EU-miljarden flinke opsteker voor klimaattop

EU geeft meer geld dan verwacht voor klimaathulp aan ontwikkelingslanden...

BRUSSEL Met gepaste trots preciseert EU-voorzitter Zweden het bedrag: 7,299 miljard. Harde euro’s die de komende drie jaar van Europa naar Afrika en Azië rollen om de armste landen daar te helpen in hun klimaatstrijd. De woorden ‘ambitieus’ en ‘leiderschap’ snellen het geld alvast vooruit.

De vreugde bij de EU-leiders vrijdag valt te begrijpen. Het bijeen gesprokkelde bedrag – de EU-top had veel weg van een donorconferentie – is hoger dan verwacht. De lat lag op 6,3 miljard euro en daar heeft de Unie zich eigenhandig overheen geworpen. Met dank aan Groot-Brittannië, Duitsland en Frankrijk (elk goed voor rond de 1,3 miljard euro) en Zweden ( 800 miljoen) die de toon zetten. Andere rijke landen (VS, China) worden geacht dit voorbeeld te volgen.

Niet alleen het getal is een meevaller, ook dat alle 27 EU-landen een bijdrage leveren. Dat was voor deze klimaathulp (2010-2012) aan de armste landen immers niet verplicht. Zelfs Letland, dat door de economische crisis ziekenhuizen moet sluiten, doet een kleine bijdrage. De symboliek daarvan – de EU opereert als één blok – mag niet worden onderschat.

Tot zover het goede nieuws. De kanttekeningen zitten bij de afkomst van het geld. Niet alle 7,299 miljard euro’s zijn namelijk nieuw geld voor de ontwikkelingslanden. Als een lidstaat eerder al een bedrag voor klimaathulp had gereserveerd, mag dat worden meegeteld. Eén keer gekregen, twee keer gegeven. De Nederlandse bijdrage (300 miljoen euro) komt wel bovenop het bestaande budget. Inclusief de al voorziene klimaathulp had Den Haag 400 miljoen euro kunnen inboeken.

Evenmin zijn alle bedragen even ‘schoon’. Zo bekostigt Polen zijn inzet uit de verkoop van niet-gebruikte CO2-emissierechten. ‘Hot air’, zoals die overtollige rechten worden genoemd. Maar om de arme landen te helpen, wordt het toegejuicht.

Toch is het resultaat van de EU-bijeenkomst een opsteker voor de klimaattop Kopenhagen. Niet overbodig, gezien het gebrek aan voortgang de afgelopen week bij de onderhandelingen in de Deense hoofdstad. Vrijdag deed daar wel een vrij ambitieus conceptakkoord de ronde. Dit bevat het streven om in 2050 de CO2-uitstoot wereldwijd met 50 tot 95 procent te hebben ingeperkt, ten opzichte van 1990. Een definitief klimaatakkoord, is echter nog ver weg.

Vanaf midden volgende week, als 110 regeringsleiders aanschuiven in Kopenhagen, komen de echt moeilijke kwesties aan de orde. Een daarvan is de financiële klimaathulp voor de ontwikkelingslanden ná 2012. Het bedrag waar het dan om gaat, loopt op (in 2020) tot 100 miljard euro per jaar. De EU wordt geacht daarvan zo’n 20 à 30 miljard per jaar voor haar rekening te nemen, tien keer meer dan de bijdrage waarover vrijdag een akkoord werd bereikt. En dan moeten echt alle EU-leden meedoen.

Een andere harde noot is met welk percentage de rijke landen hun CO2-uitstoot gaan verminderen. De EU doet dat sowieso met 20 procent en is bereid daar 30 procent van te maken als de andere ontwikkelde landen een vergelijkbare inspanning leveren.

Strengere emissie-eisen kosten bedrijven geld, waar niet elke premier op zit te wachten in tijden van stijgende werkloosheid. Commissievoorzitter Barroso: ‘Geld is de sleutel naar een akkoord.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden