in het streven naar vrede met Israël. President Abbas van de Palestijnse Autoriteit erkende dit toen hij er recentelijk op wees dat ‘een burgeroorlog in Palestina erger is dan de bezetting’.

De hier genoemde trends laten een gemengd beeld zien van hoop en somberheid. Vele vragen zijn nog steeds onbeantwoord, maar men hoeft niet te wanhopen.

Vrede is haalbaar. De internationale gemeenschap heeft, uiteraard, een belangrijke rol bij het bevorderen van oplossingen voor het conflict in het Midden-Oosten. De Europese Unie is het levende bewijs dat vrede uiteindelijk overwint, ondanks een bloedige geschiedenis, geschillen over grondgebied en het ontwortelen van miljoenen vluchtelingen. De EU heeft ervaring met het voorbereiden van vrede in een land dat verscheurd wordt door een conflict en moet daarom de partijen leiden bij hun hernieuwde poging om verantwoordelijkheid te nemen en hun geschil te beslechten.

In tegenstelling tot degenen die een harde veroordeling van Israël wensen, moet een echte bemiddelaar nooit vergeten dat we hier te maken hebben met twee strijdige versies van het conflict, dat geen partij zonder fouten is, dat niemand het monopolie heeft op rechtvaardigheid, dat het conflict niet de oorzaak is van alles wat misgaat in de regio, maar dat het sterk wordt beïnvloed door de opkomst van het extremisme.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden