Europa is een Beamtenstaat

Stel u zou moeten kiezen tussen euro en democratie, wat zou u kiezen?

Frits Bolkestein ken ik al lang. Het liefst zou ik bij gelegenheid van zijn tachtigste verjaardag de trommel met anekdotes tevoorschijn halen. Maar dat mocht niet van Frits. Hij is streng op de inhoud. Eentje dan, over zijn strengheid. Ik heb Frits verscheidene malen geïnterviewd. Een van die interviews speelde zich af in 2004, kort nadat hij uit Brussel was teruggekeerd als lid van de Europese Commissie.


Het was in de ochtend, een uur of half elf. In het fraaie appartement aan de Amstel. Mijn collega-interviewer en ik mochten gaan zitten. Het lot wilde dat trouwe medewerkster Madelon er niet was. Daar had de heer Bolkestein al voor gewaarschuwd. Hij liep naar de keuken. Daar vroeg hij, wat willen de heren drinken? Koffie kan ik niet zetten. Ik heb alleen saké, willen de heren saké? De heren wilden een glas water. Dat vond hij slap.


Frits Bolkestein houdt van stevig. Stevige standpunten. Dan heb je wat om je tanden in te zetten. Hij zegt wel eens geamuseerd: je moet iets goed hebben gedaan, want er zijn een boel mensen boos op je. Mijn opdracht hier is een standpunt over Europa uiteen zetten. Drie weken geleden was eurocommissaris Olli Rehn, bijgenaamd de begrotingstsaar, in Den Haag op bezoek. Ik heb zijn hoorzitting in de Kamer bijgewoond. Een bizarre aangelegenheid. Kamerleden die onderdanig vroegen wat onze ruimte nu was, 2,8 procent begrotingstekort of 3 procent. Olli maakte het in zijn goedheid af op 6 miljard. Ik was niet de enige die gebiologeerd raakte door zijn dictie. Olli is een man die meer stamelt dan spreekt, in dorknopersproza. Hij hoeft kennelijk niemand te overtuigen. Géén politicus maar een ambtenaar. Europa is een Beamtenstaat.


Deze man regeert ons nu. Hij geeft aanbevelingen, over het pensioenstelsel, over de huizenmarkt waarmee we op de goede weg zijn, onderwijs ook. De betalingsbalans, daar moet wat aan gebeuren. Er wordt te veel gespaard. Wie bezwaar maakt, krijgt te horen: dit is wat de regeringsleiders hebben gewild. Mark Rutte voorop. Die wilde toch zo graag de Grieken disciplineren? Nu krijgt hij een koekje van eigen deeg.


Dat is helemaal waar. Het doet niet af aan het feit dat we nu leven in een Europese schaduwstaat, zoals de Duitse bankadviseur Thomas Mayer de situatie onlangs typeerde in het Financieele Dagblad. Een echte staat mag het niet worden. Dat willen de bevolkingen niet en behalve Guy Verhofstadt en D66 de politici ook niet. Maar de lakens worden nu uitgedeeld door ongekozen bureaucraten als Mario Draghi, Olli Rehn en Herman van Rompuy.


In Den Haag gaf Olli Rehn een persconferentie. Ik vroeg wat hij vond van de Franse president Hollande. Die had kort tevoren gezegd dat Frankrijk zelf wel uitmaakt hoe het bezuinigt. Hollande had geen boodschap aan de aanbevelingen van de Europese Commissie. Rehn was daardoor geshockeerd, zei hij. De inkt van de gezamenlijke afspraak was nog nat, toen Hollande zich er alweer vanaf keerde.


Bij de commissie in Brussel wijst men in zo'n geval op de lafheid van regeringsleiders die met twee monden spreken. Mijn conclusie is een andere. Kennelijk werkt de 'verplichte beleidscoördinatie' zoals het officieel heet averechts. Benchmarking, de vergelijking met de buren, werkte al niet bij topsalarissen in het bedrijfsleven. Transparantie zou tot lagere salarissen leiden. Het leidde tot hogere salarissen. Waarom heeft hij meer dan ik? Een soortgelijk pervers mechaniek zie je in Europa. Men trekt zich niet op aan de buren maar wijst naar de buren. Het is allemaal hun schuld. Dat is dodelijk voor de politiek . Het is vooral dodelijk voor de verhoudingen tussen de lidstaten.


Nu is het zo dat we wel mogen stemmen maar niet meer kiezen. Dat hebben de Grieken gemerkt, daarna de Italianen toen Sarkozy en Merkel met zijn tweetjes Berlusconi wegwerkten. Vervolgens kozen de Italianen een cabaretier, Beppe Grillo, uit louter boosheid. Economen halen hun schouders op. In hetzelfde zaaltje waar Olli Rehn zijn persconferentie gaf, sprak een week later de econoom Sylvester Eijffinger. Zijn onderwerp was de 'Bermudadriehoek' van domme politici, domme media en domme kiezers. Allemaal houden ze de verstandige oplossing van de Europese problemen tegen.


Het kwam niet bij hem op dat er dan misschien iets aan die oplossing mankeerde. De laatste maanden hoor je wel dat de eurocrisis voorbij is. We hebben officieel alleen nog een economische crisis, dus dat gaat beter. Intussen heeft wel driekwart van het Nederlandse electoraat het vertrouwen in de regering verloren. Dat heeft alles te maken met de bezuinigingen die weer direct samenhangen met het overeind houden van de euro. Stel u voor, u zou moeten kiezen tussen het voortbestaan van de euro en het voortbestaan van de democratie, wat zou u kiezen? Maar, zult u zeggen, we hebben toch democratie, ook in Europa? Jazeker, het Europees Parlement, dat bovendien steeds machtiger wordt.


Het is helaas een dramatische vergissing om te denken dat het vanzelf goed komt met de parlementaire democratie, als je de parafernalia maar eenmaal hebt aangeschaft. Het doet me denken aan een bon mot van mijn favoriete politiek filosoof, Alexis de Tocqueville. Die schreef hoe in Parijs de revolutie van 1848 zich voltrok, zonder dat men het in de gaten had. 'De koning weigerde te geloven dat zijn huis in brand stond, omdat hij de sleutel nog in zijn zak had.'


Dit is een bewerking van de column die Martin Sommer donderdag uitsprak tijdens het colloquium 'Ideeën en werkelijkheid' ter gelegenheid van de 80ste verjaardag van Frits Bolkestein.


Martin Sommer is politiek commentator van de Volkskrant.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden