Eten, drinken en debatteren

Stan Verschuuren (58) was de stille kracht achter de Wallenburgpers, notulist bij de Amsterdamse Taxi Centrale, hield van fietsen en had graag nog eens een kroeg willen openen....

Stan Verschuuren, op 15 oktober op 58-jarige leeftijd overleden, was historicus, boekverkoper, notulist, Amsterdamse Brabander en Wallenburgemeester.

Hij was de stille kracht achter de Wallenburgpers, de gigantische, rommelige werkplek van een twintigtal freelance journalisten, boven de Kruispost op de Amsterdamse Wallen.

Stan zelf was geen journalist, hij werd notulist; zowel bij de Amsterdamse Taxi Centrale als de Amsterdamse Deelraden en de Tweede Kamer. Hij was zo in trek dat hij zijn eigen bureau begon.

Zijn gezicht bleef altijd in de plooi, zelfs van onbegrijpelijke wartaal maakte hij een helder betoog. Hij noemde zich ‘de tweede man’, zo heette ook zijn bureau.

Constantinus Carolus Johannes Maria Verschuuren werd in Tilburg geboren. Hij had vijf jongere zussen. Zijn vader was textielfabrikant. Stan kreeg een degelijk katholieke opvoeding. Hij was koorknaap, had last van astma en ging met zijn vader naar Willem II.

Omdat het zo hoorde, ging hij naar kostschool, Augustinianum in Eindhoven. Verschrikkelijk vond hij het, het internaat bleef hem achtervolgen. Mede-Wallenburger Jan Bos zei: ‘We lunchten gezamenlijk en in het begin stortte Stan zich als eerste op de stapel brood en bewaakte zijn boterhammen alsof ze werden afgepakt. Pas na jaren durfde Stan als laatste aan te schuiven.’

In 1969 kwam hij in Amsterdam, met een nieuw, driedelig kostuum. Het pak heeft hij twee keer gedragen. Hij liet zijn haar en baard groeien en werd links, maar voelde zich te provinciaal om de barricades te beklimmen.

De studie geschiedenis verliep traag, hij had het druk met andere zaken. Jarenlang was hij barkeeper bij Café De Engelbewaarder.

Als verwoed wielrenner beklom hij de Mont Ventoux en was lid van de Echte Nederlandse Fietsersbond. Hij notuleerde voor TCA, het omstreden taxibedrijf dat hij altijd zou verdedigen.

In 1981 studeerde hij af op de Amerikaanse Burgeroorlog, maar durfde niet met een studiebeurs naar het verre, vreemde Amerika. Hij ging werken bij boekhandel Athenaeum, waar hij Nicole, zijn latere vrouw, ontmoette. Ondertussen schreef hij boeken over de geschiedenis van Zuid-Afrika en Suriname.

Begin jaren negentig sloot hij zich aan bij een paar freelance journalisten die een bureau zochten. Hij voerde de onderhandelingen, zorgde voor de betalingen en onderhield de relaties met de buurt. Hij zat de chaotische vergaderingen voor. Toen een jonge journaliste op de Wallenburg wilde komen werken, vroeg Stan: ‘Kun je klaverjassen? Oké, dan ben je aangenomen’.

Jaarlijks hoogtepunt was het kerstdiner dat in maart of april werd gehouden. Eten deed je om de gezelligheid. Die wist Stan overal te scheppen, op de Wallenburg, in Café De Zwart, bij de haringkraam en thuis. Met Nicole en dochter Maxime woonde hij in een voormalig winkelpand, groot genoeg om met veel mensen te eten, drinken en debatteren.

Hij luisterde naar problemen, hielp waar hij kon, inspireerde, werkte hard, verdiende goed, maar kon ook somberen. Vol zelfspot zei hij: ‘Geen groter wonder voor een hypochonder dan een dosis pillen in zijn donder’.

Zijn kamer in het Antoni van Leeuwenhoek Ziekenhuis leek wel Café De Gezellige Peer, de kroeg die Stan nog eens had willen openen, zei een vriend.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden