EU mag Oosten niet 'verraden'

Het pleidooi van eurocommissaris Verheugen voor 'meer democratie' inzake de uitbreiding van de EU is niet geloofwaardig. Bovendien zouden de kandidaat-lidstaten er de dupe van kunnen worden, zo menen M.C....

DIT zijn tijden van grote verwarring. Niets is politiek op zijn plaats gebleven. Een kenmerk van verwarde tijden is dat verwarde gedachten vaak op een warm onthaal kunnen rekenen. Dat onthaal zal des te warmer zijn wanneer men bijvoorbeeld pleit voor 'meer democratie'. Dat is toch een algemeen erkend goed. Je kunt je toch niet voorstellen dat grote politieke beslissingen, genomen buiten het volk om, 'beter' zouden kunnen zijn dan besluiten die met de instemming van een meerderheid zijn genomen?

De stelling is echter te verdedigen dat het nooit tot Europese integratie zou zijn gekomen wanneer een elite zich niet afgezet zou hebben tegen meerderheden in de verschillende Europese landen die toen nog volop in nationale kaders gevangen zaten. Dat de EU een tekort heeft aan democratische betrokkenheid is een feit waarover velen zich al dikwijls op goede gronden hebben beklaagd. Europese integratie is elitair en de afstand of beter het wantrouwen tussen de politieke klasse en de burgers is groot. Toch is niet ieder pleidooi voor 'meer democratie' geloofwaardig. Ook hier bepalen het tijdstip waarop en de omstandigheden waaronder de geloofwaardigheid van zo'n pleidooi. En wie zal de kosten van 'meer democratie' betalen?

Commissaris Verheugen en staatssecretaris Benschop hebben wat dat betreft de schijn tegen, wanneer zij de stem des volks verlangen te horen inzake het zeer gecompliceerde vraagstuk van de oostelijke uitbreiding van de EU. Waarom nu de vraag naar een referendum en niet eerder?

Verheugen zit bovendien overduidelijk in een tang-situatie. Hij is de commissaris die verantwoordelijk is voor de onderhandelingen met de kandidaat-lidstaten. Dat is een uitermate moeizaam proces, voorzover het een proces is. Er zijn waarnemers die spreken van stagnatie en weinig voortgang zien in de 'onderhandelingen' met enkele kandidaten. Dat Verheugen zich geen raad weet met deze Atlasachtige opgave, ligt voor de hand. Hij had het bij de aanvaarding van zijn eervolle ambt kunnen weten. Maar als hij nog hoopt dat de onderhandelingen - die meer hebben van een dictaat dan van echte onderhandelingen - tot de gewenste resultaten zullen leiden, namelijk het EU-lidmaatschap van een aantal kandidaten, dan zal hij niet op een laat moment nog een extra veto-mogelijkheid moeten inbouwen. De uitbreiding aanvaard te krijgen door niet alleen vijftien regeringen, maar ook nog door vijftien parlementen is geen geringe exercitie. Een lidstaat kan de uitbreiding lang tegenhouden.

Iemand die in dat stadium nog een referendum verlangt, moet erop rekenen dat hij ervan verdacht wordt die hele uitbreiding niet te zien zitten of zelfs eigenlijk niet te willen. En wat het ergste is: de kandidaat-lidstaten de rekening laat betalen van deze laat bedachte exercitie in democratie.

Bovendien, hoe kijken de onderhandelingspartners in Centraal- en Oost-Europa aan tegen deze nieuwe 'hobbel'? Ligt het niet voor de hand dat zij hierin het dubbelspel zullen herkennen waarvan zij op grond van ervaringen in het verleden het Westen toch al verdenken? Nog steeds bestaat de vrees in het Oosten dat het Westen hen - in dit geval de EU - uit zelfzucht voor de zoveelste maal zal 'verraden'. 'Men wil ons eigenlijk niet, omdat we te duur en te lastig zijn'. Deze gedachte is tijdens de onderhandelingen soms latent aanwezig, soms duidelijk hoorbaar verwoord.

Aan een referendum over dit vraagstuk kleven vele grote bezwaren, een reden waarom geheide voorstanders van referenda als Van Mierlo Europa ook in het verleden - bijvoorbeeld bij de invoering van de euro - buiten schot hebben willen houden. Een referendum over deze complexe materie zal in de vijftien lidstaten op uiteenlopende manieren verlopen. En welke houding moet worden ingenomen tegenover kandidaten die al veel kosten hebben gemaakt voor de 'aanpassing' als dit voorstel wordt afgestemd?

Dat Benschop er nu van uitgaat dat een referendum in Nederland positief zal uitpakken, is waarschijnlijk te wijten aan zijn jeugdige overmoed. Maar nog opmerkelijker is hoe makkelijk hij om de historische bezwaren tegen een referendum in de Bondsrepubliek heenloopt. In de Weimarrepubliek heeft men kunnen zien tot welke rampen dubbele mandaten van het volk kunnen leiden. Geen wonder dan ook dat verantwoordelijke politici in Duitsland - inclusief de Groenen - afwijzend hebben gereageerd op Verheugens verwarrende suggestie.

Het is al ernstig genoeg dat het standpunt van een belangrijk SPD-politicus als Müntefering luidt: nu geen referendum, maar in de toekomst zou een referendum wel degelijk toegevoegd kunnen worden aan de middelen om de burger bij de politiek te betrekken. 'Onze democratie is stabiel genoeg', voegde hij eraan toe. Als zo'n doorgewinterde politicus zo makkelijk een gevestigd taboe van de oude Bondsrepubliek bij het vuil zet, moet gevreesd worden voor de andere middelen die hij nog zal aanwenden ter verlevendiging van de democratie.

Dat Verheugen menig politieke bokkesprong heeft gemaakt is nog tot daaraan toe. Opmerkelijker is dat zijn verwarde oproep - omringd door misverstanden en correcties - nog kon rekenen op zoveel instemming. Ook uit een politieke hoek waar kennelijk niet veel waarde wordt gehecht aan de ratificatie van EU-verdragen door alle nationale parlementen.

De expertise inzake de EU zou in de parlementen slechts beperkt aanwezig zijn. Dezelfde critici gaan kennelijk uit van een aanzienlijk grotere expertise van de volkeren van de EU inzake deze buitengewoon ingewikkelde dossiers waarbij bovendien heel veel wissels op de toekomst worden getrokken. De verwarring is groot, maar voor sommigen kennelijk nog niet groot genoeg.

Voorlopig zal West-Europa eerst de kosten moeten dragen van deze uitbreiding. Daarmee hopen we in de toekomst een stabieler Europa te bouwen. En was vanaf het begin van de Europese integratie ook niet beloofd dat deze bedoeld was voor heel Europa, dus ook voor dat deel dat toen nog onder een communistisch regime gebukt ging? Beloofd is beloofd, of herstelt het Westen ten opzichte van Oost-Europa de lange traditie van woordbreuk en verraad die zich uitstrekt van Johannes Hus tot en met München 1938 en daarna?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden