Euregio ziet cynische visie op Diaghilev

Euregio Dans Forum met Diaghilev les Favoris. Choreografie: Jochen Ulrich. Schouwburg Heerlen, 14 oktober. Tournee...

ISABELLA LANZ

DANS

Serge Diaghilev, leider van het legendarische Les Ballets Russes, was geen lieverdje. Bij hem ging de kunst voor alles. Zodra hij talent rook, gaf hij dat een kans, maar ook brak hij zonder aarzelen met kunstenaars die een richting op gingen die hem niet zinde. Hij versleet tal van choreografen, ook omdat zijn protégés hem niet eeuwig als minnaar wilden.

De conflictueuze verhouding tussen Diaghilev en zijn talentvolle uitverkorenen Fokine, Nijinski, en Massine vormt het centrale thema in Diaghilev les Favoris. Daarmee liet de Duitse choreograaf Jochen Ulrich zijn Euregio Dans Forum van start gaan, in een zaal vol Limburgers en Duitsers.

In dit dramatische dansstuk, - het middendeel van een te creëren drieluik -, schetst hij een uitermate cynisch beeld van deze balletman. Als je hem moet geloven was Diaghilev een sadist die zijn jonge geliefden, Nijinski en Massine in het bijzonder, intimideerde en zelfs molesteerde.

Dat beeld wordt versterkt doordat Ulrich tegenover de als zodanig herkenbare personages, Nijinski en Massine, - Fokine blijft wat onbestemd -, Diaghilev niet als één persoon voorstelt, maar als een groep mannen. Wellicht om diens overmacht aan te geven? Erg gelukkig is die keuze niet. Wie associeert de vijf met een zwarte cape uitgedoste macho-dansers nu met die imposante en chique verschijning die Diaghilev in de eerste plaats was.

Dan komen Nijinski en Massine beter tot hun recht. Het is aardig te zien hoe Ulrich een paar beroemde rollen incorporeert: Nijinski als tragische Petroesjka, herkenbaar aan dat half geknakte hoofd en die binnenwaarts gedraaide benen, én als Faun met karakteristieke handposes en beestachtige grimas. Even danshistorisch verantwoord is de levenslustige Massine neergezet, met zijn groteske gestes en guitige sprongen. Toch is dat ook wat braaf, en soms cliché. Op zeker moment zit Nijinski precies in de houding van de schizofreen, in de hoek van het gekkenhuis zoals ook voorgesteld in de film over hem. Nu valt daar nog mee te leven. Vervelender is dat Ulrich eigenlijk in dit ballet een ander verhaal kwijt wil: over jaloerse nichten, homolust en homohaat.

Na de pauze zet Gavin Bryars' duistere cellomuziek de toon en belandt Massine zelfs in een darkroom. Daarna wordt hij verliefd op een verleidelijke danseres. Dat staat de Diaghilevs niet aan: die duwen hem voor straf met zijn neus in het kruis van zijn muze.

Is de eerste helft op Rimski-Korsakovs Shéharazade nog poëtisch en speels, à la Les Ballets Russes dus, na die grimmige omslag in het verhaal wordt het stuk klef, en ook ridicuul door die plastische uitbeelding. Dat twee mannen de prille hetero-geliefden letterlijk van elkaars lijf willen rukken, is weinig subtiel.

De productie oogt erg kaal, op één neergehaalde trek na is er helemaal geen decor. Voor een ballet dat handelt over Diaghilev, die de beste decorontwerpers in dienst nam, is dat curieus. Ulrich verrast niet met een verrassende stijl. Wel nam hij een stel goede dansers aan, met Sergio Bustinduy Soriano (Nijinski) en Fabrice Jucquois (Massine) als uitblinkers.

Het is te hopen dat de beoogde doelgroep, - het publiek uit de regio Zuid Limburg, Luik, Aken en Keulen - Ulrichs stijl en artistieke smaak kan waarderen. Want daarbuiten zit niemand te wachten op (melo)dramatische danskunst van middelmatig allooi.

Isabella Lanz

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden