Etnisch zuiveren levert veel geld op in Bosnië

Een VN-soldaat schuift de rol prikkeldraad opzij, twee bussen met vluchtelingen rijden het kamp binnen en nog voor ze stilstaan worden ze omstuwd door zwaaiende, roepende mensen....

Van onze correspondent

Bart Rijs

OKUCANI

Anderen kijken zoekend rond, wenden zich dan af, schoppen nijdig een denkbeeldig steentje opzij - weer niet! - en verbijten hun teleurstelling.

In het VN-doorgangskamp Okucani, in het door Serviërs beheerste deel van Kroatië, komen elke week honderden Kroaten, Moslims en zigeuners aan, de laatste slachtoffers van de etnische zuiveringen in Bosnië.

De terreurcampagne tegen alles wat niet-Servisch is, is de afgelopen weken opgevoerd, heeft het VN Hoge Commissariaat voor Vluchtelingen (Unhcr) verklaard.

Hele dorpen vragen om evacuatie, maar de Serviërs laten niemand zomaar gaan. Etnisch zuiveren is big bussiness. In de bussen zitten de gelukkigen die genoeg Duitse marken hadden om zich vrij te kopen.

Moslims en Kroaten houden het niet langer uit onder de dagelijkse terreur van de Bosnische Serviërs. 'Het werd steeds erger,' zegt een vrouw uit Banja Luka. 'Alsof je bergop loopt en de berg steeds steiler wordt. We kunnen niet meer.'

De vluchtelingen hokken bij elkaar in twee overvolle tenten. Ze hebben de schuwe, neergeslagen blik van mensen die jarenlang in angst hebben geleefd. Ze willen praten, eindelijk praten, maar durven niet goed. Iedereen is bang voor familie die in Bosnië is achtergebleven.

Op het witte tentzeil hebben ze de namen geschreven van de plaatsen waaruit ze zijn verjaagd: Banja Luka, Prijedor, Gradiska.

In deze streek, de Bosnische Krajina, leefden voor de oorlog een half miljoen Moslims en Kroaten. In Banja Luka is alles Servisch, niets wijst erop dat er nog Moslims leven.

Overal in Banja Luka hangt de Servische driekleur, spandoeken op straat kondigen de bokskampioenschappen aan van de Servische Republiek, de enige krant heet 'de Servische stem'.

De moskeeën zijn lang geleden opgeblazen, zelfs het puin is verdwenen, er liggen nu alleen vreemde modderveldjes in het midden van de stad. De 30 duizend overgebleven Moslims vertonen zich zo min mogelijk op straat.

Niet-Serviërs zijn rechteloos, vertellen vluchtelingen in Okucani. Ze zijn ontslagen, ontvangen geen pensioen, hun telefoons zijn afgesloten, ze staan bloot aan voortdurende pesterijen en bedreigingen.

Moslim-huizen worden systematisch leeggeroofd door geüniformeerde mannen, die geen moeite doen hun gezichten te verbergen. Als de oorlog voor de Serviërs minder gaat, rijden er geblindeerde minibusjes door de steden.

'Ze vragen je persoonsbewijs', vertelt een Moslim uit Prijdor. 'Moslims en Kroaten worden achterin het busje gegooid. Daar zit een vent die je in elkaar slaat tot hij er genoeg van heeft, en hij je eruit gooit.'

De terreur wordt steeds erger, vooral in de kleine dorpen. Een jonge vrouw verhaalt met een toonloze stem en een starre blik, alsof ze slaapt met wijd open ogen, hoe het haar familie is vergaan. Haar vader en broer: nooit meer teruggezien toen ze in september voer voor de koeien gingen halen. Haar kleine zusje: omgekomen in december, toen iemand een handgranaat in de tuin voor het huis wierp. Haar moeder: ziek geworden en na een maand overleden. Van verdriet, denkt de jonge vrouw. Zij is als enige overgebleven.

Ook de laatste Moslims wilen weg uit Servisch Bosnië. De Unhcr zou kunnen helpen maar wil, ondanks herhaalde smeekbedes, geen partner worden in etnische zuiveringen. Volgens Unhcr-functionaris Ashikaya Satoshi zijn Moslims, Kroaten en zigeuners nu 'overgeleverd aan de treiterpraktijken van de Servische Commissie voor Bevolkingsuitwisseling.'

Want de Serviërs willen niet alle Moslims kwijt, al zegt de Servische tv dat het hoog tijd is dat het land 'niet meer naar Moslims stinkt'. Moslims moeten slavenarbeid verrichten aan het front. 'Ik heb vijf maanden loopgraven gemaakt,' vertelt een man uit Banja Luka. 'Het was levensgevaarlijk, soms werkten we maar tien meter van het Bosnische leger af.

'Ik heb het aan mijn rug, maar naar de dokter mocht ik niet. Iedereen is doodsbang naar het front te moeten. Professoren, advocaten en dokteren die worden gedwongen de straten in de stad te vegen, zijn blij alsof ze de Nobelprijs hebben gewonnen.'

Alleen mensen die onbruikbaar zijn - bejaarden, vrouwen en kinderen - mogen vertrekken. Dat wil zeggen: die kunnen de benodigde documenten gaan verzamelen, negentien in totaal. De documenten moeten in Duitse marken worden betaald en zijn tien dagen geldig. Wie niet op tijd alle negentien papieren heeft bemachtigd moet overnieuw beginnen - en betalen.

De vertrekkers moeten een verklaring ondertekenen dat ze al hun bezittingen vrijwillig overdragen aan de Servische Republiek. Als ze in het doorgangskamp Okucani aankomen, hebben ze alles achtergelaten, op een tas met kleren na.

Het doorgangskamp Okucani - slecht verwarmde tenten en een paar containers met sanitiar - is voor veel Bosniërs een wensdroom. De Bosniërs betalen duizenden marken om er te komen.

'Een bus vluchtelingen levert de Serviërs 50- tot 60 duizend mark cash op', zegt Satoshi van de Unhcr. 'Moslims betalen duizend tot tweeduizend mark per persoon om weg te komen.' De ene helft daarvan gaat naar de autoriteiten, de andere naar de uitwisselingscommissies van politieke vrienden.

'De Serviër die dit bustransport leidt heeft pas een nieuwe Mercedes gekocht,' zucht Satoshi. 'Geen wonder dat de Serviërs komen vragen of de Unhcr niet méér vluchtelingen wil accepteren.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.