Column

Europa, de wil om samen te leven en een gedeelde droom?

Beeld de Volkskrant

Sinds gisteren plaatst Hongarije asielzoekers die het scheermesprikkeldraad aan de hekken hebben getrotseerd in een van twee omheinde containerkampen tegen de Servische grens. Het is een reprise van 2013 - ook toen was Hongarije overgegaan tot het opsluiten van mensen die via de Balkanroute de Europese Unie hadden weten te bereiken. Onder druk van de UNHCR, van mensenrechtenorganisaties en van de Europese Commissie stopten de Hongaren toen met de detentie.

Nu probeert de regering van Viktor Orbán het opnieuw: in afwachting van de afhandeling van de asielaanvraag wordt elke binnenkomer die ouder is dan 14 jaar opgesloten langs de grens met Servië. Om het land 'te beschermen tegen het Trojaanse paard van terrorisme', zegt Orbán. Protesten van humanitaire organisaties en zachte tegenwerpingen vanuit Brussel zijn tot dusver weggewuifd, net als onlangs een uitspraak van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens die in Hongarije een schending van basale rechten vaststelde. Van gevangennemen is geen sprake, zegt Orbán, want de gedetineerden kunnen 'er gewoon uit'. De uitgang komt uit in Servië.

De tegenzin bij de EU-collega's om méér te doen dan Hongarije af en toe quasi-bestraffend toespreken is bijna tastbaar. Af en toe roept iemand uit een westers EU-land op tot chantage: geen Europees ontwikkelingsgeld uit de structuurfondsenpot meer voor Hongarije, zolang het weigert mee te doen met Europese afspraken voor het verdelen van vluchtelingen. Het blijft bij roepen. En als de Europese Commissie eens afreist naar Boedapest om de Hongaren te wijzen op hun verplichtingen die voortvloeien uit Europese verdragen, uit humanitaire afspraken, uit internationale minimumnormen voor de nette opvang van asielzoekers, dan gebeurt dat door een afgevaardigde van de Europese Commissie met zijden handschoentjes.

Intussen kan de Hongaarse aanpak op enthousiasme rekenen in onder meer Polen en Slovenië - de omzichtige benadering vanuit Brussel werkt weinig afschrikwekkend.

Bij het 60-jarig bestaan van het Verdrag van Rome, afgelopen weekend, vielen allerwegen lofzangen te horen op de Europese samenwerking. Europa is geen markt, maar de wil om samen te leven, een gedeelde droom, een waardengemeenschap, de overwinning op het communisme, de overwinning op de dictatuur - dat soort teksten. Het is allemaal waar.

Tegelijk is die wil om samen te leven en die gedeelde droom niet in staat om de naleving van fundamentele rechten en plichten in alle lidstaten na te leven, om te voorkomen dat asielzoekers aan Europa's grenzen in de modder slapen, om de Grieken hoop en perspectief te bieden op een beter leven, om de Britten binnenboord te houden, om te voorkomen dat een lidstaat als Hongarije afglijdt richting autocratie en daarbij op stille bewondering van enkele buurlanden kan rekenen.

Over hoe het dan wél verder moet, wordt overal intensief nagedacht. Of nou ja, overal. In Nederland horen we niet veel over de vijf scenario's voor de toekomst van de EU die Commissievoorzitter Juncker onlangs heeft gepresenteerd. In de verkiezingscampagne was het geen onderwerp, geen partijvoorman heeft zich aan een scenario verbonden en vermoedelijk zal Europa in de formatiebesprekingen overschaduwd worden door gesoebat over hoofddoekjes of de maximumsnelheid.

En straks gaat iedereen weer volop klagen dat 'ze' in Brussel hun gang gaan, zonder ons iets te vragen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden