'EU moet kiezen voor één type groene auto'

Biobrandstof, aardgas, elektrisch en waterstof: hoe meer technologieën de overheid stimuleert, hoe lager de opbrengst.

De overheid wil dat autovervoer groener wordt. Maar een teveel aan duurzame alternatieven heeft een averechts effect, stelt Alexander van der Vooren, onderzoeker duurzame ontwikkeling. Daarmee wordt de vergroening juist geremd. Hij promoveert op 7 maart aan de Universiteit Utrecht op simulatiemodellen die inzicht geven in innovatiedynamiek rond schone auto's.


Te veel alternatieven remmen vergroening. Hoe zit dat?

'We zitten al lange tijd opgesloten in een systeem met voornamelijk benzine en diesel. Sinds kort zijn er alternatieven zoals biobrandstof, aardgas, elektrisch en waterstof. Auto's die deze brandstoffen gebruiken, zijn nu nog duurder omdat de technologie nog in ontwikkeling is. Daarbij heeft elke technologie zijn eigen infrastructuur nodig. Wanneer alle varianten worden gestimuleerd, gaan ze vooral elkaar beconcurreren, in plaats van diesel en benzine. Daarom moet je niet te veel alternatieven stimuleren.'


Welke dan wel?

'Dat is deels een politieke vraag, die kan ik niet beantwoorden. Dat was ook niet het doel van het onderzoek. Mijn studie beoogt het proces inzichtelijk te maken en te kijken hoe je verduurzaming kunt versnellen. Daaruit blijkt dat het verstandig is te kijken welke technologieën elkaar versterken en niet tegenwerken.'


Zoals?

'Technologieën die dezelfde infrastructuur gebruiken. Plug-in-hybrides (auto's die zowel op fossiele brandstof als elektriciteit rijden, red.) maken gebruik van dezelfde infrastructuur als de huidige auto's, en kunnen die van elektrische auto's gebruiken. Elektrisch en waterstof zitten elkaar juist in de weg. Waterstof heeft een eigen kostbare infrastructuur nodig. Als je deze ondersteunt, gaat dat ten koste van elektrisch.'


De overheid lijkt te hebben gekozen voor elektrisch, overal worden laadpalen aangelegd.

'Er wordt ook geïnvesteerd in waterstofstations en aardgas. De overheid moet vooral een langetermijndoelstelling formuleren. Bijvoorbeeld: in 2050 moet autovervoer volkomen duurzaam zijn. Dan kan de auto-industrie zich daar op richten.'


Zuinige brandstofmotoren worden nu ook gestimuleerd.

'De afgelopen jaren is vooral ingezet op het zuiniger maken van brandstofmotoren. Daarmee is in korte tijd veel winst behaald. Dat is mooi. Maar het betekent ook dat deze niet-duurzame technologieën nog sterker zijn gaan concurreren met de nieuwe. Zo wordt de opkomst geremd van auto's die nodig zijn om volkomen schoon te rijden.'


Maar de overheid koopt zo tijd om te zien welke duurzame technologie de beste is.

'Goed punt. Maar het doel is: hoe kun je duurzaamheid versnellen. Dat doe je niet door brandstofmotoren te stimuleren. Bovendien weet niemand of er over een paar jaar wel zekerheid is over de winnende technologie.'


Wat te doen?

'Stimuleer niet te veel duurzame varianten. Wees terughoudend met fiscale prikkels om bestaande systemen te versterken. En formuleer een ambitieuze langetermijndoelstelling zodat autofabrikanten weten waar ze aan toe zijn.'


De overheid kan dit wel willen, maar we leven in een Europese markt.

'Nederland kent inderdaad geen eigen auto-industrie. We kunnen dus vooral de vraagkant prikkelen, wat natuurlijk wel effect heeft op het aanbod. Maar mijn alternatieven werken ook voor Europa. Het zou ideaal zijn als alle landen van de Europese Unie voor dezelfde technologie kiezen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.