EU betaalt, maar bepaalt in crisis niets

Nederland wil evenwichtig beleid in een onevenwichtig Midden-Oosten en houdt vast aan gesprekspartners die er niet meer toe doen. Zo kan de EU niet bijdragen aan duurzame vrede, zegt Marjolein Wijninckx....

Marjolein Wijninckx

Opnieuw was Nederland afgelopen dinsdag een van de landen die een krachtig EU-beleid jegens het Midden-Oosten tegenhield. Op de EU-top van ministers van Buitenlandse Zaken was het het bekende bondgenootschap van Nederland, het Verenigd Koninkrijk en Duitsland dat voorkwam dat de EU afstand nam van het standpunt van de VS inzake het conflict tussen Israël en Hezbollah.

De voorsteltekst van het Finse voorzitterschap waarin werd opgeroepen tot een onmiddellijk staakt-het-vuren werd afgezwakt tot ‘het beëindigen van vijandelijkheden’. In interviews met de pers na afloop van de top stelde minister Bot dat de ‘realo’s’ hadden gewonnen. Daarmee liet Europa, samen met Amerika, de VN vallen. Immers, VN secretaris-generaal Kofi Annan roept al sinds het begin van de Israëlische militaire acties op Libanees grondgebied op tot een onmiddellijk staakt-het-vuren.

Met de zwakke EU-verklaring als gevolg, bevestigde de EU opnieuw haar rol van payer in plaats van player. De EU, Nederland voorop, geeft weliswaar royaal noodhulp aan Libanon en de Palestijnse gebieden, maar de politieke rol van de EU blijft beperkt door de eeuwige onenigheid tussen de lidstaten. Zolang de EU in die rol van payer blijft hangen en de sleutel tot een politieke oplossing voor conflicten in het Midden-Oosten in de handen van de VS legt, komt er geen vrede in het Midden-Oosten.

In een brief die minister Bot 2 augustus jl. naar de Tweede Kamer stuurde, stelt hij: ‘Voor een geloofwaardige bijdrage is een evenwichtige benadering van de EU van belang.’ Daar zit hem de crux.

Nederland wil een evenwichtige benadering in een asymmetrische en onevenwichtige situatie.

Sinds het begin van het vredesproces in de jaren ’90 horen we dat de Nederlandse regering ‘evenwichtig’ wil zijn. Daarmee doet ze onrecht aan de feitelijke situatie, waarin een staat, Israël, een burgerbevolking, de Palestijnen, met een interim-regering en een staat-in-wording bezet houdt. Een volk dat geen controle heeft over de eigen grenzen, geen leger heeft en economisch volledig afhankelijk is van Israël en buitenlandse hulp.

Al sinds de ondertekening van de Declaration of Principles waarschuwt Pax Christi dat de EU tegenwicht moet bieden tegen deze ongelijke machtsbalans om te voorkomen dat de sterkste partij de uitkomst van onderhandelingen dicteert.

In het conflict in Libanon is het evenwicht ook ver te zoeken. Deze keer neemt Israël het op tegen een non-state actor, Hezbollah, terwijl de uiterst zwakke Libanese regering erbij staat te kijken en haar land, net opgeklommen uit het diepe dal van de burgeroorlog, opnieuw te gronde gericht ziet worden.

De Nederlandse regering blijft, met de EU, vasthouden aan de Routekaart, het vredesplan van het Kwartet (VS, VN, EU en Rusland), dat door de beide partijen de facto is afgeschreven met de Israëlische en Palestijnse parlementsverkiezingen van dit jaar. De Israëlische bevolking koos immers voor het unilaterale beleid van Olmert, terwijl de Palestijnse bevolking koos voor Hamas, dat zich altijd tegen het vredesproces had verzet.

In de nasleep van de Israëlische en Palestijnse verkiezingen en in het kader van de door de VS geleide ‘oorlog tegen terreur’ is een diplomatiek vacuüm ontstaan met betrekking tot het Midden-Oosten. De VS hebben hun eigen invloed ondermijnd door te weigeren te spreken met ‘terroristen’ en staten die hen steunen. Dat betekent dat ze geen contact hebben met de Hamas-regering, noch met Hezbollah, Syrië en Iran. De EU steunde onmiddellijk de Amerikaanse boycot van de Hamas-regering, hetgeen ook een Europese rol onmogelijk maakte. Opnieuw spreekt Bot in zijn brief aan de Kamer van versterking van de Palestijnse president Abbas en ontkent daarmee de politieke realiteit. De sleutel tot een oplossing ligt niet in praten met de zeer verzwakte Abbas, maar met de Hamas-regering.

De EU heeft met de nieuwe crisis in het Midden-Oosten een (laatste?) kans van een payer een player te worden. Maar dat kan alleen als de EU in gesprek gaat met alle partijen die bij het conflict zijn betrokken en die allemaal hun grieven en belangen hebben, inclusief Hamas en Hezbollah, die trouwens beiden deel uitmaken van een democratisch gekozen regering.

Als dat staakt-het-vuren er straks eindelijk is, is het tijd voor een nieuw diplomatiek initiatief dat met een regionale benadering moet leiden tot een duurzame en rechtvaardige vrede. De EU zou daarin bij uitstek een geloofwaardige en bemiddelende rol kunnen spelen.

Het Oslo-proces heeft echter wel geleerd aan welke voorwaarden zo’n nieuw vredesproces moet voldoen: Van meet af aan moeten de cruciale pijnpunten op tafel komen, zoals de vaststelling van grenzen, de verdeling van het schaarse water en de kwestie van de Palestijnse vluchtelingen. Het internationaal recht moet worden geëerbiedigd. En de EU moet dit keer een actieve rol spelen om de ongelijke machtsbalans in evenwicht te brengen en voor alle partijen bereid zijn zowel wortel als stok in te zetten. Alle belanghebbenden moeten bij het proces worden betrokken, ook de Palestijnse vluchtelingen in de diaspora die tot op heden geen stem hebben in hun toekomstig lot.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden