Europa moet Franse grandeur bevestigen

Met de Europese geloofsbrieven van de Franse presidentskandidaten Sarkozy en Hollande is niets mis. Maar is Brussel schrikken ze behoorlijk van hun beider uitspraken.


'Ik ken geen groter politiek project en geen mooier humanistisch ideaal dan de unie die de Europeanen hun haat en lijden heeft laten overwinnen om van hun door oorlogen verscheurde continent een werelddeel van vrede en cultuur te maken.'


Zo bloemrijk belijdt Nicolas Sarkozy in zijn vanwege de presidentscampagne geschreven Brief aan het Franse volk zijn liefde voor Europa. 'Ik ben een overtuigd Europeaan', verklaart hij bij elke gelegenheid.


Voor François Hollande, die zichzelf graag een leerling van voormalig EU-voorzitter Jacques Delors noemt, is dat niet anders. 'Mijn generatie is Europees, in zekere zin vanaf onze geboorte ', schrijft hij in Changer de Destin, zijn campagneboek. 'Zowel met het hart als met het verstand heb ik mijn verbondenheid met Europa als ideaal ontwikkeld.'


Met de geloofsbrieven zit het dus wel goed. Wie ook de komende Franse president mag zijn, hij is een overtuigd Europeaan.


Toch, wie Sarkozy in de campagne volgde zou tot heel andere conclusies kunnen komen. Als de Schengen-akkoorden, die het vrije verkeer van goederen en mensen regelen, niet worden aangescherpt, zal Frankrijk dat eenzijdig doen, dreigde hij. En als Europa geen hogere belasting wil heffen op producten van buiten de Unie en niets doet om de eigen ondernemingen te bevoordelen, doen we dat zelf.


Niet bepaald de taal van een president die in goed overleg wil bouwen aan een verenigd Europa waarin alle lidstaten zich thuis voelen.


Hollande kwam al vroeg in de campagne met een vergelijkbare boutade. Zijn doelwit was het belastingakkoord, dat de eurolanden in december sloten om uit de crisis te komen. Die afspraken zijn te streng, vond hij. Er moet ruimte komen voor maatregelen die de economische groei bevorderen. 'Als ik word gekozen, zal ik die akkoorden openbreken.' Een oekaze die later is afgezwakt; Hollande neemt nu genoegen met een aanvullend protocol.


Uit die ferme afspraken mag niet de conclusie worden getrokken dat beide kandidaten Europa niet zijn toegedaan. Integendeel: Europa speelde sinds lang niet een zo prominente rol in de campagne. Maar de verhoudingen zijn zoals altijd ambigu. Europa is de legitimatie van de Franse rol op het wereldtoneel, het fungeert als middel om de eigen grandeur te bevestigen. Wat als vanzelf betekent dat de Franse kijk op Europa van oudsher eerder politiek is dan economisch.


In dat licht moeten ook de waarschuwingen van de beide kandidaten worden begrepen. Het zijn signalen naar hun kiezers om aan te geven dat Frankrijk zich door niemand de les laat lezen, omdat het nog steeds - samen met Duitsland - de grote lijnen uitzet.


Hollande lijkt daar boven verwachting in te slagen. Zijn oproep om de Europese Centrale Bank en vooral de Europese Investeringsbank een actievere rol te geven om de economie op gang te trekken en eurobonds in te zetten om de crisis te bestrijden, krijgt na aanvankelijke aarzelingen een gunstig onthaal. De zuidelijke eurolanden zien er een handreiking in om aan de rigide begrotingsdiscipline te ontsnappen.


Europa is voor Frankrijk ook een spiegel. Tot vervelens toe is in de campagne Duitsland als rolmodel opgevoerd, en worden de Duitse maatregelen die de groei van de afgelopen tien jaar hebben bevorderd, als voorbeeld genomen. Sarkozy gebruikt daarbij vaak een harmonisering van de wetgeving in Europees verband als argument.


Het schrikbeeld zijn dan weer de zuidelijke landen: Griekenland, Italië en vooral Spanje dat, vindt Sarkozy, onder zeven jaar socialistisch bewind op te grote voet leefde, en daar nu de wrange vruchten van plukt.


Sarkozy komt als president de verdienste toe de euroleiders bij elkaar te hebben geroepen om gezamenlijk maatregelen te nemen tegen de kredietcrisis. Hij was het die voorstelde de banken aan banden te leggen, de bonus van beurshandelaren te beperken en belasting te heffen op financiële transacties. Met groot ceremonieel liet hij in 2008 blijken welke waarde hij hechtte aan het Franse voorzitterschap van de Europese Unie.


De rol van Europees dompteur heeft hem electoraal weinig opgeleverd. Integendeel: het Front national van Marine Le Pen, dat voluit speculeert op anti-Europese sentimenten, is groter dan ooit. Zij schildert het liberale, geldverslindende Europa af als de bron van alle kwaad. Wat haar betreft zijn het de technocraten in Brussel die het Franse belastinggeld er doorjagen. Die retoriek is deels door Sarkozy overgenomen.


Voor Hollande lonkt na zondag een heel ander perspectief. Frankrijk kan dan onder zijn leiding het enige grote Europese land worden dat door een socialist wordt geleid. Dat zal nieuwe hoop geven aan de Spanjaarden en Grieken, die vinden dat de Europese Unie te weinig solidariteit aan de dag legt.


Voor wie zich zorgen mocht maken over een mogelijk Frans isolement na 6 mei: beide kandidaten hebben al laten weten dat hun eerste buitenlandse reis naar Berlijn zal zijn, om met bondskanselier Merkel te overleggen over Merkozy II, dan wel Merkollande.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden