Etterspoor Otterspeer. Ha ha.

Zo geestig als Willem Frederik Hermans kon schelden, zo vreselijk kleinzielig zeuren zijn adepten, vindt Arjan Peters. Ook klagen kan op hoog niveau hoor - kijk naar Rogi Wieg.

Onder de liefhebbers van het werk van Willem Frederik Hermans bevindt zich een groot aantal muggenzifters. Zij leven van hun ergernissen, en menen te opereren in de geest van hun meester, die zich 'door gevaarlijke gekken omringd' wist. Ondanks de flauwe naamgrappen lieten zijn beste polemieken ons hard lachen. Bovendien kon Hermans zich door tirades tegen tuinkabouters warm schrijven voor het belangrijke werk, de romans en verhalen.


Van zijn lol is bij de ijverige volgelingen maar weinig terug te vinden. Eind november 2013 verscheen De mislukkingskunstenaar, deel 1 van de Hermans-biografie van Willem Otterspeer. Daar was lang naar uitgekeken. Behalve dan door de Hermansianen, want die weten bij voorbaat dat er fouten in komen, dat er allerhande informatie waarover zij al jaren beschikken níet in staat, en dat de biograaf een mispunt is.


Geheel volgens verwachting zijn ze al maanden bezig hun onvrede uit te venten. Laatst nog Max Pam in De Groene Amsterdammer, met zes vreugdeloze pagina's waarin hij uitroept dat de biografie opnieuw moet. Dat lijkt me een uitstekende klus voor Max Pam, die jaren terug bezig is geweest met de biografie van Theo van Gogh, tot hij mot kreeg met de nabestaanden. Hij heeft de tijd.


Buiten Nederland is het heel gebruikelijk dat er van een belangwekkend kunstenaar verschillende biografieën verschijnen. Waarom doen wij dat hier niet? Er kan gerust een Hermans-biografie bij.


Maar de kans is groot dat Pam zoiets niet doet. Net zomin als Bob Polak en anderen dat zullen ondernemen - die onlangs een hele aflevering van het tijdschrift De god van Nederland wijdden aan Otterspeer (met als motto de foute naamgrap 'Volg het etterspoor terug'). Liever zeuren ze dat in het namenregister van de biografie wel Guillaume Apollinaire staat, maar niet dat dat een pseudoniem is, van Guillelmus Albert Vladimir Alexandre Apollinaris de Kostrowitzki. En zo blundert Otterspeer een boek lang door.


Keuteltjes gelegd en plasjes gedaan? Kijken wij intussen uit naar het tweede deel van de biografie.


Wat wél hoogstaand klagen is, met stilistisch vertoon en volledige inzet, zag ik deze week in de bundel Afgekapt dichtwerk van de al decennia depressieve Rogi Wieg (51) , die wordt geteisterd door slapeloosheid, spataderen en opnames in inrichtingen. 'In zeelicht / struikelt mijn wenende jonge ik en jammert om het wenen', schrijft hij het ene moment hoogromantisch, om zich in hetzelfde gedicht lucide af te vragen of zijn 'Vervroegde verouderdom' wel zijn heden is: 'Of helemaal niet? Is er gewoon tijd plus tijd// voorbij gegaan, zoals dat hoort bij goed werkende luchtwegen?'


Het leven doet hem ongenadig zeer, en toch moet Wieg het hele hart geven, anders dan Yeats ('Geef nooit het hele hart'). Hij kan niet anders. Zelfs ziet hij kans geintjes te maken. 'Ik vertrok, levend en wel, met een nog/ geldige tramkaart in mijn jaszak.// O ja, ik kom terug.'


Daar houden we hem aan. Rogi Wieg, blijf onder ons.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden