Europa en Turkije kunnen elkaar niet meer negeren

De vluchtelingencrisis is een reality check voor Europa en Turkije, betoogt Dirk Jacob Nieuwboer. De buren moeten nu weer praten.

Beeld Bier en Brood

Natuurlijk, het is makkelijk schieten op het vluchtelingenakkoord tussen de EU en Turkije. Je hoeft niet eens heel politiek correct te zijn om vraagtekens te zetten bij de ongemakkelijke uitruil van aantallen vluchtelingen - ook wel bekend als mensen - voor een zak geld, afschaffing van de visumplicht en versnelde onderhandelingen over een Turks EU-lidmaatschap. Zo moeilijk is het ook niet om bedenkingen te hebben bij de uitvoerbaarheid, op zijn minst moeten er internationale verdragen flexibel worden uitgelegd om het voor elkaar te krijgen. En dit alles moet gebeuren met Turkije, een land waar, midden in de onderhandelingen, doodleuk de grootste oppositiekrant de nek wordt omgedraaid.

Maar laten we eens proberen dit akkoord iets meer van een afstandje te bekijken. Als paniek leidend is - de vluchtelingenstroom moest en zou worden ingedamd - moet je niet opkijken als het resultaat niet helemaal kreukvrij is. En, dat moet je Merkel en Rutte nageven, met dit akkoord is de kans toegenomen dat minder mensen in een gammel rubberbootje de Egeïsche Zee proberen over te steken.

En er is nog minstens één ander potentieel positief punt aan te wijzen. De vluchtelingencrisis, met dit akkoord als voorlopige hoogtepunt, heeft een eind gemaakt aan de volstrekt absurde situatie die Turkije en de EU ongeveer een decennium in stand hielden: twee buren die elkaar nodig hebben, deden hun uiterste best elkaar te negeren. Zeker ook de EU heeft de relatie laten versloffen en betaalt daarvoor nu de prijs.

Je kon dat op pijnlijke wijze zien toen premier Rutte onlangs op een persconferentie zei dat hij het met zijn Turkse collega Davutoglu níét over mensenrechten had gehad. 'Dat hoeft niet altijd', verklaarde hij. Een opzichtige poging om de Turken tevreden te houden op een moment dat er zaken gedaan moeten worden.

Maar realistisch was zijn zwijgen wel. Als Rutte eerlijk was geweest, had hij dit gezegd: 'Ik heb het er niet over gehad, want het had geen fluit uitgemaakt. Wat Europa over mensenrechten zegt, maakt in Turkije op dit moment geen enkele indruk, geen enkele.'

Hoe anders was dat rond de eeuwwisseling toen Turkije en de EU voorzichtig naar elkaar toe kropen. Turkije werd in 1999 zelfs kandidaat-lid van de EU. Er waren wel voorwaarden aan verbonden, vooral op het gebied van mensenrechten. Maar tot verrassing van velen maakte Turkije grote sprongen.

De verbazing was helemaal groot toen de AK Partij aan de macht kwam, een partij van voornamelijk zeer gelovige moslims onder leiding van Recep Tayyip Erdogan. Uitgerekend die partij begon aan een mensenrechtenspurt, zoals Europa verlangde. Meer persvrijheid, een inperking van de macht van het leger, meer rechten voor minderheden als de Koerden, het kon allemaal niet op. Het ging zo erg de goede kant op dat de EU wel moest instemmen met onderhandelingen over het echte lidmaatschap. Turkije leek hét voorbeeld van hoe de EU met soft power de koers van een land positief kan beïnvloeden.

Dat is nog maar tien jaar geleden, maar je kunt het je bijna niet meer voorstellen als je kijkt naar het huidige Turkije, onder leiding van diezelfde Erdogan. Nu woedt er, opnieuw, een bloedige burgeroorlog in het Koerdische zuidoosten. Op de lijstjes met gevangengenomen journalisten staat Turkije in de hoogste regionen. Toen het hooggerechtshof onlangs bepaalde dat twee van hen moesten vrijkomen zei Erdogan dit: 'Ik gehoorzaam en respecteer het niet.' De president had ze eerder zelf aangeklaagd omdat ze hadden bericht over geheime wapensmokkel naar Syrië. Vanuit zijn pompeuze presidentiële paleis, met ruim duizend kamers, snoert hij tegenstanders een voor een de mond, met het sluiten van de krant Zaman als laatste bewijs.

Turkse premier Davutoglu en premier Mark Rutte. Beeld afp

Omslagpunt

Dit is allemaal niet van de ene op de andere dag gebeurd, maar het omslagpunt is wel vrij precies aan te wijzen. Jarenlang deed Turkije erg zijn best omdat het wilde beginnen met officiële onderhandelingen over het EU-lidmaatschap. Uitgerekend op het moment dat dat doel was bereikt, begon de situatie in Turkije te verslechteren. Waar andere kandidaat-leden juist beter hun best gingen doen, deed Turkije precies het tegenovergestelde: het werd langzamerhand weer steeds minder vrij, liberaal en democratisch.

Critici van Erdogan, vooral uit de seculiere Turkse hoek, zien daarin hun gelijk bevestigd. Zij waarschuwden altijd al voor de intenties van de AK Partij. Die zou de door Europa gevraagde hervormingen alleen om opportunistische redenen hebben ingevoerd. Meer mensenrechten betekende ook meer vrijheid voor vrome moslims, zo sneuvelde bijvoorbeeld het hoofddoekjesverbod op universiteiten. En vooral: de Europese eis om de politieke macht van het leger in te perken, kwam Erdogan bijzonder goed uit. Juist de seculiere strijdmachten hielden vrome moslims altijd onder de duim. Toen de militairen eenmaal zwak genoeg waren, zou de AKP zijn interesse in de Europese hervormingen hebben verloren.

Die argwaan is terecht. Over iemand als Erdogan, die praat over democratie als een tram waar je uit kunt stappen als het doel is bereikt, hoef je je weinig illusies te maken. En wie nog twijfelt over zijn autocratische ambities hoeft maar even te kijken naar de foto van hem tussen soldaten die zijn verkleed in Ottomaanse kostuums. Hij doet niet eens zijn best om te verhullen dat hij ervan droomt de sterke leider te zijn van een neo-Ottomaans Turkije, een moderne versie van een sultan.

Maar er is ook een andere kant aan dit verhaal, een die in de terechte verontwaardiging over Erdogans Turkije ondersneeuwt. Politici opereren niet in een vacuüm, ze moeten ook reageren op omstandigheden en kunnen daarvan gebruikmaken. En Europa, het verdeelde Europa, heeft Erdogan het perfecte excuus gegeven om zich van Europa af te keren.

Want wat gebeurde er op het moment dat Turkije begon met die onderhandelingen over het EU-lidmaatschap? Veel van de Europese politici die daarmee instemden, trapten vervolgens net zo hard weer op de rem. Ze moesten nog maar zien of Turkije uiteindelijk lid zou worden. Vooral de aankondiging van een referendum door de Franse president Jacques Chirac kwam hard aan in Turkije. Zelfs als het land alle pijnlijke hervormingen zou doorvoeren, was het lidmaatschap nog niet zeker: de Fransen konden het gewoon tegenhouden.

Er zijn allemaal redenen waarom Europa zo handelt. Europese beslissingen zijn altijd het resultaat van onderhandelingen tussen te veel landen. En natuurlijk is het begrijpelijk dat democratische politici rekening houden met sceptische kiezers die niet staan te juichen bij het perspectief van een Turks EU-lidmaatschap. Maar de uitkomst van al deze factoren is wel de slechtst denkbare. Eerst hou je de Turken een wortel voor, je moedigt ze aan om dichter bij die wortel te komen en vervolgens begin je er zelf aan te knagen.

Onbereikbaar

Het leidde ertoe dat iedereen in Turkije die wel de Europese kant op wilde - en die waren er, ook in de AK Partij - op achterstand kwam te staan. Waarom je inspannen voor iets wat toch onbereikbaar is? Wat zijn beloftes van Europa eigenlijk waard?

Zo gek is het dan niet dat Turkije lak krijgt aan 'Europese' normen en waarden. En ze zullen het niet openlijk zeggen, maar stiekem kwam veel Europese politici dat ook niet slecht uit. Lastige vragen over een Turks lidmaatschap konden ze zo makkelijk pareren met hun favoriete uitvlucht: dat is niet aan de orde, want Turkije voldoet bij lange na niet aan de criteria.

Turkije ging zijn eigen gang, Europa liet het er opgelucht bij zitten. Er werd onderhandeld over een lidmaatschap, maar veel meer dan hinderlijke ruis op de achtergrond was dat niet. Turkije deed zijn best om te laten zien dat het een regionale macht was, dat het Europa niet nodig had. Europa zag lijdzaam toe hoe Turkije afgleed in autocratische richting, alsof het niet gebaat was bij een stabiel en zo democratisch en liberaal mogelijk Turkije.

De vluchtelingencrisis is een reality check. Opeens schrikt iedereen wakker en beseft: hé, we liggen nog steeds naast elkaar, best wenselijk als we goed contact hebben, of ten minste met elkaar praten.

Dat lampje is bijvoorbeeld gaan branden bij PvdA-leider Diederik Samsom. 'Ik constateer ook dat tien jaar lang niet met elkaar praten de situatie niet heeft verbeterd, maar verergerd', zei hij deze week in een interview met Trouw. 'Misschien is het dan tijd om de strategie te wijzigen en wel met elkaar te gaan spreken. Dan kun je ook eens stevig met elkaar de confrontatie aan over hoe je met persvrijheid en mensenrechten omgaat.'

Maar als hij denkt de oude draad gewoon weer op te pakken, kan hij het vergeten. Het is misschien waar dat beide partijen uiteindelijk elkaar nodig hebben, maar Turkije weet op dit moment zijn kaarten stukken beter uit te spelen dan het verdeelde Europa. En vergeet daarbij die 6 miljard euro en de visumplicht, die zijn peanuts bij de echte prijs waarmee Europa nu hard wordt geconfronteerd: de vanzelfsprekendheid waarmee Europa ooit de mensenrechten in Turkije aan de orde stelde, is weg.

PvdA-leider Diederik Samsom. Beeld anp

Dat zie je aan een zwijgende Rutte. Dat zie je aan de concessies die Europa bereid is te doen. Hoe beroerd het ook met de mensenrechten is gesteld op dit moment, de EU buigt voor de Turkse wens om in versneld tempo te onderhandelen over een Europees lidmaatschap. Tien jaar geleden was dat ondenkbaar. Meer dan ooit valt er over de mensenrechten te onderhandelen.

Erg lekker zullen die gesprekken voorlopig dus niet verlopen. En we hebben de laatste gênante persconferentie vast nog niet gehad. Maar er is één ding erger: niet praten met Turkije. Die luxe heeft Europa niet.

Dirk Jacob Nieuwboer is redacteur Vonk en was van 2002 t/m 2006 correspondent in Turkije voor onder meer De Standaard en Het Parool.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden