Europa is het continent van de massasprint

Beeld de Volkskrant

Tot de onvermijdelijke opofferingen die je je als (passieve) liefhebber van de wielersport soms moet getroosten, is het kijken naar vlakke etappes in de Tour de France of de Giro d'Italia waarin niets van enige betekenis gebeurt. Daarmee heb ik meer uren vergooid dan me lief is. Maar in één opzicht heeft deze verkwisting van tijd me toch verrijkt: ik kan bogen op een groot inzicht in het verschijnsel kopgroep.

Een kopgroep ontstaat alleen als a) meerdere sterkere ploegen daarin met een renner vertegenwoordigd zijn, of b) juist geen enkele sterkere ploeg de betreffende ontsnapping de moeite waard vindt. Twee additionele voorwaarden zijn dat er geen renner bij is die hoog in het algemeen klassement staat (want dan laten zijn concurrenten hem nooit lang gaan), en ook geen sprinter van formaat (want dan houden zijn medevluchters al snel de benen stil). En dan nog zal de kopgroep in negen van de tien gevallen een paar kilometer vóór de finish worden ingelopen en de etappe eindigen in een massasprint.

Deze kennis komt goed van pas als er binnen de Europese Unie weer eens wordt gedelibereerd over de wenselijkheid of zelfs noodzaak van een kopgroep om de stokkende integratie een nieuwe impuls te geven. De laatste keer gebeurde dat twee maanden geleden in de aanloop naar de viering van het 60-jarig bestaan van het Europees Verdrag. Met name Italië, gastheer van de speciale top die voor deze gelegenheid in Rome was belegd, wilde in de slotverklaring een passage laten opnemen die uitzicht bood op een 'Europa van verschillende snelheden'. De Italiaanse regering meende daarvoor de warme steun van met name Duitsland en Frankrijk te hebben.

Maar de Oost-Europese lidstaten - een sterke ploeg - waren er faliekant tegen en uiteindelijk bleek de Duits-Franse instemming toch minder robuust dan Rome had verwacht. De beoogde passage verschrompelde tot een vrijblijvende bijzin.

We kunnen er evenwel op rekenen dat de notie spoedig haar rentree zal maken. In brede kring leeft het besef dat het Europa van de 28 (straks 27) flexibiliteit en slagvaardigheid ontbeert. Het idee van een kopgroep heeft bovendien een prominente pleitbezorger in de persoon van Wolfgang Schaüble, de Duitse minister van Financiën. Al meer dan twintig jaar geleden produceerde hij met zijn christen-democratische partijgenoot Karl Lamers een beleidsnota waarin werd gepleit voor een 'kern-Europa', bestaande uit Duitsland, Frankrijk en de Benelux, oftewel vijf van de zes aartsvaders van het Europese project.

Let wel: de EU bestond toen uit twaalf lidstaten (met een trio in de wachtkamer). Inmiddels is het aantal lidstaten meer dan verdubbeld. In theorie is dat alleen maar een extra argument om groepen lidstaten de ruimte te geven voor nauwere samenwerking op bepaalde terreinen zonder dat de hele Unie zich daarbij moet aansluiten. En het kost ook geen moeite om een groep landen aan te wijzen die, zeker als het gaat om het financieel-economisch beleid, een duidelijk grotere mate van gelijkgestemdheid vertoont dan de EU als geheel.

Maar in de praktijk speelt zo'n exercitie zich af op een politiek mijnenveld. Geen enkel land wil geruisloos meedraaien achter in het peloton. Elke verdeling in een eerste en tweede echelon zal gevoelens van miskenning wekken en nieuwe scheuren veroorzaken in het Europese bouwwerk. Een land als Italië, dat economisch gezien tot de zwakke broeders behoort, zal geen genoegen nemen met een tweederangsstatus. Hetzelfde geldt voor Polen, dat om strategische redenen (bufferstaat tussen Duitsland en Rusland) in aanmerking komt voor een prominente rol op het Europese toneel.

Hoe dan wel te bereiken dat de EU zich weer wat fermer kan manifesteren na de ontgoocheling over het Britse vertrek? Ik zou mijn kaarten zetten op een reparatie van de Duits-Franse as als fundament van een prontere besluitvorming. Toegegeven: ook geen sinecure. Want het vereist dat Emmanuel Macron, als hij morgen zegeviert in de tweede ronde, vervolgens de politieke kracht vindt om Frankrijk zodanig te hervormen dat het land weer meer gewicht in de schaal kan leggen.

En verder moet simpelweg worden geaccepteerd dat de uitgedijde omvang van de EU, waarvoor welbewust is gekozen, een beperkte mate van integratie toelaat. We zijn het continent van de massasprint.

Paul Brill is buitenlandcommentator van de Volkskrant. Reageren? p.brill@volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden