Europa heeft nog steeds geen telefoonnummer

In al zijn rommeligheid heeft de EU grote stappen gemaakt...

Van onze verslaggeefster Anja Sligter

NIJMEGEN Het lastige van Europa is, zei Henry Kissinger in de tijd dat hij minister van Buitenlandse Zaken van de Verenigde Staten was, dat hij niet wist wie hij moest bellen. Heeft Europa nu wel een telefoonnummer? Met andere woorden: heeft het Verdrag van Lissabon dat eind 2009 in werking is getreden Europa al democratischer en bestuurbaarder gemaakt?

Met die vraag begon redacteur Paul Brill het Volkskrant-debat over de toekomst van Europa in theater en debatcentrum Lux in Nijmegen. Dit vanwege het feit dat de Vrede van Nijmegen Penning vandaag voor het eerst wordt uitgereikt, en wel aan de Fransman Jacques Delors, voormalige voorzitter van de Europese Commissie .

Volgens één van de drie gasten, Europarlementariër Derk Jan Eppink (Conservatieven), kan het nog wel even duren voordat er een krachtig buitenlands beleid wordt gevoerd door Europa. Eppink, een Nederlandse journalist die voor België in Straatsburg zit: ‘Vooralsnog wordt er ruzie gemaakt over welke landen welke posten krijgen.’ Maar samen met de andere gasten, oud-minister Van Economische Zaken Laurens Jan Brinkhorst (D66) en de Amsterdamse hoogleraar Paul Scheffer (PvdA), analyseert Eppink dat als een overgangsfase.

De discussie in Nijmegen verzandde niet in een dispuut voor of tegen Europa. Waar de één een federale staat (zoals Amerika) wil en een ander slechts een vereniging van nationale staten.

Dat was vooral te danken aan Scheffer die niet ophield de grote stappen van de Europese eenwording voor de geschiedenis te prijzen – in al zijn rommeligheid.

Brinkhorst voorspelt, iets sceptischer, dat het altijd zo zal blijven dat de landen van Europa pas onder externe druk tot gezamenlijkheid besluiten. Als voorbeeld noemt hij de aanpak van piraterij vanuit Somalië.

Scheffer meent echter dat het conflict een onderdeel vormt van de realiteit van Europa. Daarom is een gezamenlijk beleid vaak te hoog gegrepen. ‘Er zullen allerlei vormen van consensus tussen staten over verschillende onderwerpen blijven bestaan. Zo is de euro ook ontstaan.’

Dat conflict is echter te weinig onderdeel van de politiek, vindt Eppink. Zijn partij meent dat Europa zich moet richten op zes kerntaken en zich niet moet bezighouden met zoiets als zwangerschapsverlof. Hij voelt zich echter onmachtig om oppositie te voeren, omdat de meerderheid in het Europese parlement die mening wegzet als tegengeluid – tegen Europa.

De sprekers waren het erover eens dat nationale staten onmachtig zijn om het tij van bijvoorbeeld de economische crisis te keren. Daardoor is wel wat voorheen buitenlandse politiek was, definitief binnenlandse politiek geworden – of de burger nu wil of niet.

Die burger beseft misschien wel dat Europa hem vrijheid biedt om zich te bewegen zonder grenzen. Dat er echter ook een buitengrens te beschermen valt, tegen bijvoorbeeld immigratie vanuit andere continenten (dit jaar 700 duizend gelegaliseerd door Spanje) moet hem nog worden duidelijk gemaakt, stelde Scheffer.

In zijn opinie leiden burgers in de Europese landen een plaatsgebonden leven, waar de gemeenschappelijke taal, werk en huwelijk de pijlers vormen. Scheffer verwacht meer ‘Europese burgers’ door de HSL. ‘In Europa zijn de klokken pas in 1909 gelijkgezet: dat was toen de treinen in Europa gingen rijden.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden