'Eurocrisis? Hij mag best nog wat lager'

Midden in de eurostorm twijfelt Gerrit Zalm geen moment aan de eenheidsmunt. 'Hij mag zelfs wat zakken tegenover de dollar.'

'Crisis? Welke eurocrisis? De euro staat er prima bij tegenover de dollar.' Op de 21ste verdieping van het ABN AMRO-hoofdkantoor in Amsterdam, waar Gerrit Zalm sinds twee jaar de scepter zwaait, is de eurocrisis plotsklaps ver weg. Over uw spaargeld hoeft zich geen zorgen te maken. 'Werkelijk niets aan de hand. Er is geen europrobleem!'


Zalm (59), als minister van Financiën tussen 1994-2007 volop betrokken bij de geboorte van de Europese eenheidsmunt, is niet te beroerd een fris geluid te laten horen terwijl al die financieel analisten kommer en kwel klagen over de euro. 'Het bijna-faillissement van Californië is toch ook geen dollarcrisis? Kom nou! Er is een groot probleem met de overheidsfinanciën van een paar eurolanden: Griekenland, Ierland en Portugal. Maar dat is echt iets anders dan een valutaprobleem. Dan zou je de euro in elkaar zien storten. Dat gebeurt niet, de euro houdt zich goed. Hij mag zelfs wat zakken tegenover de dollar.'


Zou u, gesteld voor de keuze, de euro opnieuw invoeren?

'Dat denk ik wel.'


Met dezelfde groep landen?

'Met de kennis van nu zou Griekenland er niet bij komen. Het land heeft zich destijds met vervalste statistieken de eurozone binnen gelogen.'


Vindt u net als uw voormalig staatssecretaris Vermeend dat Griekenland uit de eurozone moet stappen?

'Nee. Ik zou zo'n opmerking niet maken.'


Getuigt Vermeends analyse van financieel-economisch inzicht?

'In ieder geval van een ander inzicht dan ik heb. En dat van mezelf sla ik hoger aan.'


Waarom moet Griekenland de euro niet inleveren?

'Omdat het de Griekse problemen niet oplost. Het maakt de situatie nog ondraaglijker omdat de harde euroschuld wordt omgezet in zachte drachmen. Dan explodeert de schuldenberg. Athene kan vervolgens de munt devalueren, maar dat maakt de ellende alleen maar groter. Wie vertrouwt de Grieken dan nog? Griekenland moet zijn begroting op orde brengen. Dat is het enige dat werkt: belasting innen en bezuinigen.'


99 van de 100 economen zeggen dat het kwijtschelden van de Griekse schulden de enige oplossing is.

'Hm, dat ligt eraan wie je econoom noemt. Bij de nationale banken, de Europese Centrale Bank en bij ABN AMRO werken ook heel veel economen, ik ben er een van. En wij vinden dat het geen oplossing is. In Nederland hebben we een wet op de schuldsanering. Als iemand met een inkomen van 1.500 euro per maand jarenlang 2.500 euro heeft uitgegeven, zeggen we ook niet: 'Goh, wat sneu voor u. We schelden uw schuld wel even kwijt.' Nee, hij moet eerst zijn huishouding orde brengen, anders blijf je kwijtschelden.


'Net zo moet Athene een overschot op zijn begroting creëren en daarmee zijn tekorten omlaag brengen. Als Griekenland dat voor elkaar heeft, denk ik niet dat het nog om schuldsanering zal vragen. Het zou het eerste Europese land zijn na de Tweede Wereldoorlog dat zijn financiële verplichtingen niet nakomt. Voor die reputatie betaalt het jarenlang een prijs in de vorm van een renteopslag.'


U bent zelf minister van Financiën geweest. Zijn de bezuinigingen die de EU van Griekenland eist vol te houden?

'Jawel. Ik heb ook volle Malievelden gehad en toch doorgezet. Wat Athene nog veel meer kan doen, is belasting innen. Daar ligt een goudmijn. Als de Griekse regering de hulp accepteert van andere belastingdiensten in Europa die wel hun werk doen, schieten ze al een aardig eind op. En ik denk niet dat daar veel demonstraties tegen komen. Dan speelt de groep belastingontduikers zich immers in de kijker.'


Waarom moeten we Griekenland eigenlijk redden?

'Uh, waarom? Tja, wat is redden? We geven het land financieel een adempauze zodat het zijn begroting op ordentelijke wijze kan aanpassen. Vergeet niet dat de schulden van Griekenland ook bij banken in andere landen uitstaan. Verder heeft de Europese Centrale Bank Griekenland miljarden geleend, Nederland ook. Dus zowel direct als indirect kan het grote effecten hebben als Griekenland in een staat van faillissement belandt. Je komt al snel tot een tweede bankencrisis in Europa.'


We helpen dus onszelf?

'Natuurlijk. Het is niet uit meelij met de Grieken. Hier is een Europees én Nederlands belang mee gemoeid. Als Griekenland omvalt, beginnen ook Portugal en Ierland te wankelen en dreigt een massief probleem. Het is onzinnig dan te zeggen: 'Laat ze maar barsten.' Vergelijk het met het huis van je buurman dat in brand staat omdat hij een brandende peuk liet liggen. Dan kun je wel zeggen 'eigen schuld, dikke bult', maar dat is niet handig als je beschikt over een brandblusser. Brand kan snel overslaan en anders is er wel rookschade.'


EU-president Van Rompuy klaagde onlangs dat de euro is verkocht als iets moois en de nadelen zijn verzwegen. Hij voelt zich belazerd door mensen als u.

'Van Rompuy was in de cruciale eurojaren minister van Begroting van België, hij wist van de hoed en rand. Niemand had echter voorzien dat we de grootste recessie zouden krijgen sinds de jaren twintig van de vorige eeuw. Zoals ook niemand had voorzien dat Duitsland en Frankrijk de eerste schenders van het Stabiliteitspact zouden zijn.'


Want de euro mag dan geen probleem zijn, acht jaar na dato is Zalm nog steeds woest over het verraad van Berlijn en Parijs. Dat de twee grootmachten in 2003 het Stabiliteitspact - dat strikte begrotingseisen stelt aan de eurolanden - kelderden, noemt hij 'de ernstigste aberratie uit de eurogeschiedenis'.


'Duitsland en Frankrijk stelden het pact buiten werking omdat hun financieringstekort de 3 procentsgrens overschreed. Dat was het ergste wat er kon gebeuren, er waren geen budgettaire spelregels meer. Het was een vrijbrief voor de andere eurolanden om het pact niet meer serieus te nemen. De financiële crisis heeft vervolgens zijn vernietigende werk gedaan. Landen die grote tekorten hadden opgebouwd, zitten nu aan de grond. Met dank aan Frankrijk en Duitsland.'


'Ik was de laatste der Mohikanen die zich tegen deze Frans-Duitse sabotage verzette. Maar ik werd overstemd, ik kreeg alleen steun van Finland, Oostenrijk en Spanje.'


U had kunnen dreigen met een veto tegen alles wat goed was voor Parijs en Berlijn.

'Dan krijg je vergelding op punten die voor ons van belang zijn. Het uitroepen van een totale oorlog is niet zinnig.'


Toch geen spijt dat u er toen niet met een Nigel de Jong-achtige karatetrap bent ingegaan?

(Bulderende lach.) 'Ik herinner me dat tijdens de cruciale vergadering met de EU-ministers van Financiën eerst Duitsland aan bod kwam. Ik ben toen bijzonder stevig van leer getrokken. Daarna was Frankrijk aan de beurt. Mijn Duitse collega Eichel vroeg me of ik Frankrijk net zo hard zou aanpakken. Na afloop vroeg ik hem: En? 'Heel goed', antwoordde Eichel. 'Maar tegen hen heb je niet geschreeuwd.' Dus nee, ik heb een rein geweten. Maar ik heb me gigantisch geërgerd aan al die slapjanussen van collega's die voor Duitsland en Frankrijk bogen.'


Waarom trad alleen Nederland op?

'Kleinere landen maken liever geen vijanden, tenzij er echt voor hen iets op het spel staat. Wij zijn een iets grotere speler. Daarom gaan we ook wel eens de ring in als er niet louter een Nederlands belang aan de orde is.'


Is het geen trieste constatering dat de ministers die over ons spaar- en pensioengeld waken, merendeels slapjanussen zijn?

'Toen was dat het geval. Dat stelde mij ook zeer teleur.'


Is het nog steeds zo?

'Nu sta ik op grote afstand.'


Niet alleen Frankrijk en Duitsland verzwakten de euro. De Europese Commissie vroeg in 2005 meer macht voor Eurostat om betrouwbare begrotingscijfers te verzamelen. Dat wezen de financiënministers af.

'Is dat zo? Oh, daar staat me niets meer van bij.'


De Commissie hamerde er ook jarenlang op dat de Griekse en Portugese economieën niet sterk genoeg waren. Die adviezen werden door u en uw collega's genegeerd.

'Ja, dat kun je wel zeggen. Nu heeft de Commissie op alle landen iets aan te merken. Als je slim bent, doe je daar als minister je voordeel mee, gebruik je het om thuis de boel onder druk te zetten. Maar de landen bepalen hun economisch beleid, niet Brussel.'


Moeten juist de financiënministers elkaar niet de maat nemen?

'Dat doen ze ook wel, maar dat wil niet zeggen dat je de regeringsmacht overneemt. Ik maakte slaande ruzie over het begrotingsbeleid. Voor het economisch beleid geldt de zachte aanpak: adviseren, vragen stellen, leren van elkaars voorbeelden. Ik ben nooit voor een Europese economische regering geweest, nog steeds niet. Nederland bepaalt zelf hoe zijn WW, bijstand, loonpolitiek en hypotheekaftrek eruit ziet. Zolang de uitkomsten van ons beleid maar binnen de Europese budgettaire randvoorwaarden - hoogte tekort en staatsschuld - blijven.


Die zachte aanpak leidt tot dure medicijnen: de noodhulp voor Griekenland, Ierland en Portugal bedraagt al 262,5 miljard euro.

'Omdat de budgettaire afspraken werden geschonden. Daar zijn we te zacht geweest, niet op het economisch beleid.'


Alle nieuwe maatregelen voor een Europees economisch bestuur - volgens Nederland 'de grootste stap voorwaarts sinds de invoering van de euro' - zijn dus zinloos?

'Ik heb er in ieder niet veel mee. Men denkt dat als je het economisch beleid in Brussel regelt, dat heilzaam is voor de lidstaten. Dat is zeer de vraag.'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden