Euro'96 revisited

VOOR MIJ zit Edgar Davids, dat komt niet vaak voor. De afstand tussen ons is vier meter en ik kan alle details van zijn kapsel onderscheiden....

De band die de indrukwekkende haardos bij elkaar houdt is zwart. (Eigenlijk is de afstand vele kilometers, realiseer ik me later.)

Davids zit op een voor de reserves van Nederland gereserveerde stoel, ik op de perstribune die op White Hart Lane pal naast het veld is opgetrokken.

Ik benijd de Engelse collega's die vlak achter hem zitten, tijdens Engeland-Nederland. Stel je eens voor: ik zou woordelijk kunnen verstaan wat hij tijdens de eerste helft tegen Jerrel Hasselbaink zegt, zijn buurman.

Wat zeggen reserves tegen elkaar? Praten ze over de wedstrijd, over gemiste kansen en geslaagde combinaties? Over de coach of de verdwenen teamarts van Oranje? De laatste transfers? Seks wellicht?

Of over de Nederlandse journalist die lang na 1996 aan Hasselbaink vroeg of hij ook lid was van de kabel, alsof dat een of andere jongensclubje was waarvan je na storting van de contributie of een korte ballotage-procedure deel kon uitmaken?

Afwisselend kijk ik naar de wedstrijd en naar Davids. Het valt me op dat hij op een andere manier naar het spel kijkt als supporters, of journalisten. Onophoudelijk draait hij zijn hoofd, alsof hij op de tribune bij een tenniswedstrijd zit.

Als Hofland of Stam de bal in bezit heeft, vliegen de ogen van Davids onmiddellijk naar een ander deel van het veld. Hij bekijkt de veldbezetting en de vrijstaande spelers vermoed ik, de mogelijkheden die er zijn om een aanval op te bouwen of te vervolgen. Davids kijkt naar een voetbalwedstrijd zoals hij voetbalt, ongedurig en gepassioneerd.

Het is moeilijk om vandaag niet aan Euro'96 te denken, het toernooi dat wat Nederland betreft niet eens zozeer werd verpest door de gemiste strafschoppen in het kwartfinale-duel met Frankrijk, maar door de tweedracht in de selectie.

He should not stick his head in other players ass. (Davids over bondscoach Hiddink.) Zou hij daar weleens aan terugdenken?

Ik wel, in ieder geval, en altijd enigszins beschaamd omdat indertijd van een bij sportploegen niet ongebruikelijk conflict (jong versus oud, overmoed versus macht en gezag) een raciale kwestie werd gemaakt. Dat gebeurde niet in de laatste plaats doordat in Nederland allerlei columnisten en politici vol op de affaire doken, zonder enige bereidheid zich er werkelijk in te verdiepen.

Het conflict kreeg die lading voor een niet onaanzienlijk deel door een intrigerende foto in deze krant die beroemd zou worden, vanwege de tafelschikking bij het Nederlands elftal. De foto werd genomen in Sopwell House, het hotel van het Nederlands elftal waar Davids in 1996 zijn smadelijke aftocht beleefde.

Blank zat bij blank, zwart bij zwart. De enige die de grens was overgestoken, was Richard Witschge.

De speculaties werden gevoed door de pose van de bondscoach, Guus Hiddink die paniekerig en boos zijn hand opstak, alsof hij zich betrapt voelde. In werkelijkheid was hij verbolgen over het feit dat er nog steeds werd gefotografeerd, terwijl de tijd die de fotografen toebedeeld hadden gekregen al was verstreken.

De foto beantwoordde geen vragen, al dachten velen indertijd van wel, maar stelde ze slechts. Het nam niet weg dat de jonge, zwarte spelers zich in Engeland behoorlijk irritant gedroegen en, een zwaar vergrijp in de sport, niet het belang van de ploeg wilden dienen, maar slechts hun eigen belang.

Ach ja, 1996. Nu lachen we er om. Jammer dat Davids journalisten nooit in de gelegenheid stelt te vragen of hij dat ook doet; of hij er misschien spijt van heeft dat hij toen zijn eigen vaardigheden zo schromelijk overschatte en zich, zo vertelden andere internationals later, zo aanstelde.

Vanzelfsprekend refereerden deze week vooral Engelse kranten aan Euro'96, vanwege Engeland-Nederland op Wembley. De Engelsen beschouwen die wedstrijd als de doorbraak, de bevestiging dat de magere jaren, met nederlagen tegen de eerste de beste tegenstander, voorbij waren.

Football is coming home.

Nog zie ik de zangers van het officieuze en hoogst aanstekelijke EK-lied, Badiel en Skinner, voor me dansen op het ereterras van Wembley. Ze maakten deel uit van een uitzinnige menigte die zingend de 4-1 triomf vierde. Heel Engeland zong mee, omdat eindelijk het voetbal was thuisgekomen.

Als ik het lied hoor, denk ik aan Euro'96. Woensdag werd voor de wedstrijd in het stadion een poging gedaan de stemming van weleer terug te toveren. Opnieuw klonk het voetballied van de eeuwige hoop, met de subtiele verwijzing naar het behalen van de wereldtitel in 1966:

Three lions on a shirt,

Jules Rimet still gleaming

Thirty years of hurt

Never stopped me dreaming

I know that was than

But it could be again.

Ik vraag me af wat Edgar Davids dacht toen we in Londen vijf jaar teruggingen in de tijd. Waarschijnlijk niets.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden