Europa is nog ver weg voor Nederlanders

Nederlanders weten heel weinig over besluitvorming in Europa. Daardoor heeft geklaag van falende lobbygroepen een overmatig negatief effect op de algemene beeldvorming, meent Rinus van Schendelen....

In een recente kennisquiz van de Europese Commissie eindigde een steekproef onder Nederlandse burgers onbedreigd onderaan. Afgelopen najaar antwoordde g van de door de Volkskrant ondervraagde Tweede Kamerleden foutloos op dertien kennisvragen over Europa; hun totale foutenscore was liefst 68 procent, dus rapportcijfer 3. Volgens Nederlandse leden van het Europees Parlement komen zij op werkbezoek hier nauwelijks toe aan serieuze discussie, want de zaal behoeft eerst een cursus 'Europa'. Bij de vergelijkende examens voor een carri bij de Europese instellingen doen Nederlanders het opvallend slecht. Bij mijn lobbytrainingen aan Nederlandse ambtenaren en bedrijfsmensen moet ik gewoonlijk het speelveld nog elementair uitleggen. Van Commissie of Raad heeft men wel gehoord, maar men weet niet hoe zij werken noch wat feitelijk hun ongelijke gewicht is. Bei¿nvloeding blijft dan kansloos. Europa is voor de meeste Nederlanders Verweggistan.

Uiteraard verhindert dit niemand er toch meningen over te hebben. In de afgelopen decennia hadden de meeste mensen vooral positieve meningen. De Europese integratie heette best goed, voor vrede en welvaart. Momenteel lijkt een minderheid dit te vinden. Wijder verbreid is de mening dat de europeanisering niet zo belangrijk is. Hierop is nu de kabinetscampagne Europa. Best belangrijk gericht.

In opkomst is, ten derde, de mening dat Europa best slecht is. Men vreest dat binnenlandse gewoontes en folklore wegspoelen door de golf van europeanisering. Ondanks alle binnenlands gekanker over onze overheden en bedrijven waant men zich, paradoxaal, toch superieur aan de rest van Europa. Verweggistan is slecht.

Of de europeanisering van Nederland goed of slecht is, moet ieder zelf bepalen. De verkiest marktkansen en mededinging, de ander staatssteun en kartels. De een open, de ander een gesloten maatschappij. Bij elk onderwerp hebben mensen altijd verschillende voorkeuren en belangen. Wel objectief ligt de constatering dat wij zonder europeanisering nog in een relatief gesloten kartelland met minder veilig voedsel zouden leven. Die oude tijd mag ieder verafschuwen of terugverlangen. In beide gevallen is 'Europa' nabij. Men woont er al. Betere inburgering loont dan uiteraard, met name door te willen weten hoe Europese besluitvorming feitelijk werkt. Dan kan men zijn voorkeuren pro of contra enigermate laten gelden.

Science fiction is dit niet. Een voorbeeld. De Borstkanker Vereniging Nederland (BVN) bestaat uit wisselende dames die zich eraan ergeren dat over hun zorgpakket wordt beslist door een binnenlands kartel van 'witte jassen', ambtenaren en zorgverzekeraars. Af en toe train ik ze in meespelen. Inmiddels weten zij dat dit kartel via Europese wetten kan worden gebroken, dat de Commissie een kankerbeleid voert via comitmet daarin ook Nederlanders en dat er een Europees platform van zusterverenigingen bestaat, geheten EuropaDonna. Met deze kennis kunnen zij nu die comitden thuis bei¿nvloeden en via dat platform in alle landen tegelijk. Bij de Commissie kunnen zij positie verwerven en uiteindelijk enigermate de gewenste wetgeving. Kennis maakt het verschil.

Voor iedereen bestaat er wel een soort BVN als vehikel tussen de eigen voorkeuren (pro of contra) en het Europese speelveld. Naar schatting gaan ongeveer 3.200 Nederlanders periodiek naar Brusselse comit de werkvloer van de Commissie, de grootste wetgever. Zij werken bij publieke of private organisaties bij ons in de buurt. Ook de ongeveer duizend Nederlanders met een vaste stek in Brussel, onder wie onze europarlementari, zijn vaak in Nederland. Brussel ver weg? De paradox is dat ieder de Europese lobby al thuis kan beginnen. Namen vindt men vaak op www.europa.eu.int. Stevige lobbydruk kan volgen via Europese platforms en andere bondgenoten.

De drempel zit bij die binnenlandse organisaties. Zij hebben hun eigen apparatsjiks, kennen de relevantie van Brussel en trekken liefst zelf stilletjes hun plan. De weldaden van Brusselse wetten en subsidies houden zij als muizende katjes graag ook stil. Anders dan in Zuid-Europa publiceren zij geen dank aan Brussel. Bij tegenvallers jeremin zij binnenslands wel. De onwetende burger hoort over Europa dus vooral klaagzangen. Bij deze organisaties thuis inbreken en inwonen is trouwens een lobbykunst. De openheid van een Greenpeace, gemeentedienst, bedrijf of ministerie is vooral van papier. Als zij burgers al horen, dan luisteren zij veelal slecht. Maar in Brussel claimen zij wel representatief te zijn voor burgers, klanten of leden. Die claim kan men ondergraven. Dan krijgt men alsnog entree en kans op vloed pro of contra een Europees beleidsproces. De onwetende burger blijft intussen klagen. Zogenaamd over Europa, maar eigenlijk over het eigen gebrek aan kennis en inburgering. Domme Hollanders?!

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden