Europese Unie Viktor Orbán

EU is voorlopig nog niet van het orbánisme af

Het Sargentini-rapport over Orbán klopt, maar zijn nationalisme-cocktail blijft voorlopig succesvol, schrijft oud-correspondent Olaf Tempelman.

Viktor Orbán tijdens een verkiezingscampagne, 6 april 2018. Beeld Reuters

Een sardonische lach kun je verschillend interpreteren. Vorige maand lachte de Hongaarse premier Victor Orbán sardonisch naar het Europees Parlement dat na het rapport van GroenLinks-parlementariër Judith Sargentini voor een artikel 7-procedure tegen Hongarije stemde. Aardig wat commentatoren zagen op het gelaat van Orbán de grijns van een kat in het nauw.

Het valt echter goed te betogen dat het de behendige politicus Orbán was die sardonisch lachte. Die weet dat een Europese strafprocedure voor hem thuis politiek kapitaal is, en dat hij makkelijker van Brussel afkomt dan Brussel van hem.

Tot voor kort wisten weinig mensen dat artikel 7 van het EU-verdrag staat voor het opschorten van de rechten van een lidstaat. Inmiddels is ‘artikel 7’ op weg een mediasynoniem te worden voor bedreigde rechtsstaten in Oost-Europa. De toekomst zal leren wat een artikel 7-procedure kan uitrichten – nu al laat zich voorspellen dat de kans op effect overal groter is dan in Hongarije.

Driekoppig monster

Zo is er een reële kans dat het antirechtsstatelijke tij in Polen met hulp van de EU kan worden gekeerd: daar is een grote pro-Europese oppositie die de volgende verkiezingen kan winnen. Het offensief vanuit Brussel tegen uitholling van de rechtstaat kan bij veel Polen op steun rekenen. Roemeense demonstranten riepen afgelopen zomer zelf om een artikel-7-procedure tegen hun regering, gewraakte politici toonden zich daar soms gevoelig voor Brusselse druk.

Orbán is dat niet – en waarom zou hij ook? Er gingen in 2018 meer Hongaren voor dan tegen hem de straat op. In nieuwe spotjes van zijn regime zien we Judith Sargentini, Guy Verhofstadt en George Soros (tegen wie hij dit voorjaar een klassiek antisemitische campagne voerde) als een driekoppig monster. Slogan: ‘Laat ze ons het zwijgen niet opleggen.’ Daarmee speelt Orbán in op een diep geworteld nationaal gevoel dat westelijk ­Europa zijn volk slecht gezind is.

Orbáns succes kent vele verklaringen: zijn tegenstanders waren verdeeld, maakten fouten en werden met vuile trucs en wetten gemarginaliseerd. Wie het spel netjes speelt, is een prooi voor een niet-zo-nette ­tegenstander – die les kon al vaker in voormalig communistisch Europa worden geleerd. Interessant is echter dat de Turkse president Erdogan nog veel grover optrad tegen zijn tegenstanders en dat de Turkse oppositie het in recente verkiezingen toch beter deed dan de Hongaarse.

Oude rancune, nieuwe angsten

Orbán zit bovenal stevig in het ­zadel omdat hij zo’n slimme cocktail heeft weten te brouwen van 20ste- en 21ste-eeuws nationalisme – noem het nationalisme 1.0 en 2.0. Daarmee weet hij én aan oude nationalistische rancunegevoelens én aan nieuwe angsten voor migratie en globalisering te appelleren.

De oude rancune gaat terug op het feit dat de geallieerden de Dubbel­monarchie Oostenrijk-Hongarije na afloop van de Eerste Wereldoorlog opknipten en Hongarije reduceerden tot een rompstaatje. Tweederde van de gebieden die voor 1914 onder Hongaars bestuur stonden gaven Frankrijk en Groot-Brittannië in Versailles weg aan de buurlanden. Miljoenen Hongaren werden inwoners van vreemde staten. In het moederland is dat vergeten noch vergeven, ook al omdat Hongaarse minderheden in Roemenië, Slowakije, Kroatië, Servië en Oekraïne zo’n tastbaar overblijfsel vormen van dit ‘historische onrecht’.

Het is een publiek geheim dat veel enthousiasme voor EU-lidmaatschap in Hongarije vóór 2004 voortvloeide uit de hoop dat de situatie van Hongaren over de grens zou verbeteren en banden zouden kunnen worden aangehaald. Ten dele is dat ook gebeurd, en Orbán profiteert ervan: zonder de EU zou hij geen stemmen van Hongaren in Roemenië kunnen binnenhalen. De algemene perceptie in Hongarije is echter dat Brussel ‘te weinig te laat’ doet, en toestaat dat Slowakije en Roemenië hun Hongaarse bevolking nog steeds discrimineren.

‘Wezen van Versailles’

Dat ditzelfde Brussel tegelijk van Hongarije eist dat het vluchtelingen uit Syrië opneemt, voedt het idee van een soort ‘aanval op de Hongaarse ­natie’. In Orbán-gezinde media worden ‘Versailles 1918’ en ‘Brussel 2018’ moeiteloos met elkaar verbonden. De moraal van dit verhaal: Europese mogendheden die Hongarije verknipten en miljoenen Hongaren laten stikken willen Hongarije nu met islamitische minderheden opschepen. ‘Zijn ze nou helemaal betoeterd!’ is een zinnetje waarmee veel Orbán-toespraken zich laten samenvatten, en waarmee hij knap de aandacht weet af te leiden van corruptie en antirechts­statelijke praktijken van zijn regime.

De weerstand tegen opname van vluchtelingen bestaat overal in Midden- en Oost-Europa en is een gevolg van een geschiedenis waarin een groot multi-etnisch gebied veranderde in een verzameling kleine natiestaten die etnisch steeds homogener werden. Maar in Hongarije speelt in die weerstand het lot van de Hongaarse ‘wezen van Versailles’ mee.

Er is geen woord overdreven in het Sargentini-rapport over Orbáns twijfelachtige staat van dienst. Maar de EU komt voorlopig noch van Orbán noch van het orbánisme af. Een artikel 7-procedure vergt een zeer lange adem, een hoogst zeldzame eensgezindheid van lidstaten én een brede steun in het land dat wordt berispt. Tot daarvan sprake is laat Orbán zich net zo lastig uitgummen als de 20ste-eeuwse geschiedenis van Europa. 

Olaf Tempelman is oud-correspondent van de Volkskrant in Roemenië. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.